Duurzaamheidskeurmerken helpen de arme landarbeiders amper vooruit

Let u op duurzaamheidskeurmerken zoals Fairtrade of Rainforest Alliance bij het kopen van bijvoorbeeld bananen, chocolade of koffie? En denkt u dan de kleine boeren en plantage-medewerkers te ondersteunen? Dan moeten we u teleurstellen: dergelijke keurmerken helpen de zwakste schakels in de wereldhandel amper vooruit. Dit volgens een rapport van SOMO. Fairtrade reageert: "Fairtrade aantoonbaar actief op leefbaar loon".

Volgens een rapport van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) zijn de arbeidsomstandigheden op boerderijen en plantages met een duurzaamheidskeurmerk nog steeds ondermaats. 

Zo verdienen de werknemers geen leefbaar loon en werken ze onder ongezonde en onveilige omstandigheden. Geregeld worden ook de rechten van de arbeiders geschonden.

Er is dus geen garantie dat leefomstandigheden verbeteren door een keurmerk. De verschillen tussen gewone en gecertificeerde plantages zijn klein. Soms is de situatie zelfs beter op een plantage zonder keurmerk.

Waarom dan zo'n keurmerk?

De keurmerken zijn evenwel niet nutteloos. Ze genereren meer aandacht voor de omstandigheden van landarbeiders. De boeren leren ook hoe ze beter een bedrijf kunnen runnen.

Ook zorgen keurmerken ervoor dat de verkoopsprijzen stijgen. Dit onder meer omdat er aan de marktprijs een sociale premie wordt toegevoegd, die terechtkomt bij een comité van arbeiders. Zij herinvesteren die dan in de bedrijven. Rechtstreeks profiteren de boeren er echter niet van: hun levensstandaard stijgt amper. Volgens de onderzoekers komt dat door hun zwakke onderhandelingspositie: ze zijn nauwelijks georganiseerd in vakbonden en kunnen niet anders dan het voorgestelde loon aanvaarden.

Rainforest Alliance hanteert bijvoorbeeld wel het minimumloon, maar dat is niet voldoende om een fatsoenlijk leven te garanderen voor de arbeiders. Bij Fairtrade is dit ook het geval. Het keurmerk heeft minimumeisen voor het loon, maar ook dit helpt de werknemers amper vooruit.

SOMO roept de keurmerken op om meer te doen dan de naleving van hun normen controleren. "Dat betekent intensievere samenwerking, afstemming en pleitbezorging met belanghebbenden zoals brancheorganisaties, supermarkten, vakbonden en ngo's", staat in het rapport.

Fairtrade reageert: "Fairtrade aantoonbaar actief op leefbaar loon"

Het ene keurmerk is het andere natuurlijk niet. Fairtrade beseft dat een minimumloon zelden voldoende is om een fatsoenlijk leven te garanderen voor een arbeider. "Daarom zet Fairtrade zich hard in voor een duidelijke stap richting leefbaar loon", meldt de woordvoerder van Fairtrade Charles Snoeck.

Fairtrade hanteert een ‘living income benchmarks’-methode. "Deze geven een duidelijk zicht op wat de boerenfamilies in specifieke regio’s zouden moeten verdienen om een fatsoenlijke levensstandaard te kunnen bereiken", zegt Snoeck. Vervolgens eist Fairtrade dat plantages en bedrijven jaarlijks streven de kloof tussen minimumloon en leefbaar loon te dichten.

Fairtrade benadrukt het belang van de afzetmarkt. "Dit is belangrijk omdat de Fairtrade-producenten vandaag slechts een klein deel van hun productie onder Fairtrade-voorwaarden kunnen verkopen", zegt Snoeck, "daardoor is het effect van een fatsoenlijke prijs en de ontvangen premie op salaris gering."

Fairtrade bevestigt dus ook de conclusie van het SOMO-rapport: "Een sterke mobilisatie van consumenten, merken en retailers is dus essentieel".

Wie meer wil weten, kan het volledige rapport 'Looking good on paper' hier downloaden.