PA Wire/PA Images

40 procent meer leefloners in 10 jaar tijd: "Eén armoedebeleid nodig, over alle beleidsniveaus heen"

Het aantal mensen dat moet rondkomen met een leefloon blijft jaar na jaar toenemen. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten wil dat er één armoedebeleid op poten gezet wordt over alle beleidsniveaus heen. "Het momentum is daar nu er in 2019 op zowel lokaal, Vlaams als federaal niveau nieuwe besturen komen", zegt Nathalie Debast van de VVSG.

Terwijl er in 2008 ongeveer 30.000 Vlamingen met een leefloon waren, stijgt dat aantal in 2018 naar ruim 41.000. "Jaar na jaar zien we dat er meer Vlamingen een leefloon nodig hebben", zegt Nathalie Debast van VVSG. 

De stijging is niet aan één oorzaak toe te schrijven. Zowel in de leeftijdscategorie tot 25 jaar als bij ouderen neemt het aantal toe. Er kwamen meer schoolverlaters bij, maar ook mensen die na ontslag geen nieuwe job vonden en die door een wijziging in de werkloosheidssteun plots zonder uitkering vielen; meer erkende vluchtelingen hebben steun nodig en ook een stijgend aantal leerlingen aan middelbare school en hoger onderwijs redden het niet zonder leefloon,...

Belang van lokaal beleid

Samen met een leefloon krijgen mensen ook begeleiding door een maatschappelijk werker. Ze proberen een traject uit te stippelen om zo snel mogelijk weer te integreren in de maatschappij. Liefst door werk, maar ook degelijke huisvesting, een diploma of arbeidscompetenties verwerven en allerlei andere problemen oplossen horen daarbij.

Een leefloon zit onder de armoederisicogrens. Een alleenstaande krijgt 910 euro per maand, een gezin 1.254 euro. "We weten dat mensen met een leefloon al snel in armoede verzeilen, waardoor problemen zich opstapelen", zegt Peter Raeymaeckers, docent Sociaal Werk aan de UAntwerpen. "En wat we uit onderzoek weten is ook dat de cijfers een onderschatting zijn van de behoefte." 

Niet iedereen vindt de weg naar steun

Uit onderzoek blijkt dat er een zogenoemde "onderbescherming" is. Mensen die recht hebben op een leefoon of andere financiële tegemoetkomingen vinden te vaak de weg naar die steun niet. Omdat ze bijvoorbeeld niet weten welke mogelijkheden bestaan en er ook niet op gewezen worden. Of omdat ze niet weten waar ze het moeten vragen. Of omdat ze niet weten hoe en wat ze dan precies moeten vragen. 

Van vraag naar aanbod

"Gemeenten en OCMW's zouden daarom een switch moeten maken", duidt professor Raeymaeckers. "Nu wachten ze tot er een vraag komt van wie in armoede zit of draagt te raken. Dan schieten ze in actie. Maar eigenlijk zou het zinvoller zijn om proactief te werken."

Hoe sneller begeleiding en steun start, hoe groter de kans dat mensen weer een plaats vinden in de maatschappij

"Gemeenten en OCMW's weten dat snelheid een rol speelt. "Hoe sneller ze beginnen met begeleiding en steun, hoe meer kans er is dat mensen weer een plaats vinden in de maatschappij", zegt Nathalie Debast. "Lokale besturen doen ook al meer dan ze verplicht zijn vaak." Zo is er in Kortrijk een armoedebeleid op poten gezet waarbij alle schepenen met al hun bevoegdheden betrokken zijn, in Beerse is er een ervaringsdeskundige in dienst genomen die proactief problemen opspoort en ook in Gent is er een breedgedragen armoedebestrijding.

Momentum

Los van elkaar halen zowel VVSG als professor Raeymaeckers 2019 aan als momentum. Volgend jaar zijn er overal nieuwe besturen: zowel op lokaal, als Vlaams als federaal niveau. "Armoede is zo'n complex probleem dat er op alle vlakken tegelijkertijd actie moet worden ondernomen. Dat vergt dus één plan over alle beleidsniveaus en bevoegdheden heen", zegt professor Raeymaeckers. 

Er wordt al wel veel over armoede gepraat en er zijn veel acties. "Maar te vaak blijft het bij werkgroepen en projecten", stelt VVSG vast. "Er is nood aan een duidelijke visie over de richting die we uit moeten. Acties moeten over de beleidsniveaus samengelegd worden, budgetten vastgelegd ook, zodat we allemaal samen werken aan een efficiënte armoedebestrijding."