Komt er twee jaar uitstel voor de afschaffing van zomer- en wintertijd?

De Europese Commissie heeft voorgesteld om vanaf oktober volgend jaar (2019) te stoppen met de omschakeling van wintertijd- naar zomertijd en omgekeerd. De Nederlandse regering vindt dat dit te snel is. Naar verluidt heeft EU-voorzitter Oostenrijk een compromis naar de lidstaten gestuurd, met het voorstel om zomer- en wintertijd pas in 2021 af te schaffen.

In september verraste Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker iedereen met zijn voorstel om in heel de Europese Unie een einde te maken aan gelijktijdige omschakeling van winter- naar zomertijd in maart en van zomer- naar wintertijd in oktober. Volgens de Europees Commissie wil een meerderheid van de Europeanen af van die omschakeling. Ze baseerde zich op een omstreden online raadpleging, waar 4,6 miljoen mensen (de grote meerderheid uit Duitsland) aan deelnamen.  

De Commissie publiceerde een wetsvoorstel, en wou er ook vaart achter zetten: lidstaten zouden tegen eind april 2019 moeten laten weten of ze zouden kiezen voor permanente zomertijd of permanente wintertijd. Lidstaten die zouden kiezen voor wintertijd, zouden dan in oktober 2019 een laatste keer kunnen omschakelen naar wintertijd. Lidstaten kunnen ook beslissen om vanaf dan op zomertijd te blijven.  

Het wetsvoorstel wordt pas wet, indien het wordt goedgekeurd door het een meerderheid van het Europees Parlement en een meerderheid van de lidstaten. Bij de lidstaten zorgt het voorstel voor verwarring: het risico bestaat immers dat er een uurverschil komt tussen buurlanden.  België,  Nederland en Luxemburg willen dezelfde keuze maken, en  zijn van plan aan hun bevolking en aan de bedrijfswereld te vragen waar hun voorkeur naar uitgaat, zomertijd of wintertijd.  Sommige landen willen de omschakeling helemaal niet afschaffen. Oostenrijk, dat nog tot het einde van het jaar EU-voorzitter is, heeft nu naar verluidt een compromisvoorstel rondgestuurd. Pas in oktober 2021 zou er een einde komen aan de gelijktijdige omschakeling. Lidstaten zouden een jaar extra krijgen,  tot april 2020,  om te beslissen voor welke tijdszone ze kiezen. Op 29 en 30 oktober wordt de hele kwestie besproken op een informele bijeenkomst van Europese ministers van Transport in het Oostenrijkse Graz. Beslissingen kunnen daar niet genomen worden, omdat het een informele bijeenkomst is.

De Nederlandse regering liet vandaag alvast weten dat het nog veel vragen heeft bij het voorstel van de Europese Commissie, en dat er volgens haar inderdaad meer tijd nodig is om een beslissing te nemen. Volgens de regering is het niet realistisch om al voor de door Commissie gewenste datum van april volgend jaar overeenstemming over te bereiken in de EU,  en een wetswijziging door beide kamers van het Nederlandse parlement te krijgen.