De zussen van de koning: Josephine, prinses van België, vijand in WO I én kloosterzuster

Deze krokusvakantie zet VRT NWS de zussen van de eerste 3 koningen der Belgen in de schijnwerper. Het waren vaak vrouwen in de schaduw, maar toch hebben ze meer dan eens hun stempel op de geschiedenis gedrukt. Vandaag ligt de focus op Josephine, de jongste zus van Albert I.

Namen, 6 januari 1958. Terwijl België in de ban is van de nakende wereldtentoonstelling in de hoofdstad, sterft in het lokale benedictinessenklooster zuster Marie-Josephine van de orde van Sint-Lioba. Het is 20.21 uur. Rond haar staan niet alleen de overige kloosterzusters, maar ook haar drie kinderen. Enkele dagen eerder had ze nog bezoek gekregen van niemand minder dan koning Leopold III en zijn moeder, koningin Elisabeth.

Marie-Josephine was niet zomaar een non, ze was een heuse prinses van België. Ze wordt geboren op 18 oktober 1872 in Brussel als Josephine, dochter van prins Filips en prinses Maria von Hohenzollern. Hij is de broer van koning Leopold II, zij is een telg uit een adellijk geslacht in Duitsland. Samen dragen ze de titel van graaf en gravin van Vlaanderen. 

De stamboom van Josephine.

Josephine is hun derde kind, na een zoon Boudewijn, een dochter Henriëtte en haar tweelingzus die eerder al de naam Josephine kreeg, maar al na anderhalve maand stierf. Drie jaar later verwelkomen Filips en Maria nog een zoon, de latere koning Albert I.

Henriëtte en Josephine (archief Koninklijk Paleis).

Het gezin woont in een statige residentie op de hoek van de Regentschapsstraat en het Koningsplein in Brussel, waar vandaag het Rekenhof is gevestigd. Vader Filips is potdoof en toont weinig interesse in de opvoeding van zijn kinderen, een taak die moeder Maria wél met ambitie op zich neemt. Ze volgt het (privé-)onderwijs van haar kinderen op de voet en verwacht goede resultaten. Toch moet uit brieven blijken dat Josephine aanvankelijk een luie leerling is. Haar houding verbetert in 1882 wanneer een nieuwe Franse gouvernante in dienst komt.

Het Rekenhof in Brussel (archieffoto).

Karel von Hohenzollern

Het huis van de graaf en gravin van Vlaanderen is ruim, maar er is amper buitenruimte. Daarom kopen ze in 1868 het kasteel Les Amerois bij Bouillon. Het gezin verblijft er elke zomer wekenlang, maar de kinderen reizen ook vaak naar Sigmaringen, het ouderlijke huis van Maria. Daar brengt Josephine veel tijd door met Karel ("Carlo") von Hohenzollern, haar volle neef. De twee kunnen het goed met elkaar vinden.

Karel ("Carlo") von Hohenzollern (archief Koninklijk Paleis).

In 1890 voltooit Josephine haar studies en begint haar moeder haar voor het huwelijk klaar te stomen. Helaas heeft ze van haar vader een groeiende hardhorendheid geërfd en heeft ze last van vele gezondheidskwalen. Hierdoor is ze niet bepaald een gewilde bruid. Bovendien krijgen haar zus Henriëtte en even later haar broer Boudewijn begin 1891 een zware longontsteking. Zij kruipt door het oog van de naald, hij overleeft het niet.

Door die episode en haar eigen fysieke gebrek zijn de potentiële huwelijkskandidaten voor Josephine dun gezaaid. Tegelijk blijft ze van haar neef Carlo dromen. Haar ouders beseffen dat ze de romance niet kunnen tegenhouden en ze stemmen in met een huwelijk. Toch voelen ze weinig sympathie voor de bruidegom. Behalve mooi, grappig en welopgevoed, is hij buitengewoon ijdel en zelfingenomen.

Afbeelding van Josephine en Karel naar aanleiding van hun verloving.

Ook koning Leopold II is niet opgezet met de keuze van Josephine én de toelating van zijn broer en zijn schoonzus. Eerder had hij hun de hand van Boudewijn gevraagd als echtgenoot voor zijn jongste dochter Clementine, maar dat aanbod hadden ze geweigerd met als voornaamste (officiële) reden dat de twee neef en nicht waren. In het geval van Josephine en Carlo maken ze dat bezwaar niet en dat ziet hij als verraad.

"A one horse affair"

Josephine en Carlo trouwen op 28 mei 1894 in Brussel. Naast de familie wonen slechts weinig buitenlandse koninklijke gasten de plechtigheden bij. Die verlopen bijzonder minimalistisch en de onafhankelijke pers spreekt schande. Het Britse magazine Modern Society beschrijft de trouwerij als a one horse affair, waarbij het onder meer het karige huwelijksdiner (of wat daarvoor moet doorgaan) hekelt. 

Na het huwelijk is Josephine vrijwel meteen zwanger. In 1895 bevalt ze van een dochter Stephanie ("Mansy"). Een jaar later volgt nog een dochter Marie-Antoinette ("Ducky") en in 1898 wordt hun zoon Albrecht ("Bubi") geboren. In 1907 krijgen ze nog een dochter Henriëtte, maar dat kind sterft al na enkele dagen.

Josephine omringd door haar kinderen (archief Koninklijk Paleis).

Kasteel van Namedy

Carlo heeft een carrière in het leger van Duitsland. Om die alle kansen te geven gaat het gezin in Potsdam en later in Berlijn wonen. Al snel vertoont de relatie tussen Josephine en Carlo barsten, onder meer omdat zij heimwee naar België heeft en hij met zijn stormachtige karakter een normale verstandhouding moeilijk maakt.

In 1909 kopen Carlo en Josephine het kasteel van Namedy in de buurt van Koblenz. Daar nemen ze in 1911 hun intrek samen met de kinderen. Intussen pakken oorlogswolken zich samen boven Europa. Koning Albert I kan het vrij goed vinden met Carlo en hij laat zich door hem op de hoogte houden van de (militaire) evoluties in Duitsland.

(Video onder: een impressie van het kasteel van Namedy (YouTube))

WO I

Wanneer WO I losbreekt, ziet Albert I zich genoodzaakt alle banden met Josephine te verbreken. Carlo dient immers in het leger van de vijand en zelf is ze door haar huwelijk een von Hohenzollern en dus een Duitse vrouw.

De scheiding valt haar zwaar, te meer omdat ze haar geboorteland nog steeds in haar hart draagt. Ook met haar zus Henriëtte communiceren is delicaat. Zij is intussen met de hertog van Vendôme getrouwd, waardoor ze in het kamp van Frankrijk is beland. Toch lukt het de zussen om via diplomatieke contacten af en toe met elkaar te communiceren.

Terwijl Carlo achtereenvolgens in Polen, Galicië en het IJzerfront vecht, richt Josephine hun kasteel in Namedy als een hospitaal in waar ze samen met haar dochters gewonde soldaten verzorgt. Ze zet zich ook in voor Belgische krijgsgevangenen. Het verhaal gaat dat ze persoonlijk weet te vermijden dat velen onder hen voor het vuurpeloton moeten komen.

"Sans grandes toilettes"

De Wapenstilstand in 1918 brengt voor Josephine persoonlijk weinig soelaas. Begin 1919 sterft Carlo aan de gevolgen van een longontsteking en staat ze er alleen voor. Haar zus Henriëtte en haar man beginnen haar opnieuw discreet te bezoeken, maar haar broer Albert I blijft voorzichtig want de anti-Duitse sentimenten zijn groot in België.

Koning Albert I.

Na een jarenlange radiostilte begint de koning Josephine in 1919 opnieuw te schrijven. In zijn brieven probeert hij scenario’s te verzinnen om elkaar in het grootste geheim te ontmoeten. Eerst stelt hij voor incognito naar Namedy te komen, daarna smeedt hij een plan waarbij Josephine "sans grandes toilettes" en in een anonieme en geblindeerde wagen naar het kasteel van Ciergnon in de Ardennen zou komen.

Erfenis

Uiteindelijk zien Albert en Josephine elkaar pas op 20 mei 1922 weer in Les Amerois, de residentie waar ze als kind zovele zomers doorbrachten. De reünie vindt in de grootste discretie plaats. De twee voeren niet alleen persoonlijke gesprekken, maar regelen ook de erfenis van hun moeder, Maria, die in 1912 is gestorven.

Dat laatste is niet evident. In België is een wet van kracht geworden die beslag legt op alle bezittingen van Duitsers. De koning heeft zich daarbij loyaal getoond aan het ministerie van Justitie door te stellen dat niemand een gunstregime kan genieten, zelfs al betekent dit mogelijk het bankroet voor Josephine. 

Gravure van Les Amerois.

In Les Amerois vinden Albert en Josephine een oplossing: zij maakt gebruik van een nieuwe wet die nauwelijks enkele dagen eerder is goedgekeurd om haar Belgische nationaliteit opnieuw op te nemen. Hierdoor kunnen ze de erfenis alsnog verdelen.

In maart 1926 gaat Albert in op een uitnodiging van Josephine om haar in Zürich te bezoeken. De oorlog is dan al ruim acht jaar afgelopen, maar toch vindt ook die ontmoeting uiterst discreet plaats. In de herfst van 1926 en in mei 1927 zoeken ze elkaar opnieuw op. 

De orde van Sint-Lioba

Intussen reist Josephine steeds vaker naar Rome, waar ze bij de paus op audiëntie mag. Ze verhuist uiteindelijk naar Freiburg im Breisgau, in Duitsland, waar zich de hoofdzetel van de benedictinessenzusters van de orde van Sint-Lioba bevindt.

Steeds meer vindt ze troost en kracht in haar geloof. Wanneer Albert begin 1934 onverwacht sterft, ziet ze zijn tragische dood als een goddelijk signaal en neemt ze een drastisch besluit: ze wil het klooster in.

Rond die tijd begint de orde van Sint-Lioba verschillende bijhuizen op te richten, waaronder een in Coquelet nabij Namen in België. Josephine ziet haar kans schoon en vraagt moeder-overste haar daarheen te sturen. Die stemt in en op 6 augustus 1935 trekt de prinses van België het habijt aan. Ze kiest voor de naam Marie-Josephine.

Marie-Josephine en haar schoonzus koningin Elisabeth (archief Koninklijk Paleis).

Eindelijk is Marie-Josephine in haar geboorteland terug. Toch is het niet alleen haar geloof dat haar drijft. Als inwoner van Duitsland heeft ze de opkomst van het nazisme en de machtsgreep van Adolf Hitler vanop de eerste rij meegemaakt. Ze gruwelt van het nieuwe regime en is maar wat blij dat ze het kan ontlopen.

WO II

Wanneer nazi-Duitsland België in mei 1940 binnenvalt, is de relatieve rust voor Marie-Josephine voorbij. Op aanraden van haar neef Leopold III, die intussen koning is, vlucht ze samen met de andere kloosterzusters weg. Het is het begin van een calvarietocht die haar bijna twee jaar kriskras door Frankrijk zal leiden. Haar gezondheid wankelt meer dan eens en in januari 1941 krijgt ze de laatste sacramenten. Toch slaat ze zich erdoor. In 1942 belandt ze uiteindelijk in Zwitserland, waar ze in verschillende kloosters de rest van de oorlog verblijft.

In de zomer van 1945 kan Marie-Josephine eindelijk naar België terugkeren. Op 5 juli 1945 ziet ze koningin Elisabeth terug in Laken en enkele dagen later neemt ze opnieuw haar intrek in het klooster van Coquelet. In de jaren die volgen leidt ze een rustig leven. Ze brengt geregeld tijd door met de rest van de koninklijke familie en neemt af en toe vakantie in De Panne.

Marie-Josephine op hoge leeftijd (archief Koninklijk Paleis)

Laatste levensjaren

Naar aanleiding van haar 80e verjaardag in 1952 reist Marie-Josephine naar het kasteel van Namedy, waar haar kinderen en de rest van de familie von Hohenzollern haar een laatste keer eer betuigen.

Marie-Josephine samen met koning Boudewijn (archief Koninklijk Paleis).

Nadien gaat het finaal bergaf met haar gezondheid. Bovendien is ze inmiddels potdoof. In het voorjaar van 1957 krijgt ze ernstige hartproblemen en ze komt het klooster nauwelijks nog buiten. Kort na Nieuwjaar 1958 is ze niet langer in staat te eten. Enkele dagen later is ze dood.

Marie-Josephine in haar kist omringd door kloosterzusters (archief Koninklijk Paleis).

Volgens haar eigen wens krijgt Marie-Josephine haar laatste rustplaats niet in de koninklijke crypte van Laken noch in het mausoleum van de familie von Hohenzollern, maar wel in de grafkelder van de kloosterzusters van Sint-Lioba in Belgrade, in de buurt van Namen.

(Video onder: de begrafenis van Marie-Josephine in 1958. Onder anderen koningin Elisabeth en koning Leopold III zijn aanwezig)

Video player inladen ...