Een ziekenhuis van het Lebensbornproject in Noorwegen. Foto: Riksarkivet Oslo.

Noorse verontschuldigingen voor vriendinnen van Duitse soldaten tijdens WO2

De Noorse premier Erna Solberg heeft in naam van de natie verontschuldigingen aangeboden voor de slechte behandelingen van vrouwen die tijdens de oorlog een relatie hadden met Duitse soldaten. Het is een opvallende zet naar 10.000 kinderen uit dat soort relaties.

"Jonge Noorse vrouwen die relaties hadden met Duitse soldaten of waarvan dat vermoed werd, waren nadien het slachtoffer van een onwaardige behandeling. Onze conclusie is dat de Noorse overheid de fundamentele regels geschonden heeft dat niemand gestraft mag worden zonder vorm van proces. Voor sommigen was het een tienerliefde, voor anderen de liefde van hun leven of een onschuldige flirt die de rest van hun leven beïnvloedde. In naam van de regering, bied ik hiervoor mijn verontschuldigingen aan".

Zo luidde het statement van premier Solberg ter gelegenheid van de 70e verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties.

Vele van die vrouwen zijn inmiddels overleden, maar voor hun nabestaanden zijn de verontschuldigingen wel belangrijk, aldus enkele kinderen die uit zo'n relatie zijn voortgekomen, maar intussen ook op leeftijd zijn.

"Noorse vrouwen als kweekbatterijen"

Noorwegen was een neutraal land tot het begin 1940 door Duitsland werd bezet. Nadien zouden er meer dan 50.000 relaties zijn geweest tussen Noorse vrouwen en Duitse bezettingssoldaten. Daaruit zouden 10.000 kinderen zijn voortgekomen.

De nazi's moedigden dat soort relaties aan en hoopten om zo het concept van een Arisch opperras te promoten. Daartoe werden zelfs speciale materniteitsklinieken opgezet in het project "Lebensborn" (fontein van leven). Duitse soldaten werd aangemoedigd om te trouwen met of kinderen te krijgen met Noorse vrouwen, die als Germaans werden beschouwd.

Na de oorlog werden die vrouwen beschuldigd van verraad. Sommigen werden een tijdlang opgepakt of verloren hun burgerrechten. Anderen werden samen met hun kinderen uitgewezen naar Duitsland.

In 2007 stapte een groep van die kinderen naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, maar dat wees hun klacht af omdat de feiten verjaard zouden geweest zijn.