AFP or licensors

Mensenrechten en democratie: geen zorg voor de Top van de Francofonie

Op de Top van de Franstalige Landen in Jerevan, Armenië, is de Rwandese minister van Buitenlandse Zaken Louise Mushikiwabo benoemd tot nieuwe secretaris-generaal. Opmerkelijk, want de organisatie heeft een charter waarin mensenrechten en democratie als belangrijke waarden vooropstaan, terwijl Rwanda een dictatuur is waar al ruim een kwarteeuw en tot vandaag de mensenrechten zwaar geschonden worden. Daarenboven schafte Rwanda tien jaar geleden het Frans af in het onderwijs en in zowat het hele openbare leven en werd lid van de Commonwealth. Het scheelde niet veel of Rwanda was zelfs uit de Organisatie van de Franstalige landen gestapt. Maar de tijden zijn veranderd.

Eerst de feiten op een rij

Rwanda kende in de koloniale tijd en tot 2004 twee erkende talen: het Kinyarwanda, de enige originele landstaal, en het Frans. Na de machtsovername door het Rwandees Patriottisch Front van Paul Kagame, in 1994, kwam het Frans meer en meer in de verdrukking. De nieuwe machthebbers waren opgegroeid in het Engelstalige Oeganda en beschuldigden van meet af aan Frankrijk van medeplichtigheid aan de genocide op de Tutsi’s in 1994. Ruim tien jaar geleden werd het Engels als derde officiële taal erkend en in 2008 werd het Frans geschrapt uit het onderwijs. Rwanda werd feitelijk een Engelstalig land. (Die ingreep had trouwens nefaste gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs in Rwanda en het lot van vele duizenden leerkrachten.)

Maar de afgelopen jaren krijgt het dictatoriale en repressieve regime van Paul Kagame ook vanuit de Engelstalige wereld geregeld veel kritiek. Het verdwijnen van de hem gunstige gezinde Clinton-familie uit de politieke top in de Verenigde Staten speelt zeker een rol. Ook zijn persoonlijke vriend Tony Blair, de vroegere Britse eerste minister, heeft lang niet meer de macht die hij ooit had. Het Rwandese regime probeert zijn imago gaaf te houden op het internationale toneel maar beseft meer en meer dat dit niet langer zal lukken door alleen maar te steunen op de Angelsaksische wereld.

In mei dit jaar knoopt Paul Kagame dan, na vele kille jaren, weer contact aan met het Franse presidentschap waar nu de jonge Emmanuel Macron zetelt. Tot verbazing van vriend en vijand spreekt president Macron, aan de zijde van Paul Kagame tijdens een officieel bezoek in Parijs, op dat ogenblik meteen zijn steun uit voor Louise Mushikiwabo als volgende secretaris-generaal van de Organisatie van Franstalige landen. Zij is al meer dan tien jaar lang de rechterhand van Paul Kagame en heeft zijn bewind altijd door dik en dun verdedigd.

Enkele maanden later krijgt Paul Kagame, voor één jaar voorzitter van de Afrikaanse Unie, de steun van de Franstalige Afrikaanse landen, overigens voor het grootste deel dictaturen zoals Rwanda.

Amper een week voor de Top van de Francofonie in Jerevan zien Canada en Québec zich verplicht om hun kandidaat, de uittredende secretaris-generaal Michaëlle Jean, te laten vallen. De consensus binnen de organisatie bij de benoeming van een secretaris-generaal is een traditie …

De weg vrij voor Louise Mushikiwabo

Waarom heeft Frankrijk voor deze prestigieuze, maar wel vooral uitvoerende, post een kandidaat naar voor geschoven uit een land waar het Frans zo goed als gebannen is en dat daarenboven de basisregels van het charter van de Francofonie, het streven naar democratie en het respect voor de mensenrechten, voortdurend schendt? Wellicht ligt de verklaring in het cynisme van de geopolitiek waarbij de belangen van staten veel belangrijker zijn dan die van mensen. Mensenrechten en democratische verzuchtingen moeten telkens weer wijken voor de keiharde belangen van de landen, in dit geval Frankrijk, de hoofdsponsor van deze internationale organisatie.

Waarschijnlijk weten we pas binnen enkele jaren welke strategie hier achter zit. Maar het exclusieve interview dat de Franse president Macron aan Radio France International en France24 heeft gegeven verraadt toch dat dit alles niets te maken heeft met een gebrek aan kennis over de realiteit van het Rwandese regime. Alles wijst erop dat hier hoog politiek pokerspel gespeeld wordt met als uiteindelijk doel: het veilig stellen van de Franse belangen in Afrika.

Als stabiel land, ‘dankzij’ de ongenadige repressie, is Rwanda een eiland in Centraal-Afrika. Vandaar dat het kleine landje zonder grondstoffen een aantrekkelijke landingsplaats is voor vele Westerse landen. Wat het regime intussen met zijn eigen bevolking doet, tot en met verdwijningen en willekeurige arrestaties, wordt daarbij niet in rekening gebracht.

Daarenboven is Paul Kagame nog tot het einde van dit jaar voorzitter van de Afrikaanse Unie en heeft hij op die manier buitenproportioneel veel macht over zijn Afrikaanse collega’s, in meerderheid ook dictators die vooral aan de macht willen blijven.

In die context heeft de Franse president Macron mogelijk de afweging gemaakt dat hij beter Rwanda te vriend maakt/houdt dan het oude conflict op de spits te drijven. Een topfunctie toewijzen aan Rwanda kan daarbij helpen. Er zijn tenslotte ook heel wat Franse bedrijven actief in de regio en die kunnen maar beter niet te veel tegenstand krijgen.

Voor Rwanda zelf is dit een uitgelezen kans om zijn internationaal imago op te poetsen. Er was al te veel aandacht gegaan naar het gemanipuleerde referendum waardoor Kagame aan de macht kan blijven tot 2034 én naar de gecorrumpeerde verkiezingen die hij vorig jaar won met net geen 99% van de stemmen. Ook de meest bekende politieke gevangenen, Victoire Ingabire en Diane Rwigama, liepen in de weg en werden dan maar voorwaardelijk vrijgelaten amper enkele dagen voor de beslissende top van de Francofonie. De internationale mediapubliciteit daarrond werd netjes aangestuurd en het lukte zelfs om de duizenden die nog altijd gevangen zitten zonder proces én de vele verdwijningen buiten de internationale aandacht te houden. Rwanda spendeert veel geld aan internationaal lobbywerk en dat rendeert.

Op die manier waren Frankrijk en de Franstalige Afrikaanse landen al binnen boord gehesen. Nu Canada nog. De meeste waarnemers daar gaan ervan uit dat de ambitie van Canada om volgend jaar niet-permanent lid van de Veiligheidsraad te worden zeker een rol heeft gespeeld. Daarvoor zijn de stemmen van Afrikaanse landen van belang. En dus was het niet het moment om die Afrikaanse (Franstalige) bondgenoten tegen de haren in te strijken en werd de eigen Canadese kandidaat-secretaris-generaal snel opgeofferd. (Op een soortgelijke manier lijmde ook ons land dit voorjaar vele twijfelachtige regimes, ook Rwanda, in de aanloop naar de verkiezing van België tot niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad.)

Landen in plaats van mensen

En zo krijgt het kleine Rwanda alweer een internationale topjob die op zich niet veel voorstelt op het wereldtoneel maar wel een extra troef is voor het dictatoriale regime om zich op het wereldtoneel te handhaven. Meteen na de geslaagde operatie circuleerden op de sociale media al de triomfantelijke berichten van de lobbyisten van het regime met in één adem een dreigement voor elke criticus van het regime: ‘We zullen jullie nu overal vinden en uitschakelen’. Uiteraard alleen in het Kinyarwanda.

De belangen van de onderdrukte Rwandese bevolking, van de mensenrechten en de democratie, zo prominent beschreven in het Charter van de Francofonie, zitten alweer in de koelkast. De verslagen secretaris-generaal Michaëlle Jean verwees er in haar laatste toespraak nog naar: ’We moeten allemaal weten aan welke kant van de geschiedenis we willen staan’.

Maar dat is niet de zorg van de landen-leden van de Organisatie van de Franstalige landen.

AFP or licensors

Niemand stelde de lastige vragen over wat de organisatie voortaan zal doen om vrede en veiligheid voor élke burger, ook de Afrikaanse, te bevorderen. Het woord ‘democratie’ lijkt wel helemaal taboe geworden. 

En België en de Waals-Brusselse Federatie, allebei leden van deze organisatie en in Jerevan vertegenwoordigd door premier Charles Michel?  Hij liet alleen weten dat hij zich aangesloten heeft bij de consensus over de kandidatuur van de Rwandese minister van Buitenlandse Zaken en dat het niet het moment is ‘om goede en slechte punten uit te delen’ over zaken als mensenrechten.

Een goede verstaander heeft niet meer nodig.