Op reis met Vlaamse meesters: Leon Spilliaert en het mysterieuze spel van licht en duisternis op de Zeedijk van Oostende

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je in de reeks "Op reis met Vlaamse meesters" naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu, in 360°.

Vandaag: "De Nacht" van Leon Spilliaert uit 1908 of hoe licht en duisternis een mysterieus spel spelen op de Zeedijk van Oostende.

Leon Spilliaert leefde in Oostende in een periode dat de badstad een rendez-vous-plek werd voor de culturele en sociale elite van zijn tijd. Het waren zijn innerlijke onrust en de slapeloze nachten die hem tot een hoogstpersoonlijke beeldtaal dreven. Spilliaert vereeuwigde meermaals Oostende bij nacht , misschien nergens zo mysterieus als voor het schilderij "De Nacht". Waar vond Spilliaert het licht van de nacht? En beseffen we voldoende dat deze plek vandaag een muur van flatgebouwen had kunnen zijn?

De eindeloze zuilen van de Koninklijke Gaanderijen

De bekoring van de duisternis liet Spilliaert zelden beter zien dan op "De Nacht" uit 1908. Midden de eindeloze zuilenrij van de Koninklijke Gaanderijen op de Zeedijk van Oostende houdt een figuur met buishoed houvast bij een van de zuilen. Is de man dronken? Geniet hij van het spookachtige licht op de Zeedijk? Of probeert hij zich staande te houden in zijn broos bestaan?

De raadselachtigheid van "De Nacht" wordt nog versterkt door de donkere kleuren, lichteffecten en het perspectief. Het verweesde licht van de lantaarn wordt gereflecteerd op de natte tegels van de Zeedijk. Zuilen, kade en strand komen samen in één punt en creëren een onbestemde diepte. Tegelijk hebben alle vormen hun scherpte verloren  door het duister.

De eindeloze zuilen van de Koninklijke Gaanderijen leken wel op maat gebouwd voor Spilliaert. Hij hield van uitgepuurde landschappen waarin strakke lijnen de maat aangaven. Waarmee hij vernuftig kon kadreren. Universele bogen, vlakken en lijnen zou de kunstenaar massaal vinden in de pieren, dijken en monumentale bouwwerken van Oostende.

Aan welke zuil de stuntelige nachtelijke wandelaar van Spilliaert zich vasthoudt, is niet te achterhalen. Maar de blik gaat in ieder geval naar de uitstulping in zee met het silhouet van het Oostendse Kursaal. Ook dit art-nouveau-gebouw was een alsmaar weerkerend thema in het toen uiterst moderne en selecte Oostende van Spilliaert.

Het zicht, vandaag.

Ten prooi aan slapeloosheid

De jonge Leon Spilliaert hield van zwart-wit. "De Nacht" is vooral gemaakt in Oost-Indische inkt, een gedroomd middel om het spel van licht en duisternis weer te geven. Door de zwarte inkt te verdunnen met water kon hij  de vele schakeringen weergeven. Later zou Spilliaert meer kleur gaan gebruiken met een gemengde techniek van inkt, pastel en potlood.

Leon Spilliaert creëerde zijn beste werk niet alleen als twintiger, maar ook voornamelijk 's nachts. Hij was maaglijder en astmatisch, en viel ten prooi aan slapeloosheid. Het dreef hem de straat op. Tijdens zijn nachtwandelingen langs de verlaten zeedijk en de eenzame stranden ontdekte hij de magie van de duisternis. Hij werd gefascineerd door de raadselachtige schaduwen, het schijnsel van de maan, het licht van de lantaarns en de mysterieuze zwarte zee.

"Toen ik 30 was, had ik alles gezegd"

Spilliaert was tegelijk uiterst geboeid door fin-de-siècleschrijvers als Friedrich Nietsche, Maurice Maeterlinck en Arthur Schopenhauer. Hun zielenleed en mal de vivre was de spiegel van zijn eigen gemoedstoestand. Uit de vele nachtelijke omzwervingen en zijn eigen onbehagen vloeide een bezielde en volstrekt persoonlijke stijl voort.

Kunstcritici menen dat de grote episode van Spilliaert voorbij was toen hij in 1916, op zijn 36ste huwde en een dochter kreeg. Al bleef hij nog lang schilderen, de gemoedsrust die hij vond maakte zijn kunst minder onontkoombaar. Later zou hij daarover zelf zeggen: "Toen ik 30 was, had ik alles gezegd". 

Gebouwd op een vuilnisbelt

De Dorische zuilen van de Koninklijke Gaanderijen moesten de heroïek oproepen van het Romeinse keizerrijk. Ondanks hun classisistische uitstraling waren ze fonkelnieuw toen Leon Spilliaert ze tekende. De Gaanderijen, ook wel eens gewoon Galerijen genoemd, werden in 1906 voltooid door de Franse architect Charles Girault in opdracht van koning Leopold II. De wandelgalerij verbond de Koninklijke Chalet met de Wellingtonrenbaan. Aan de uiteinden werden twee paviljoens gebouwd. De dubbele gang werd afgescheiden door een glazen tussenschot en was 366 meter lang. Het moest de koning, zijn entourage en gasten beschermen tegen wind en weer. Maar het was vooral een van de vele prestigieuze projecten van Leopold II.

Leopold II liet zijn complex bouwen in een deel van Oostende met een slechte reputatie. Het was het domein van foorreizigers en woonwagenbewoners. Duistere straatjes en een vuilnisbelt ontsierden de stad die zich opmaakte voor een toevloed van begoede toeristen. Oostende had nog maar net de kaap van 50 000 toeristen per jaar bereikt.

Begin jaren '30 werd tegen de achterkant van de Gaanderijen het Thermae Palace Hotel gebouwd. Met een interieur van art-deco was het thermenpaleis een kuuroord met gastenverblijf. Ook nu nog is het een hotel met uitstraling.

Hier had een muur van flatgebouwen kunnen staan

Toen de Koninklijke familie besliste geen gebruik meer te maken van haar verblijfplaats aan zee, kreeg de stad Oostende de volledige Gaanderijen in concessie. Vandaag is het voor Oostende nog steeds een "landmark". Nochtans is het koninklijk gebouw dringend aan renovatie toe. Betonstukken vielen al uit de plafonds. Netten moeten nu beschermen tegen vallende brokstukken. Stellingen met houten bekisting stutten het geheel. 

De pompeuze architectuur van het complex is sinds haar bestaan niet altijd in de smaak gevallen.  Maar iedereen beseft dat op de plaats waar Spilliaert de Gaanderijen schilderde ook een muur van flatgebouwen had kunnen staan.

"De Nacht" van Leon Spillaert hangt in het Museum van Elsene, Jean Van Volsemstraat 71, 1050 Brussel. Het werk is in bezit van de Federatie Wallonië-Brussel.