Grote mensen lopen meer risico op kanker (omdat ze gewoon meer cellen hebben)

Een Amerikaanse studie heeft een verband aangetoond tussen lichaamslengte en kanker: hoe groter het lichaam, hoe groter de kans dat het kanker ontwikkelt. De auteur van de studie heeft daar ook een eenvoudige verklaring voor: hoe groter het lichaam, hoe meer cellen het heeft waarmee iets fout kan gaan. 

De studie is het werk van professor Leonard Nunney, bioloog aan de California Riverside universiteit. Hij is niet de eerste die een mogelijk verband legt tussen lichaamslengte en kanker. Maar hij is wel de eerste die een verklaring zoekt in het aantal lichaamscellen. 

Zweden als voorbeeld

Om een verband te vinden tussen lichaamslengte en kanker, zijn grote bevolkingsonderzoeken nodig.  3 jaar geleden is er zo'n onderzoek uitgevoerd in Zweden. Daar hebben onderzoekers de gegevens vergeleken van 5,5 miljoen volwassen mannen en vrouwen, van wie de kleinste 1 meter was en de grootste 2,25 meter. Ze ontdekten dat het risico op kanker evenredig toenam met de lichaamslengte. Bij de grootste mensen waren er relatief meer gevallen van kanker dan bij de kleinste, en dat aantal nam met de lichaamslengte toe. 

Bij vrouwen neemt het risico op kanker per 10 centimeter lichaamslengte met 12 procent toe. Bij mannen met 9 procent. 

Prof. Leonard Nunney, bioloog University of California Riverside

Professor Nunney heeft 4 dergelijke bevolkingsonderzoeken naast elkaar gelegd. Hij kwam tot de  vaststelling dat het risico op kanker bij vrouwen met 12 procent toenam per 10 centimeter lichaamslengte, en bij mannen met 9 procent. Er was in die onderzoeken gekeken naar 23 soorten kanker. 18 soorten, waaronder een vorm van melanoom of huidkanker, bleken meer voor te komen bij grote dan bij kleine mensen.

Geen verklaring, of toch?

Een verklaring voor dit verband, tussen lichaamslengte en kanker, is tot nu toe niet gevonden. Maar wetenschappers hebben wel verschillende hypotheses. Een van de hypotheses luidt dat sommige groeihormonen niet alleen de lichaamsgroei sturen maar ook een rol spelen bij de ontwikkeling van kanker. Een andere ziet een verklaring in omgevingsfactoren, zoals de voeding die een persoon als kind heeft gehad.     

Professor Nunney zoekt een verklaring in de lichaamscellen. Hij vertrekt daarbij vanuit het grondbeginsel dat kanker ontstaat als cellen muteren, of zich onregelmatig beginnen te delen. Hoe groter het lichaam, hoe meer cellen het heeft en hoe groter de kans dat het ook cellen heeft die op een bepaald moment muteren. Zo redeneert hij.

Of je als kind een ander dieet hebt gehad, speelt geen rol. Het is gewoon het aantal cellen dat telt. 

Prof. Leonard Nunney, bioloog University of California Riverside

Aan de hand van een model heeft professor Nunney ook berekend hoe het aantal lichaamscellen zich verhoudt tot het risico op kanker. Zijn bevindingen kwamen zo goed als overeen met de bevindingen van de 4 bevolkingsonderzoeken.  Wat hem doet besluiten dat er mogelijk een verband is tussen kanker en lichaamslengte, en dat het aantal lichaamscellen mogelijk een verklaring biedt voor het verband. 

De relativiteit van statistieken

Professor Gert Matthijs is geneticus in het Universitair Ziekenhuis in Leuven. Hij relativeert de studie van professor Nunney. "Met statistische methodes kan je in grote studies heel sterke cijfers verzamelen, maar het verband tussen lichaamslengte en het risico op kanker blijft relatief. Uit de cijfers kan je alleen maar afleiden dat grote mensen gemiddeld wat vaker kanker zullen krijgen. Maar welke grote mensen kanker zullen krijgen, valt aan de hand van de cijfers niet te zeggen. En omgekeerd sluiten ze ook niet uit dat iemand die kleiner is, toch kanker krijgt."

Uit de cijfers kan je alleen maar afleiden dat grote mensen gemiddeld wat vaker kanker zullen krijgen.

Prof. Gert Matthijs, geneticus UZ Leuven

"De absolute cijfers zijn belangrijker", gaat professor Matthijs voort. "Actrice Angelina Jolie had – voor ze preventief haar borsten liet wegnemen – zo’n 80 procent kans op borstkanker, omdat ze van haar familie genen heeft geërfd die het risico op borstkanker sterk verhogen.  Als je haar had verteld dat haar lichaamslengte die kans met nog 1 of 2 procent vergrootte, dan had dat voor haar allicht geen verschil gemaakt."

Speculatie

"Vanuit wetenschappelijk oogpunt hebben dergelijke studies ons weinig te bieden", besluit professor Matthijs. "Ze geven ons geen antwoord op de vraag hoe kanker ontstaat. Als geneticus kan ik zeggen dat er wel honderden genen zijn die mee de lichaamslengte bepalen. Het zou best kunnen dat een aantal van die genen ook een rol spelen bij het ontstaan van kanker. Maar welke genen hier specifiek een rol spelen, is nog niet geweten. Daar kan op dit moment alleen maar over gespeculeerd worden.
Mensen hoeven hoe dan ook niet wakker te liggen van de studie. Want zoals gezegd: met statistieken kan je veel aantonen, maar geen voorspellingen doen voor individuen.

De studie van professor Leonard Nunney is verschenen in het tijdschrift Proceedings of the Royal Society B