30-10-1918: Wapenstilstand met Turkije

Op 30 oktober 1918 sluit Turkije een wapenstilstand met de Geallieerden, Duits-Oostenrijk krijgt een eigen regering en er is heibel over de toekomst van de Hongaarse stad Fiume.

Afgelopen nacht is een wapenstilstand gesloten tussen Turkije (of het Ottomaanse Rijk, zoals het officieel heet) en de Geallieerde mogendheden.

Dat gebeurde op het Britse slagschip Agamemnon in de Egeïsche Zee. Die ligt voor anker in de haven van Moudros op het eiland Limnos.

Munitie wordt aan boord geladen van de Agamemnon (uit het Duitse Illustrierte Kriegskurier, 1917). Beginfoto, een atelier van het Turkse leger in Constantinopel voor kunstmatige ledematen (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

Enkele dagen eerder was een Turkse delegatie onder leiding van minister van Marine Raouf Bey in Moudros aangekomen om te onderhandelen.

De onderhandelingen werden geleid door viceadmiraal Sir Somerset Gough-Calthorpe, de opperbevelhebber van de Britse vloot in de Middellandse Zee.  Omdat Raouf Bey alleen met de Britten wilde praten, werd een Franse admiraal niet tot de besprekingen toegelaten. Dit heeft al geleid tot protest van de Franse regering.

Links, sir Somerset Gough-Calthorpe. Rechts, Raouf Bey en het Turkse slagschip Hamideye waarvan hij bevelhebber is geweeest.

De wapenstilstand komt neer op een overgave. De toestand in Turkije is zo wanhopig, dat de Turkse delegatie vrijwel alle door de Britten opgelegde voorwaarden zonder wijziging aanvaard heeft.

De wapenstandsovereenkomst telt in totaal 24 punten. De meest in het oog springende bepaling is dat Turkije de zeestraten naar de Zwarte Zee (Dardanellen en Bosporus) moet openen. De forten aldaar worden door de Geallieerden bezet.

Kaart van Turkije, uit Excelsior van 1 november 1918 (BnF Gallica).

Alle krijgsgevangenen en ook alle gevangen Armeniërs moeten onvoorwaardelijk aan de Geallieerden worden overgemaakt.

Het Ottomaanse leger wordt meteen gedemobiliseerd.  Slechts een beperkt aantal troepen mogen overblijven voor het bewaken van de grenzen en de interne veiligheid. Alle Turkse troepen in het Arabische Schiereiland, Syrië, Mesopotamië en Noord-Afrika moeten zich overgeven (er zijn nog altijd Turkse garnizoenen in bijvoorbeeld Jemen en de heilige stad Medina).  De Turken moeten zich ook terugtrekken uit de delen van Perzië en de Kaukasus die ze bezet houden.

Plechtige voorlezing van de wapenstilstandsovereenkomst in Bagdad, drie dagen na de ondertekening, op 2 november 1918 (NAM, Londen)

Een kleine toegeving aan de Turken is dat ze een kleine troepenmacht in Cilicië mogen behouden. Cilicië (de zuidoostkust van Klein-Azië) kent een grote Armeense bevolking. Volgens eerdere afspraken zou Frankrijk die streek onder bescherming nemen.

Ook alle Turkse oorlogsschepen moeten zich overgeven. De Geallieerden mogen de Turkse havens en spoorwegen gebruiken.

President Wilson krijgt de sleutels van de Dardanellen overhandigd (uit het Caalaanse L' Esquella de Torratxa, november 1918).

Alle gevechten moeten morgen (31 oktober) op het middaguur stoppen.

Men kan zich afvragen of de Turkse delegatie de gevolgen van de overeenkomst wel volledig heeft beseft. Er staat een korte zin die heel ver reikt: de Geallieerden krijgen het recht om alle strategische punten te bezetten als de “veiligheid” dat zou vereisen.

De Turkse genocide op de Armeniërs krijgt nog altijd veel aandacht, zeker in deVerenigde Staten. De New York Tribune publiceert al enkele weken fragmenten uit het boek van een jonge vrouw, Aurora Mardigian, die het overleeft heeft en is kunnen vluchten (27-10-1918, via Library of Congress).

Duits-Oostenrijk krijgt eigen regering

In Wenen is er een aparte Duits-Oostenrijkse regering benoemd. Ze is een coalitie van de drie grote partjen: sociaaldemocraten, christelijk-socialen en Duits-nationalen. Ze regeert in naam van de Voorlopige Nationale Vergadering van Duits-Oostenrijk, zonder dat de keizer er nog aan te pas komt.

Tekeningen van de manifestaties in Wenen op de "geboortedag van Duits-Oostenrijk" op de voorpagina's van het Welt Neuigkeits Blatt en Illustrierte Kronen Zeitung, 1 november 1918 (Anno, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

Aan het hoofd staat de sociaaldemocraat Karl Renner als “staatskanselier”. De oude sociaaldemocratische leider Victor Adler wordt minister van Buitenlandse Zaken. Diens zoon Friedrich Adler zit in de gevangenis voor de moord op premier Stürgkh in 1916, maar zou eerstdaags worden vrijgelaten.

Tekening van Victor Adler in de Illustrierte Kronen Zeitung, 1-11-1918.

Naast deze regering voor de Duitstalige gebieden van Oostenrijk blijft de keizerlijke regering van Heinrich Lammasch bestaan. Die regeert in principe over heel Oostenrijk, maar omdat vrijwel alle volkeren zich hebben afgescheiden of dat bezig zijn te doen , is er geen duidelijk verschil meer. Lammasch is bereid delen van zijn bevoegdheden in de komende dagen over te dragen.

Links, een foto van het grote enthousiasme in de straten in Wenen op 30 oktober. Recht een kaart van Duits-Oostenrijk, die ook gebieden opeist met een Duitse meerderheid in de door de Tsjechen geclaimde streken.

Herrie om Fiume

Bij het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije lijkt er onenigheid over de toekomst van Fiume, de enige grote haven waarover Hongarije beschikt.

Fiume (Rijeka in het Kroatisch) is officieel een autonome aparte stad (corpus separatum) binnen Hongarije. De bevolking is zeer gemengd, maar zowat de helft van de inwoners zijn etnische Italianen, terwijl de stad in een overwegend Kroatische streek ligt.

De Corso, de hoofdstraat in Fiume, de opschriften zijn overwegend Italiaans (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

Gisteren vormde zich een Italiaanse Nationale Raad van Fiume. Die heeft vandaag op het stadhuis de aanhechting van Fiume bij Italië geproclameerd. Daarbij beroept men zich op de Veertien Punten van de Amerikaanse president Wilson, die een herziening van de grenzen van Italië op etnische grondslag beloven.

De tekst van de proclamatie en Antonio Grossisch, de voorzitter van de Italiaanse Nationale Raad in Fiume.

Rond dezelfde tijd heeft de militaire gouverneur van Fiume zijn gezag overgedragen aan de Kroatische autoriteiten. Die zeggen dat Fiume/Rijeka nu definitief deel uitmaakt van de nieuwe Zuid-Slavische staat.

De gouverneur wist eerdere rellen onderdrukken, maar door gebrek aan munitie zijn zijn troepen niet meer in staat de orde te handhaven.

Een grote manifestatie in Fiume voor de aanhechting aan Ialië, een dag na de proclamatie.

Vermoed wordt dat Italië dat niet zo maar zal aanvaarden. Er is sprake van Italiaanse oorlogsschepen die naar Fiume varen. De hele berichtgeving over de toestand is echter verward, omdat er vrijwel geen communicatie binnen Oostenrijk-Hongarije meer mogelijk is.

Intussen zou er een ware klopjacht op de in Fiume verblijvende Hongaren zijn geweest. Volgens een bron zouden er daarbij honderden doden zijn gevallen. 

De haven van Fiume, 1918 (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

Stilte voor de storm aan het Belgische front

Aan het Belgisch front ten noorden van Gent is geen activiteit. Zelfs de artillerie is weinig actief. De divisiebevelhebbers ontvangen een geheim bericht dat het tijdstip voor het hernemen van het offensief is vastgesteld: 31 oktober om 6u25. Het voorbereidende artilleriebombardement begint om 5u25. De aanval zal uitgevoerd worden in samenwerking met de rechtse Franse buureenheid, de 70ste Infanteriedivisie.

Inwoners van tielt en Franse officieren verbroeren voor het huis waar de bevelhebber van het Duitse 4e leger, prins Rupprecht van Beieren, jarenlang verbleef (Albums Valois, BDIC).

Ook bij de Britten is er geen actie deze dag en staat alles in het teken van het nakende hernemen van het offensief.

In het centrum worden meer en meer Franse troepen afgelost door de Amerikanen. In de nacht van 30 op 31 oktober lost de Amerikaanse 37ste Divisie de Franse 132ste Infanteriedivisie af rond Olsene. De Amerikaanse 91ste Divisie neemt haar vertrekpositie in tussen Waregem en Heirweg nabij Anzegem.

Amerikaanse militairen herstellen de sporen in de buurt van het station van Waregem (Stadsarchief Waregem).

Met het innemen van posities in de gevechtslijn, vallen ook de eerste Amerikaanse gesneuvelden van het Eindoffensief in Vlaanderen. Een van de eersten die sneuvelt Is Stanislaw Labno van het 347th Machine Gun Battalion.

Hij werd getroffen door artillerievuur en oorspronkelijk begraven in Anzegem. Na de oorlog werd zijn lichaam overgebracht naar de Amerikaanse begraafplaats ‘Flanders Fields’ te Waregem. Stanislaw Labno werd geboren in Polen in 1892 en emigreerde naar de Verenigde Staten in 1914.

Stanislaw Labno en familie (collectie familie Labno, met dank aan Christopher Sims).