Video player inladen ...

Psycholoog onderzocht Belgische IS-kinderen in Syrische kampen: "Waanzin te denken dat dit moordmachines zouden worden"

In Syrië en Irak verblijven op dit moment nog steeds een 160-tal kinderen van Belgische IS-strijders, de meesten van hen spoorloos. Gerrit Loots, professor Psychologie aan de VUB en kindertherapeut, trok vorige week samen met Child Focus-directeur Heidi De Pauw naar twee vluchtelingenkampen in Syrië om de 15 kinderen te onderzoeken die Rudi Vranckx daar in maart van dit jaar gelokaliseerd heeft. "We hadden zwaar getraumatiseerde kinderen verwacht, maar dat was absoluut niet het geval. Dit zijn kinderen zoals alle andere."

"Je hebt een primeur gehad", grapt Loots, aan het einde van ons gesprek. "Ik heb het er zelfs thuis nog niet over kunnen hebben." Loots is maandagnacht geland in België, na een week in Syrië.

 "Ik heb samen met mijn onderzoeksteam kindsoldaten in Oeganda, Congo en Colombia onderzocht. Toen in 2012 de kwestie van de vertrekkende Syriëstrijders onder de aandacht kwam, dacht ik: verdorie, we gaan er ook in ons land hebben. In maart van dit jaar kwam het keerpunt, toen bleek dat er Belgen in de Syrische kampen zaten en de Belgische regering het nadien naliet om hen terug te halen. Daar werden onbegrijpelijke veiligheidsargumenten voor aangehaald. “Hoe is het mogelijk?”, dacht ik. Dit loopt volledig fout."

Volgens u zijn die kinderen geen tikkende tijdbommen?
"Het is totale waanzin om dat te stellen. Absoluut ongegrond. Ik heb geen enkele indicatie om aan te nemen dat deze kinderen moordmachines zouden worden. Deze kinderen kunnen net zo goed als elk ander kind een leven opbouwen en opgroeien tot empathische en menslievende volwassenen. Let op: ik wil niet veralgemenen, het gaat hier om de kinderen in de kampen die ik bezocht heb, tot zes jaar oud. (75% van de Belgische IS-kinderen in Syrië en Irak is jonger dan zes, nvdr) Oudere kinderen die door IS zijn opgeleid om te moorden, zijn een ander verhaal."

"Er wordt ook zo veralgemenend gesproken over kinderen onder IS. Je ziet in elk conflict dat er een heel groot verschil is tussen jongeren die in de frontlinie hebben gevochten en anderen die een leven  achter de linies hebben geleefd, en niet in aanraking gekomen zijn met geweld. Er is meer nuance nodig."

U hebt de kinderen van nabij onderzocht. Hoe ging dat in zijn werk?
"We hebben uitgebreide gesprekken gehad met de moeders, om na te gaan wat we zeker over hun kinderen moeten weten. Daarna hebben we die kinderen onderzocht in speltherapie, met bouwstenen, Duplomannetjes, potloden en vingerverf. Daarmee gingen we na hoe het stond met hun cognitieve, motorische en taalontwikkeling en hun psychologisch welzijn."

Het team van Loots onderzocht de kinderen onder andere met speltherapie.

"Wat ons verraste: op hun taal na zat het met die ontwikkeling vrij goed. Dit waren kinderen zoals andere kinderen. We hadden zwaar getraumatiseerde kinderen verwacht, maar dat was absoluut niet het geval. Ze waren rustig, nieuwsgierig, aandachtig en speelden samen. Ze experimenteerden en verkenden. Aanvankelijk waren ze nog wat angstig en terughoudend maar ze vertrouwden ons vrij snel. Ze wilden spelen. Ze stonden te huilen toen we weer vertrokken."

"Nochtans hebben die kinderen wel traumatische ervaringen meegemaakt. Zo was er een van 21 maanden dat begon te huilen wanneer er auto’s of mannen opdoken. Maar over het algemeen hebben de moeders hen goed afgeschermd van die traumatische gebeurtenissen. Een voorbeeld: een van onze onderzoeksters vertelde een verhaal over een kikker aan de kinderen. Op een bepaald moment lag dat kikkertje onder een deken, en vroeg onze onderzoekster aan hen wat het aan het doen was. Waarop een van de kinderen zei dat het aan het wenen was. Raar natuurlijk, tot je van die moeders hoort hoe ze omgingen met de bombardementen die ze hebben meegemaakt. Dan vluchtten ze bij het eerste alarm allemaal samen naar een betonnen schuilplaats, waar ze de kinderen tussen hen in onder dekens stopten om de inslagen en het lawaai te dempen. Dan begrijp je het plots wél."

"Wat ook belangrijk is, is de rust en de structuur waarin die kinderen kunnen opgroeien. Daarin verschilden de twee kampen die we bezochten sterk. In het grootste van de twee, Al-Hol, zitten 16.000 vluchtelingen samen. Het is ook een gemengd kamp, met mannen, vrouwen en kinderen. Daar zie je dat de angst er dieper in zit dan in het kleinere kamp, Al-Roj, waar enkel vrouwen en kinderen zitten. Tussen die mannen zitten er ook die nog steeds de ideologie van IS aanhangen en steeds sterker hun wil opleggen. Ze eisen dat vrouwen hun gezicht bedekken en verbieden het hen om IS af te zweren."

Als ze niet teruggehaald worden, zouden deze kinderen wel eens alsnog tikkende tijdbommen kunnen worden

Gerrit Loots

"Daardoor is zeker Al-Hol een broeihaard van radicalisering aan het worden. Hoe langer die vrouwen in zulke omstandigheden moeten overleven, hoe moeilijker het wordt om je aan de invloed van IS te onttrekken. Je mag ook niet vergeten dat IS een afschuwelijk terreurregime geïnstalleerd had: naar buiten toe, maar ook voor wie erin zat."

Wat hebben die kinderen volgens u nodig?
"Ze moeten kunnen opgroeien in een stabiele omgeving, zonder gestigmatiseerd te worden. En we moeten hen tegelijk opvolgen. Dat hebben we ook gemerkt bij kindsoldaten: ze moeten aan een toekomst kunnen bouwen. Dan verteren ze als het ware hun trauma’s."

En als dat niet gebeurt? Wat als ze niet teruggehaald worden naar België?
"Tja, dan zouden het wel eens alsnog tikkende tijdbommen kunnen worden. Je moet kijken naar het verhaal waarin ze opgroeien. Wordt dat er een waarin ze teruggehaald zijn naar hun land, ondanks alle leed die de aanhangers van hun ideologie hebben aangericht? Dan ga je helemaal anders in het leven staan dan wanneer je in de steek gelaten wordt."

Loots en zijn team samen met Rudi Vranckx in het Syrische kamp Al-Roj.

"In de vluchtelingenkampen groeit die frustratie. Het is een voedingsbodem voor geradicaliseerden om te rekruteren. De Koerden hebben al aangegeven dat die kampen tijdelijk zijn, ooit zullen ze verdwijnen. Waar zullen die kinderen en hun moeders dan naartoe gaan? De kans is groter dat dat opnieuw geradicaliseerde groepen zullen zijn, en dat de kinderen daar verder in zullen opgroeien. Dan zal hun haat zich pas op het Westen enten."

In theorie is het standpunt van de Belgische regering duidelijk: kinderen jonger dan tien moeten terug kunnen komen. Maar wat met de moeders? Kan je die opsplitsen van hun kinderen?
"Dat zou hen kraken. (zoekt naar woorden) Dat zou hen echt de grond in duwen. Voor mij is dat psychologische misdaad. Je hebt het hier over moeders die weliswaar hun kinderen in deze situatie gebracht hebben, maar tegelijk ook jarenlang de enige steunpilaar voor die kinderen waren. Neem je die weg, dan krijg je een terugval van die kinderen in hun ontwikkeling. Als je die kinderen nog meer wil traumatiseren, moet je dat vooral doen."

"Zelfs een pleeggezin is dan geen evidente oplossing. Want zo’n kind wordt 17, 18, en gaat op zoek. Waar is zijn moeder? Waarom hebben ze hen uit elkaar getrokken? Is ze overleden? Ik moet er geen tekeningetje bij maken welke richting het dan met hem kan uitgaan."

"Nee, die vrouwen moeten naar België gehaald worden en hier berecht voor hun daden. Je moet zorgen voor gerechtigheid. Maar hen het recht afnemen om moeder te zijn? Daar zie ik geen enkel ander argument voor dan blinde wraak."

Bekijk ook de reportage in Terzake om 20:00 op Canvas. Gerrit Loots is vanavond te gast in De Afspraak op Canvas om 20:30.

Bekijk hier de reportage uit Terzake

Video player inladen ...

Bekijk hier het gesprek met Gerrit Loots en Rudi Vranckx in "De afspraak"

Video player inladen ...