De advocaten van Urgenda (links) en de staat staan recht als de rechters binnenkomen om uitspraak te doen. AP 2018

Nederlandse staat moet ook in hoger beroep meer doen tegen uitstoot broeikasgassen

Het gerechtshof in Den Haag heeft de Nederlandse staat  bevolen de uitstoot van broeikasgassen sneller dan gepland terug te dringen, om er zeker van te zijn dat de uitstoot tegen het einde van 2020 minstens 25 procent lager ligt dan in 1990. Het hof verwierp daarmee het beroep van de staat tegen een "historische" uitspraak uit 2015 die de klimaatorganisatie Urgenda gelijk gaf. De rechtbank veegde alle argumenten van de advocaten van de staat van tafel. 

Urgenda had in 2015 een zaak aangespannen tegen de Nederlandse staat uit naam van bijna 900 Nederlandse burgers. De rechtbank had de klimaatorganisatie toen in het gelijk gesteld, maar de staat ging in beroep, onder meer omdat de rechter zich gemengd zou hebben in de politieke besluitvorming, wat ingaat tegen de scheiding der machten.

De rechtbank verwierp dat argument nu omdat Nederland internationale verdragen ondertekend heeft die rechtsgeldig zijn, en dus juridisch getoetst kunnen worden door het Nederlandse gerecht.

Ook met bijna alle andere argumenten van de staat veegde het hof de vloer aan. Zo stelde de rechtbank dat de door de advocaten van de staat aangehaalde argumenten dat Nederland maar een klein land is, en de opwarming van de aarde een wereldwijd probleem, Nederland niet ontslaan van de verplichting om op zijn grondgebied maatregelen te nemen om bescherming te bieden tegen klimaatverandering. 

"De staat handelt onrechtmatig en in strijd met de zorgplicht en bij gevaar moet de staat preventieve maatregelen nemen", zo staat in de uitspraak. "Gelet op de grote gevaren die dreigen te ontstaan, moeten al op korte termijn verdergaande maatregelen worden genomen om de uitstoot van broeikassen terug te dringen."

De uitstoot van broeikasgassen moet dus tegen eind 2020 tenminste 25 procent lager liggen dan die in 1990. Vorig jaar lag de uitstoot 13 procent lager dan in dat jaar, en volgens een onderzoek uit 2017 waar het hof naar verwees, ligt Nederland op koers om tegen eind 2020 de uitstoot met 23 procent te verminderen. De studie zegt evenwel dat er een grote onzekerheidsmarge is, zodat de prognoses uitkomen op een vermindering tussen 19 en 27 procent. Dat betekent volgens het hof dat de kans reëel is dat de vermindering lager dan 25 procent zal uitvallen, en dat is voor het hof niet aanvaardbaar. Daarom moet de staat meer inspanningen doen om zeker een vermindering met  25 procent te halen. 

Sympathisanten van Urgenda feliciteren de advocaten met hun overwinning. AP 2018

"Op elk punt gewonnen"

De uitspraak werd vandaag in de zaal met een lang en luid applaus en gejoel ontvangen door de achterban van Urgenda, en mensen vielen elkaar in de armen. Tijdens het voorlezen van het arrest werd ook al meerdere keren "yes!" geroepen, of gelachen als argumenten van de Nederlandse staat van tafel werden geveegd. De argumenten van de staat zijn "verpletterd", aldus de aanwezigen.

Marjan Minnesma van Urgenda verwelkomde de uitspraak als een belangrijke overwinning die een stimulans zal zijn voor gelijkaardige juridische initiatieven in andere landen. 

"We hebben op elk punt gewonnen", zo zei ze na de uitspraak. "En het was een zeer goede uiteenzetting van de dringendheid van wat er nodig is, en van het feit dat de industriële landen een vermindering van 25 tot 40 procent  van de CO2-uitstoot zouden moeten bewerkstelligen." 

"Het hof heeft ook gezegd dat misschien een vermindering met 40 procent nodig is, maar in dit geval hadden we maar om 25 procent gevraagd, en dus hebben de rechters daar geen uitspraak over gedaan. Maar ze hebben duidelijk gezegd dat de klimaatverandering een zeer dringend probleem is met enorme risico's, en dus zou de staat op zijn minst het minimum moeten doen."

De Nederlandse regering zegt in een eerste reactie dat ze de uitspraak zal bestuderen, en daarna zal bepalen of ze cassatieberoep zal aantekenen. Het kabinet zegt wel dat ze het vonnis zal uitvoeren en dat een vermindering met 25 procent wel degelijk haalbaar is. Een eventueel cassatieberoep gaat voor de regering dan ook niet over het klimaatbeleid, maar de regering stelt de manier waarop het hof beleidskeuzes van de regering juridisch getoetst heeft in vraag.