17-10-1918: Oostende en Rijsel bevrijd

Op 17 oktober 1918 worden Oostende, Rijsel en Douai bevrijd en de Oostenrijkse keizer kondigt aan dat hij zijn rijk wil omvormen tot een bondsstaat.

De opmars van de Belgische divisies tussen de kust en Diksmuide wordt door niets meer gestuit. Om te vermijden ingesloten te worden, hebben de Duitse troepen de kust ontruimd nadat ze bijna al hun kustbatterijen vernield hebben. Oostende, Zedelgem en Gistel worden zonder noemenswaardige tegenstand bevrijd.

’s Namiddags landen Britse schepen in het bevrijde Oostende. Als hun bevelhebber, viceadmiraal Roger Keyes, aan wal stapt, wordt hij door een enthousiaste menigte begroet.

Daarop breekt even paniek uit bij de Oostendenaars als een paar vanuit De Haan afgeschoten Duitse granaten in de haven inslaan. Op bevel van Keyes beschieten Britse en Franse oorlogsschepen vanop zee massaal de Duitse stellingen op de kust, om de stad van verdere aanvallen te besparen.

Later op de dag varen koning Albert en koningin Elisabeth met een Britse destroyer naar Oostende. Ze worden met onbeschrijfelijke geestdrift toegejuicht.  De koning en de koningin worden met Keyes in triomf op het stadhuis ontvangen en drinken op de bevrijding, voorraleer ze diezelfde avond weer vertrekken.

Een Brits militair en burgers op de dijk in Oostende, volledig afgezet door de Duitsers met prikkeldraad, om zich te verdedigen tegen een landing van Geallieerde troepen (KLM). Beginfoto, Britten trekken Rijsel binnen (IWM).

Elementen van de Belgische cavalerie rukken voorbij de frontlinie (eigenlijk te snel) op en bereiken Sint-Michiels en Sint-Andries bij Brugge. De beruchte Duitse batterij te Leugenboom, berucht omwille van haar beschietingen op Duinkerke (en gisteren nog op De Panne), valt in Belgische handen.

"Pris par les Belges/Door de Belgen genomen" staat er op het kanon van 38 cm (Collectie Koninklijk Paleis)

Ook in het centrum van de Legergroep Vlaanderen rukken de Fransen gestaag op. Op het einde van de dag komen ze echter op de baan van Tielt naar Wingene in contact met hevige Duitse weerstand. Hetzelfde doet zich voor bij de Belgische troepen in het zuiden. Ook hier bieden de Duitsers hevige weerstand op de lijn Tielt-Leie.

Iedereen in het bevrijde Oostende wil op de foto met Belgische soldaten (collectie Erwin Mahieu).

Het Tweede Britse Leger boekt beperkte vooruitgang. Wel wordt ten zuiden van Kortrijk de Leie overal overschreden.

Het offensief gaat overal verder op een versneld elan. De Duitse weerstand, vooral in het zuiden van het offensief, is niet meer van de verbetenheid van in het begin van het offensief.

Vlaggen in het ook bevrijde dorp Koekelare. Voor een raam het portret van koning Albert en koningin Elisabeth, dergelijke portretten werden door vliegtuigen van het Belgische leger boven bezet gebied uitgestrooid (Archief Koninklijk Paleis).

In Maldegem heeft de plaatselijke Duitse bevelhebber alle weerbare mannen opgeroepen om zich de komende dagen te melden. Ze moeten eten en kleren voor 2 dagen meebrengen. Ook alle landbouwers moeten zich melden, met hun runderen en schapen.

Het is niet erg duidelijk wat de bedoeling is. Misschien zullen de mannen moeten helpen bij het uitbouwen van een nieuwe Duitse verdedigingslijn.

Collectie Gemeentearchief Maldegem

Rijsel en Douai bevrijd

De grote Noord-Franse industriestad Rijsel is vrijwel ongeschonden door de Britten bevrijd.

De bevrijding van Rijsel verliep vrij ongewoon. In de vroege ochtend dwong de Duitse Kommandatur de inwoners op straat te komen en zich te begeven in de richting van de Britse troepen die de stad vanuit het westen naderden. De tienduizenden mensen begroetten de Britten meteen als helden. 

De intrede van de Britten in Rijsel (KLM)

De Duitsers maakten van de drukte in de straten gebruik om ongehinderd oostwaarts te vertrekken. Van brand of vernietigingen was geen sprake.

De stad heeft intussen wel geleden van de bezetting. Van de 210.000 inwoners zijn er nog maar zo’n 120.000 ter plaatse. Veel volwassen mannen werden weggevoerd. De honger en de griep hebben ook hier toegeslagen.

Een Franse soldaat wordt omhelsd door een jonge vrouw, omstaanders hebben kleine Brits-Franse vlaggetjes in handen (uit Le Miroir, 3-11-1918).

Ten zuiden van Rijsel is de oude stad Douai eveneens door de Britten ingenomen. De Duitsers trokken zich hier terug nadat hun laatste weerstand langs het kanaal tussen Douai en Rijsel gebroken was. Beide steden raakten daardoor ingesloten.

In tegenstelling tot Rijsel is Douai verlaten en deels vernield.  De Duitsers hadden de bevolking  geëvacueerd en bij hun vertrek ook brand gesticht.

Een Brits officier is verrukt dat hij het majestueuze - maar beschadigde - belfort van Douai van nabij ziet. Maandenlang had hij het vanop de heuverlrug van Vimy, geen  20 km verder,  waargenomen "als een vuurtoren van de overwinning".  

 

Zicht op het zwaar beschadigde centrum van Douai (uit Le Miroir, 3-11-1918, BNF Gallica)

De Duitsers bieden wel hevig weerstand meer naar het zuiden, langs de rivier de Selle bij Le Cateau. Daar zijn de Britten een zwaar offensief begonnen. Ze naderen de stad Guise.

Duizenden in Rijsel komen in de late middag van de dag van de bevrijding luisteren naar het optreden van een Britse militaire muziekkapel (Le Miroir, 3-11-1918).

Vreugde in Parijs

In de Franse hoofdstad zorgt de bevrijding van Rijsel voor heel wat emoties. Overigens worden Rijsel, Douai en Oostende in de pers in één adem genoemd om de nieuwe Geallieerde triomf aan te kondigen.

Rijsel, de metropool van het noorden, was verreweg de grootste en belangrijkste Franse stad die door de Duitsers was bezet.

Mensen verzamelden zich voor de Parijse kantoren van enkele grote Noord-Franse bedrijven en instellingen, waar het nieuws op affiches te lezen was. In enkele theaters werd de bevrijding tijdens de voorstelling bekendgemaakt, waarbij de aanwezigen de Marseillaise aanhieven. 

Het versierde allegorische standbeeld van Rijsel op de Place de la Concorde in Parijs op 17 oktober 1918 ( BnF, Gallica).

Een grote menigte verzamelde zich op de Place de la Concorde, waar het allegorische standbeeld van de stad Rijsel met Geallieerde vlaggen werd bekleed.

Kort daarop zijn buitgemaakte Duitse kanonnen naar de Place de la Concorde overgebracht. De in Rijsel gevestigde bank Crédit du Nord gaat vlakbij het standbeeld obligaties van de nieuwe Franse oorlogslening verkopen. Die heeft de naam “Bevrijdingslening” gekregen.

Er hingen ook Geallieerde vlaggen uit op het gebouw van het comité van Noord-Franse vluchtelingen. In Parijs zitten veel mensen uit Noord-Frankrijk die gevlucht zijn voor de Duitse invasie van hun streek.   

Een muziekkapel van het Italiaanse leger treedt op bij het allegorische standbeeld van Rijsel in Parijs op 17 oktober 1918 (BnF gallica)

Oostenrijkse keizer wil zijn rijk federaal hervormen

Een extra uitgave van de krant Wiener Zeitung  brengt een zeer ongewone oproep van keizer Karel van Oostenrijk “Aan mijn getrouwe Oostenrijkse volkeren”.  Daarin kondigt hij een radicale omvorming van het Oostenrijkse deel van zijn Dubbelmonarchie aan.

Oostenrijk moet overeenkomstig de wil van zijn volkeren een bondsstaat worden, waarin elke volksstam op zijn vestigingsgebied zijn eigen staatsgemeenschap vormt.”  De keizer nodigt de verschillende volkeren uit nationale raden te vormen die elk zo’n staat zouden oprichten. Dat zou dan in de praktijk moeten gaan over de Duitsers, de Tsjechen, de Oekraïners, de Slovenen en Kroaten (die laatsten zouden samen een staat kunnen vormen) en eventueel de Roemenen. 

De extra-uitgave van de Wiener Allgemeine Zeitung van 17 oktober 1918 ( Anno, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

Over de Poolse gebieden van Oostenrijk zegt Karel uitdrukkelijk dat ze bij een onafhankelijke Poolse staat kunnen gevoegd worden. Over de Italiaanse gebieden zwijgt hij maar de stad Triëst, waar Italië aanspraak op maakt, zou een bijzonder statuut krijgen.

Hongarije, het andere deel van de Dubbelmonarchie, blijft volledig buiten die hervorming. De Hongaarse regering wil niet van federalisme weten, hoewel ze zelf grote nationale minderheden onder zich heeft.  

Links, kaart met de etnische samenstelling van Oostenrijk-Hongarije, rechts portret van Karel, "de vredeskeizer" (Anno, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

Dit “Volkerenmanifest” komt er na de mislukking van besprekingen van de regering in Wenen met de vertegenwoordigers van de verschillende volkeren. Karel zet nu zelf de stap naar federalisme. Daarmee gaat hij ook in op de Veertien Punten van de Amerikaanse president Wilson, waarin autonomie voor de volkeren van Oostenrijk-Hongarije wordt geëist.

Wilson heeft overigens nog niet geantwoord op de Oostenrijkse vraag voor vredesonderhandelingen.

"Het zinkende Oostenrijk-Hongarije, met een verslagen leger en een hongerige bevolking" (The literary Digest, 27-7-1918).

Het manifest lijkt op een laatste, wanhopige poging van Karel om het eeuwenoude Habsburgse rijk in stand te houden. De vraag is of dit niet te laat komt.

Dat laatste geld zeker voor de Tsjechen. In Praag vinden zware incidenten plaats. Affiches kondigen de oprichting van een Tsjechische republiek aan. Drie dagen geleden heeft de Tsjecho-Slovaakse Nationale Raad in Parijs een voorlopige regering gevormd, die meteen door Frankrijk is erkend. Maar de Duitse minderheid in Bohemen zegt al dat ze niet in een Tsjechische staat wil leven. 

Tijdens de "Duitse Volksdag" in Troppau wordt geprotesteerd tegen de opname van Duitstaligen in een eventuele Tsjechische staat. Troppau is vandaag het Tsjechische Opava (Das Interessante Blatt, Wenen, 24-10-1918).

Kranten over 17 oktober

Het hoofdpunt in de kranten aan Geallieerde kant is vanzelfsprekend de inname van Rijsel, Douai en Oostende. La Patrie uit Montréal kondigt wat voorbarig aan dat de Duitsers uit België zijn verjaagd.

Aan de plannen van de Oostenrijkse keizer wordt geen aandacht besteed.