VRT

Verzamelaar Toporovski: "Labo-onderzoek op helft Russische werken uit MSK Gent bewijst dat ze authentiek zijn"

Labo-onderzoek op 12 van de 24 Russische avant-gardewerken die in het Museum voor Schone Kunsten van Gent hingen wijst uit dat ze wel degelijk dateren uit de beginjaren 1900, en dus geen vervalsingen zijn. Dat zei kunstverzamelaar Igor Toporovski op een persconferentie in Brussel. Na vragen over de echtheid van de werken moest museumdirecteur Catherine de Zegher in maart een stap opzijzetten. 

Op in totaal 12 van 24 Russische avant-gardewerken die tentoongesteld waren in het MSK Gent is wetenschappelijk labo-onderzoek uitgevoerd. Dat wijst uit dat de werken wel degelijk gemaakt zijn met materialen uit het begin van de 20e eeuw. Dat zegt kunstverzamelaar Igor Toporovski, die de werken in bruikleen gaf aan het museum.

Toporovski heeft de resultaten van het onderzoek toegelicht op een persconferentie in Brussel. Samengevoegd met het al bestaande kunsthistorisch bewijs staat de echtheid van de werken vast, zegt hij. 

Video player inladen ...

Twee werken waren eerder al onderzocht op de echtheid van de materialen. Sindsdien liet Toporovski tien bijkomende werken onderzoeken, verdeeld over vier Europese onderzoekslaboratoria. Die konden nog stalen nemen voor er beslag gelegd is op de werken.

Bij de onderzochte werken zijn ook de twee beschilderde voorwerpen van Kazimir Malevitsj: een mand van een straatventer en een spinstok uit de Vologda regio. Het nationaal wetenschappelijk onderzoekscentrum CNRS in Parijs zal de resultaten daarover binnenkort publiceren, zegt Igor Toporovski.

Toporovski bereidt ook een boek voor waarin hij alle bevindingen gaat publiceren. Voorlopig maakt hij ze nog niet publiek, omdat er een rechtsprocedure loopt. Ze worden wel overgemaakt aan de onderzoeksrechter.

Mand van een straatventer - Kazimir Malevitsj, ca. 1920. Een van de onderzochte werken.

Toen het Museum voor Schone Kunsten van Gent in oktober vorig jaar de 24 Russische avant-gardewerken tentoonstelde, kwamen er behoorlijk wat vragen over de herkomst en de echtheid van de werken. Met name de twee beschilderde voorwerpen van Malevitsj waren onderwerp van discussie. Kunstkenners hadden daar nog nooit over gehoord, maar volgens Toporovski en De Zegher beschilderde Malevitsj zelfs een groot aantal gebruiksvoorwerpen.

De hele zaak veroorzaakte commotie in de nationale en internationale pers. Als gevolg daarvan besliste het stadsbestuur van Gent dat de opdracht van Catherine de Zegher als directeur van het MSK tijdelijk werd opgeschort. 

Catherine de Zegher was aanwezig op de persconferentie. Ook voor haar is het nieuwe wetenschappelijke materiaal een bevestiging van haar oorspronkelijke oordeel. En dat was al gebaseerd op grondig onderzoek en vaststaande feiten, die ze nog eens uitvoerig toegelicht heeft. 

Catherine de Zegher: "Wij hebben nu bovenop de kunsthistorische bewijzen die we reeds hadden, wetenschappelijke analyses die die werken bevestigen in die tijd."

Catherine de Zegher VRT

De avant-gardewerken zijn ontstaan ten tijde van de Russische revolutie. Aanvankelijk werden ze enthousiast onthaald en aangekocht door het regime en verspreid over de hele Sovjet-Unie. Maar in 1937 vaardigde Stalin een verbod uit op de werken. Meteen liep wie ze maakte of in zijn bezit had groot gevaar. De werken verdwenen tientallen jaren in kelders en opslagplaatsen. Pas sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie komen ze weer aan de oppervlakte. 

Dat kan verklaren waarom er de laatste jaren zoveel werken opduiken. Maar dat maakt het ook moeilijk om de echtheid ervan aan te tonen. Toch blijven zowel verzamelaar Toporovski als museumdirecteur De Zegher erbij dat ze voor alle tentoongestelde werken de nodige documenten konden voorleggen. 

Dergelijke documenten moeten aangeven waar de werken vandaan komen, welke plaats ze in het oeuvre van de kunstenaar innemen, en in welke naslagwerken over collecties en tentoonstellingen ze vermeld staan. Pas als er over een werk een degelijk dossier samengesteld is, kan het tentoongesteld worden in een museum.

(lees verder onder de afbeelding)

Constructies - Lyubov Popova, 1918-1920. Een van de in het labo onderzochte werken.

Het adviesbureau Ernst & Young voert op dit moment op vraag van de Stad Gent een audit uit om na te gaan of het MSK daarbij alle gangbare regels zorgvuldig heeft toegepast. Die audit wordt bemoeilijkt omdat de onderzoeksrechter in Gent beslag heeft laten leggen op alle werken en de daarbij horende documenten.

Dat gebeurde na een strafklacht van kunsthandelaren, die vrezen dat gelijkaardige werken in hun bezit door de heisa waardeverlies leden. Hun advocaat was niet uitgenodigd op de persconferentie. Hij vindt het alvast ongehoord dat die nog tijdens de rechtsgang plaatsvindt.

Op vraag van zijn cliënten is een gerechtdeurwaarder binnengevallen op de persconferentie, die elk gesproken woord registreert om na te gaan of er bezwarende of lasterlijke uitspraken worden gedaan. Zij laten ook weten geen vertrouwen te hebben in de expertises van de labo's.

Kunstverzamelaar Igor Toporovski heeft altijd ontkend dat hij munt wil slaan uit zijn omvangrijke collectie. Ook nu houdt hij staande dat hij zijn verzameling kunstwerken van het Russische modernisme als geheel wil bewaren en onderbrengen in een op te richten museum in Jette.

Daarom heeft hij zijn collectie ondergebracht in de Stichting-Dieleghem en heeft hij in Jette al een gebouw aangekocht. De bedoeling is om daarin behalve een museum ook een onderzoekscentrum onder te brengen dat de lacunes in de kennis van deze kunststroming moet helpen opvullen.

Video player inladen ...

Igor Toporovski: "Het doel van de Dieleghem-stichting is wetenschappelijk en niet winstgevend. Ze wil de collectie in haar geheel bewaren, en beheren. En ze wil ook een onderzoekscentrum zijn voor het Russische modernisme. Want wij bezitten nu het grootste archief van deze kunststroming in Europa. Dat centrum moet er binnenkort komen in Dieleghem, in Jette. Dat wordt een cultureel instituut."

"België krijgt daarmee een sympathiek en heel interessant museum, want deze kunst wordt nu erg gewaardeerd en gekend. En ik herhaal nog eens ons doel: de collectie volledig houden, intact. Geen enkel werk komt op de markt. En wij zetten ons artistiek en technisch onderzoek verder om de lacunes in de kennis van deze bijzonder interessante kunst op te vullen."