AP 2018

Vernield, verknipt en verhuisd: Acht weetjes over "De nachtwacht"

Het Rijksmuseum in Amsterdam onderwerpt "De nachtwacht" volgend jaar aan een grondige restauratie. Wat maakt dit meesterwerk van Rembrandt zo bijzonder?

1. "De nachtwacht" heet niet "De nachtwacht"

Wat vandaag als "De nachtwacht" bekendstaat, heet oorspronkelijk (hou u vast) "De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren". Het is een groepsportret dat de schuttersgilde van Amsterdam rond 1640 bij Rembrandt van Rijn bestelt.

Tegen het einde van de 18e eeuw is het doek zo verdonkerd dat twijfel rijst over wat precies staat afgebeeld. Door de duistere uitstraling ontstaat het idee dat het om een nachtelijk tafereel gaat. Dat klopt niet, maar toch is "De nachtwacht" geboren.

2. "De nachtwacht" was revolutionair

In de 17e eeuw zijn groepsportretten veelal statisch en "saai". Wanneer Rembrandt de opdracht van de schuttersgilde binnenhaalt, besluit hij het over een andere boeg te gooien.

In plaats van zijn broodheren netjes op een rij te schilderen, kiest hij voor een gedurfde compositie waarbij hij de figuren op een dynamische manier rangschikt. Zo bereikt hij een grote levendigheid die hij door een uitgekiend spel van licht en donker versterkt.

Rembrandt gebruikt verschillende technieken bij het schilderen. Sommige onderdelen werkt hij in het grootste detail uit, elders brengt hij de verf in een dikke laag aan. De hand die de kapitein in het midden uitsteekt, lijkt recht uit het doek te komen.

(Video onder: kunsthistoricus Henk van Os legt uit waarom "De nachtwacht" tot een nationaal symbool van Nederland is uitgegroeid)

Video player inladen ...

3. "De nachtwacht" was (niet) populair

Het verhaal wil dat de opdrachtgevers niet bepaald laaiend enthousiast zijn over "De nachtwacht" wanneer Rembrandt het resultaat onthult. Behalve kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh hebben 16 andere leden van de schuttersgilde (grof) geld op tafel gelegd voor een plekje op het doek.

Toch beseffen veel tijdgenoten meteen dat Rembrandt een meesterwerk heeft gemaakt. Zijn voormalige leerling Samuel van Hoogstraten prijst hem omdat hij de kracht van de compositie en de eenheid boven de individuele potretten stelt. Hij noemt het doek "schilderachtich van gedachten", "zwierich" en "krachtich".

4. "De nachtwacht" is meermaals verhuisd

"De nachtwacht" is klaar in 1642 en hangt tot 1715 in de grote feestzaal van de Kloveniersdoelen in Amsterdam, het hoofdkwartier en de oefenplek van de schuttersgilde. Nadien verhuist het naar het stadhuis op de Dam, vandaag het paleis op de Dam.

Tijdens de Franse overheersing belandt "De nachtwacht" in 1808 heel even in het Trippenhuis elders in de stad. Daar krijgt het werk in 1815 een permanent onderkomen tot het gebouw van het Rijksmuseum in 1885 af is.

Sindsdien is "De nachtwacht" permanent in het museum te zien in de speciaal gebouwde Nachtwachtzaal. Enkel tijdens WO II halen de autoriteiten het doek uit voorzorg weg. Ze rollen het op en uiteindelijk brengen ze het in grotten in Maastricht onder. Na de oorlog keert het naar het Rijksmuseum terug.

"De nachtwacht" opgerold in een grot in Maastricht (onderaan links).

5. "De nachtwacht" is bijgesneden

"De nachtwacht" die vandaag in het Rijksmuseum is te zien, is kleiner dan het doek dat Rembrandt in de 17e eeuw schildert. Bij de verhuizing naar het stadhuis op de Dam in 1715 blijkt het te groot voor de voorziene ruimte. Daarom snijdt men langs 3 zijden stroken af.

Oorspronkelijk is het werk ongeveer 400 bij 500 centimeter groot, door de ingreep is dat nog 363 bij 438 centimeter. Bovendien moeten de afbeeldingen van 2 mannen en een kind eraan geloven.

De afgesneden stroken gaan verloren, maar een kleinere kopie van Gerrit Lundens uit de 17e eeuw geeft wel een idee van de oorspronkelijke omvang.

6. "De nachtwacht" is meermaals aangevallen

"De nachtwacht" is verschillende keren het doelwit van vandalisme geweest. In 1911 hakt een werkloze scheepskok met een schoenmakersmes op het doek in. Gelukkig beschadigt hij enkel de vernislaag.

Veel erger is de aanval van een psychisch gestoorde man op 14 september 1975. Hij gaat "De nachtwacht" met een gekarteld mes te lijf en maakt liefst 12 steken. Sommige zijn een meter lang en op 1 plek hakt hij een volledige driehoek uit.

Detail van "De nachtwacht" na de aanval met een gekarteld mes.

Op 9 april 1990 ligt "De nachtwacht" opnieuw onder vuur. Een man probeert het doek met zoutzuur te besproeien, maar een oplettende suppoost grijpt meteen in en giet het goedje met gedemineraliseerd water weg. Enkel de vernislaag loopt schade op.

Detail van "De nachtwacht" na de aanval met zoutzuur.

7. "De nachtwacht" is meermaals gerestaureerd

Het hoeft niet te verwonderen dat een schilderij dat bijna 400 jaar oud is al meermaals is gerestaureerd. Wanneer het nog in de feestzaal van de schuttergilde hangt, raakt het meer dan eens beschadigd wanneer leden per ongeluk met hun hellebaarden uithalen. Dan al vinden de eerste herstellingen plaats.

In de loop der eeuwen ondergaat "De nachtwacht" nadien talloze kleine en grote restauraties. Zo krijgt het zowat eens per eeuw een nieuw linnen doek aan de achterzijde. De laatste grondige restauratie dateert van 1976 na de desastreuze aanval met het gekartelde mes.

Video player inladen ...

8. "De nachtwacht" is een publiekstrekker

Elk jaar brengen liefst 2 miljoen mensen een bezoek aan het Rijksmuseum waar ze "De nachtwacht" bewonderen. Ook de groten der aarde vergapen zich met plezier aan het meesterwerk. Zo laat de Amerikaanse president Barack Obama zich in maart 2014 wat graag door premier Mark Rutte rondleiden.

Barack Obama en Mark Rutte poseren voor "De nachtwacht".

Zowat een jaar eerder vergaderen tal van gekroonde en andere koninklijke hoofden voor "De nachtwacht" waar koningin Beatrix naar aanleiding van haar troonsafstand een feestelijk afscheidsdiner geeft.