Video player inladen ...

Zoogdieren kunnen niet snel genoeg evolueren om te ontsnappen aan de huidige uitstervingsgolf

Wij mensen zijn planten- en diersoorten zo snel aan het uitroeien dat het ingebouwde verdedigingsmechanisme van de natuur, de evolutie, het niet kan bijhouden. Als de huidige inspanningen om de biodiversiteit te beschermen niet verbeterd worden, zullen er de komende 50 jaar zo veel soorten uitsterven dat de natuur tot 7 miljoen jaar zal nodig hebben om zich te herstellen, zo stelt een nieuwe studie. Opvallend is dat vooral grote zoogdieren al uitgestorven of fel bedreigd zijn, en ook unieke buitenbeentjes, soorten die geen naaste verwanten hebben en een hele eigen tak van de evolutionaire boom voor hun rekening nemen. Die laatste vaststelling is ook een aanleiding voor hoop: als we onze inspanningen voor natuurbescherming op die soorten concentreren, kunnen we de ernstigste gevallen van uitsterven vermijden.

In de afgelopen 450 miljoen jaar zijn er vijf dramatische omwentelingen geweest waarin het milieu op onze planeet op korte tijd zo ingrijpend veranderd is, dat het grootste deel van de planten- en diersoorten uitgeroeid werden. 

De zesde uitstervingsgolf is nu volop aan de gang, maar dit keer wordt de uitstervingsgolf niet veroorzaakt door natuurrampen, maar door de mens. De zesde golf is begonnen in het Laat-Pleistoceen, 126.000 jaar geleden, en tot nu toe zijn er al meer dan 300 soorten zoogdieren uitgestorven, goed voor meer dan 2,5 miljard jaar aan unieke evolutionaire evolutie. En de snelheid waarmee soorten uitsterven, neemt toe: gevreesd wordt dat in de komende 50 jaar nog zeer veel soorten zullen uitsterven.

Een team van onderzoekers van de Aarhus University en de University of Gotheburg heeft nu berekend dat de uitstervingsgolf zo snel gaat dat de evolutie ze niet kan bijhouden. 

Als zoogdieren aan hun normale tempo voort diversifiëren - uit elkaar groeien en nieuwe soorten vormen -, zal het hen nog 5 tot 7 miljoen jaar vergen om de diversiteit in hun biologische familie opnieuw op het niveau te krijgen van voor de komst van de moderne mensen, en 3 tot 5 miljoen jaar om de biodiversiteit - na de verwachte uitstervingsgolf van de komende 50 jaar - opnieuw op het huidige niveau te krijgen, zo blijkt uit de analyse.  

Een weergave van hoe de kleinere zoogdieren zullen moeten evolueren en diversifiëren gedurende de komende 3 tot 5 miljoen jaar om het verlies van de grote zoogdieren goed te maken. Matt Davis, Aarhus University

Sommige soorten zijn meer apart dan andere

De onderzoekers maakten gebruik van hun uitgebreide database van zoogdieren, waarin niet enkel soorten opgenomen zijn die nu nog bestaan, maar ook de honderden soorten die in het recente verleden geleefd hebben, en uitgestorven zijn toen de moderne mens, Homo sapiens, zich verspreidde over de aardbol. Dat betekende dat de onderzoekers de totale impact van onze soort op de andere zoogdieren konden bestuderen. 

Niet alle soorten zijn echter even betekenisvol. Sommige uitgestorven soorten waren evolutionair aparte afstammingslijnen met slechts enkele naaste verwanten, zoals de Australische buidelleeuw Thylacoleo - de carnivoor met de grootste bijtkracht van alle vleeseters die ooit geleefd hebben of nu nog leven - , of de vreemde Zuid-Amerikaanse Machrauchenia - op het eerste gezicht een lama met een slurf maar in werkelijk een uniek hoefdier met paard- en kameelachtige kenmerken. Toen deze dieren uitstierven, namen ze hele takken van de evolutionaire stamboom met zich mee het graf in. We hebben daarmee niet alleen deze soorten verloren, maar ook de unieke ecologische functies en de miljoenen jaren van evolutionaire geschiedenis waar ze voor stonden. 

En ook bij de soorten die nu nog leven maar bedreigd zijn, zitten er buitenbeentjes. Het gaat al zeker om nog overlevende grote dieren, zoals neushoorns en olifanten, en ook om unieke, vreemde exemplaren als de indri. Dat is de grootste lemuur op het Afrikaanse eiland Madagaskar, en hij is zowel sterk bedreigd als evolutionair gezien een apart geval, zonder naaste verwanten. Als de indri zou uitsterven, wat erg waarschijnlijk is, verliezen we daarmee 19 miljoen jaar aan unieke evolutionaire geschiedenis.  

"Grote dieren of megafauna, zoals de reuzenluiaards en de sabeltandtijgers, die zo'n 10.000 jaar geleden uitgestorven zijn, waren zeer apart evolutionair gezien. Aangezien ze weinig naaste verwachten hadden, betekenden het uitsterven van die soorten dat hele takken van de evolutionaire stamboom van de aarde afgehakt werden", zei paleontoloog Matt Davis in een persmededeling van de Aarhus University in Denemarken. Davis werkt aan de Aarhus University en was de leider van de nieuwe studie. "Er zijn honderden soorten spitsmuizen, dus die kunnen er wel tegen als er een paar uitsterven. Er waren maar vier soorten sabeltandtijgers, en die zijn allemaal uitgestorven."

Een reconstructie van de vreemde Macrauchenia. (Illustratie: Olga Kobrina/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0)

Lang wachten op een vervanger voor de neushoorn

2,5 miljard jaar aan evolutionaire geschiedenis vervangen - wat er nu al verloren is gegaan sinds het begin van de zesde uitstervingsgolf -, is al moeilijk genoeg, maar de zoogdieren die nu nog leven, worden geconfronteerd met een uitstervingsgolf die steeds sneller gaat.

Soorten die zeer ernstig bedreigd worden zoals de zwarte neushoorn, lopen een hoog risico om in de komende 50 jaar uit te sterven. Aziatische olifanten, een van de slechts twee - of drie, daar bestaat discussie over - overlevende soorten van een ooit machtige orde van de zoogdieren waartoe ook Amerikaanse olifanten, mammoeten en mastodonten behoorden, hebben minder dan 33 procent kans om het einde van deze eeuw te halen. 

De onderzoekers namen deze soorten waarvan verwacht wordt dat ze zullen uitsterven, mee op in hun berekeningen van de verloren evolutionaire geschiedenis, en stelden zich de vraag: kunnen de nog bestaande zoogdieren deze verloren biodiversiteit herstellen?

Ze gebruikten krachtige computers, geavanceerde evolutionaire simulaties en veelomvattende data over de evolutionaire verwantschappen en de lichaamsgrootte van bestaande en uitgestorven zoogdieren, en ze waren daarmee in staat om in cijfers uit te drukken hoeveel evolutionaire tijd verloren zou gaan door het uitsterven van soorten in het verleden en in de toekomst, en ook hoe lang het zou duren om de biodiversiteit te herstellen. 

De onderzoekers kwamen naar voren met een "best-case senario" voor de toekomst, waarin de mens gestopt is met het vernietigen van leefmilieus en het uitroeien van soorten, waardoor het percentage van soorten die uitsterven, gereduceerd wordt tot de lage achtergrondniveaus die we zien in het fossielenbestand.

Zelfs in dit erg optimistische scenario, zullen de zoogdieren 3 tot 5 miljoen jaar nodig hebben, enkel om genoeg te diversifiëren om de takken van de evolutionaire stamboom te herstellen waarvan verwacht wordt dat ze die de komende 50 jaar zullen verliezen. En het zal meer dan 5 miljoen jaar duren, 5 tot 7 miljoen jaar, om te herstellen wat er verloren is gegaan aan reuzensoorten uit de ijstijd. 

Een reconstructie van de buidelleeuw Thylacoleo die een Diprotodon aanvalt, een uitgestorven lid van de Australische megafauna en een ver familielid van de wombats en de koala's.

Prioriteiten stellen bij natuurbescherming

"Hoewel we ooit leefden in een wereld van reuzen: reuzenbevers, reuzengordeldieren, reuzenherten en dergelijke, leven we nu in een wereld die steeds armer wordt aan grote, wilde zoogdiersoorten. De weinige nog overblijvende reuzen, zoals neushoorns en olifanten, lopen het risico zeer snel uitgeroeid te worden", zei professor Jens-Christian Svenning van de Aarhus University. Svenning leidt er een groot onderzoeksprogramma naar megafauna, en is een van de auteurs van de nieuwe studie. 

Het onderzoeksteam heeft echter niet alleen slecht nieuws. Hun gegevens en onderzoeksmethodes kunnen gebruikt worden om snel bedreigde, evolutionair opmerkelijke soorten te identificeren, zo dat we prioriteiten kunnen stellen bij onze natuurbeschermingsmaatregelen, en zo die kunnen toespitsen op het vermijden van de ernstigste vormen van uitsterving, namelijk het uitsterven van unieke soorten zonder naaste verwanten.

Want, zoals Matt Davis het zegt in de persmededeling: "Het is veel makkelijker om nu de biodiversiteit te redden dan ze later opnieuw te laten evolueren."

De studie van Davis en Svenning van de Aarhus University en Søren Faurby van de Zweedse Gothenburg University is verschenen in "Proceedings of the National Academy of Sciences".

VIDEO: bekijk hieronder het gesprek met bioloog en journalist Dirk Draulans in "De afspraak"

Video player inladen ...