Een Vlaming nu op reis naar Spanje: "Liever blode Luis dan dode Luis"

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: de diplomatieke rel tussen Spanje en Vlaanderen. Mag van Dievel nog naar zijn huisje op de Canarische eilanden?

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Ik verslikte me nog geen klein beetje in mijn koffie toen ik las dat Madrid stante pede de diplomatieke banden met Vlaanderen verbreekt. Ik was namelijk net aan het overdenken wat er allemaal mee moet in mijn valies  bij mijn volgende reis naar Spanje, na de boekenbeurs.

Ik werd in weerwil van mijzelf overmand door paniek. "Jan Peumans, wat heb je me aangedaan!" kreet ik vertwijfeld. 

Want ik zag het al helemaal voor mij. Een vliegtuig vol zwijgzame, angstige mensen bij wie de vakantiestemming ver te zoeken is. De piloot die er de moed probeert in te houden met peptalk over het zonnige weer. Het matte applaus na de veilige landing. 

Onze moeilijke namen

En dan, na het uitstappen, net voor we aan de bagageband op onze koffers willen gaan wachten, het gevreesde moment.

We worden door de Guardia Civil afgeleid naar een oude hangar. Een voor een moeten we langs een klaptafeltje passeren waar twee officieren onze passen controleren. De paramilitairen zijn slecht gehumeurd. In plaats van koffie te drinken en naar schaars geklede toeristes te kijken moeten ze de Belgische vakantiegangers in goeden en slechten opdelen. In Franstaligen en Vlamingen, met name. Spanje laat zich niet ongestraft beledigen door een kleine vreemde mogendheid.

Ze struikelen over onze moeilijke namen. Waarom heten wij ook Adelbert De Swertvaegher of Trifonius Van der Slagmuylders en niet gewoon Antonio Gomez del Moral?

'Loddevuk Vàààn Diévèl', spelt de eerste officier mijn naam op mijn pas.

Het zweet breekt mij uit.

No me gusta Jan Peumans

"Flamenco?" vraagt de Guardia met indringende blik. Alreeds reikt zijn hand naar zijn pistoolholster.

"No no!" antwoord ik laf, "soy de Valonia. No me gusta Jan Peumans. Es un loco. Eviva España!"

Net voor mij is namelijk een bejaard echtpaar dat argeloos ja had geantwoord op die vraag naar een geblindeerde bus van de politie afgevoerd, bestemming onbekend.

"Verrader!" klinkt het sissend achter mij.

Ik kijk in de kwade ogen van de man die tijdens de vlucht met luide stem had verklaard dat hij bereid was om te sterven voor Vlaanderen. En die vervolgens, op bijna algemeen verzoek van de tweehonderd medepassagiers, door het cabinepersoneel manu militari het zwijgen was opgelegd.

"Qué?" wil de officier van de Guardia weten.

Ik haal mijn schouders op en rol eens met mijn ogen.

"Es borracho," haast ik mij te zeggen, hij heeft een pint te veel op.

Liever blode Luis dan dode Luis.

Ik mag na een laatste argwanende blik van de Guardia beschikken.

"Yo soy Flamenco!" verklaart de man achter mij met een van trots gezwollen stem, klaar om enig martelaarschap op zich te nemen.

Helaas voor hem blijkt hij de makkelijk uitspreekbare naam Dupont te dragen en mag ook hij - onder protest - zijn valies gaan ophalen.

Gelukkig scheiden hier onze wegen.

Het mag iets kosten

Om u de waarheid te zeggen, ik reis in november niet naar Spanje maar naar de Canarische eilanden. Waar de bevolking in het algemeen geen hoge dunk heeft van de regering in Madrid. Waar de liefde voor La Peninsula, het Spaanse vasteland, niet buitensporig groot is.

Waar ze als semi-autonome regio hun eigen boontjes doppen. Waar ze de band met Madrid zien als iets waar voordeel uit te puren valt. Waar de Spaanse eenheid toch nog altijd in de hoofden en de harten woont (vooral als Barcelona of Madrid in de Champions League spelen en de cafés vol fanatieke supporters zitten).

Een eenheidsgevoel dat Madrid overigens met alle macht aanmoedigt, concreet met het subsidiëren van zeer goedkope vliegtuigtickets en scheepstarieven voor Canarios die het moederland willen bezoeken. Het mag iets kosten, die band.

Vandaar dat ze op de Canarische archipel het fanatisme van de Catalaanse separatisten niet begrijpen. Ze hebben toch alles wat ze willen, die Catalanen?

Let wel: er bestaat ook op de Canarische eilanden een afscheidingsbeweging. Nog niet zo lang geleden publiceerde een separatistische krant een kaart van een would-be onafhankelijke Canarische archipel waarvan de territoriale wateren tot aan de Noord-Afrikaanse kust reikten. De krant rekende zich rijk aan visserijrechten en oliewinning op zee.

Canarios die in het Spaanse parlement zetelen werden en worden in die krant voor verraders uitgescholden. Zelfs op het kleinste eiland van de archipel droomde de voorzitter van de eilandraad ooit van een onafhankelijk El Hierro. Het eiland meet veertig bij dertig kilometer en is zo arm als Job, om u maar een idee te geven. Het stelt dus allemaal niet veel voor.

Maar ook op el Hierro leven gestrande Catalanen met wie het kwaad kersen eten is als het over de Catalaanse kwestie gaat. Het zijn bovendien vrienden van mij. Hoe moet ik dat straks weer aan boord leggen, zonder in ruzie te vervallen?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.