Welke oplossing is het veiligst voor ons land? Acht vragen over de Belgische IS-kinderen in Syrië en Irak

In de nieuwe documentaire reeks “Voor de zonden van de vaders” vertellen grootmoeders van bij ons over de zoektocht naar hun kleinkinderen in het voormalige “kalifaat” van IS. Omdat de reeks vragen oproept, waarvan er enkele vaak terugkomen, hebben we de antwoorden daarop alvast op een rij gezet.

1. Waarom heeft Rudi Vranckx hierover een programma gemaakt?

"Voor de zonden van de vaders" is geen pamflet. Het is een sluitstuk in een reeks reportages over IS waarin ook de slachtoffers en de terreur ruimschoots aan bod kwamen. De reeks neemt geen standpunt in, maar werpt wel een aantal belangrijke vragen op waar de samenleving een standpunt op moet bedenken.

2. Zijn deze kinderen niet gehersenspoeld door IS?

Uiteraard moeten deze kinderen geval per geval bekeken worden. De ploeg van Rudi Vranckx identificeerde een vijftiental kinderen van (een) Belgische ouder(s) in de vluchtelingenkampen, terwijl er in een 160-tal vermist zijn in Syrië en Irak.

Deze vijftien kinderen zijn allen jonger dan tien en op één na jonger dan zeven. Ze zijn onderzocht door kinderpsycholoog Gerrit Loots en een team van dokters, die vaststelden dat de kinderen geen zware trauma’s hadden opgelopen en niet gebrainwasht waren. Hun moeders hebben hen ver weg gehouden van de verschrikkingen van IS. 

3. Welke oplossing is het veiligst voor ons land?

Zoals hierboven gesteld, is elk van de 160 kinderen een verhaal apart. Zij moeten dus geval per geval bekeken worden. 

Experts als federaal procureur Frédéric Van Leeuw pleiten ervoor om de kinderen te repatriëren. Hij stipt aan dat Syrië noch Irak de capaciteit hebben om deze kinderen (of de gevangenen en bewoners van vluchtelingenkampen in het algemeen) voor lange tijd vast te houden. Blijven ze daar, dan komen de moeders en hun kinderen vroeg of laat vrij.

Onze maatschappij moet dus een keuze maken: verkiest men een gecontroleerde terugkeer van de kinderen naar België, waarbij ze de gepaste begeleiding op maat krijgen en in de loop van de volgende jaren verder opgevolgd kunnen worden door de bevoegde instanties? Of kiest men ervoor de kinderen in Syrië en Irak te laten opgroeien – waar zo’n begeleid traject uiteraard niet tot de mogelijkheden behoort?

Kinderpsycholoog Gerrit Loots wees erop, na de kinderen onderzocht te hebben, dat er een grotere kans bestaat dat de kinderen in een latere fase van hun leven radicaliseren als ze in Syrië of Irak moeten opgroeien, in wellicht minder Westers gezinde milieus. Child Focus deelt die bezorgdheid.

4. Als we deze kinderen naar België halen, komen de moeders dan automatisch mee?

Neen. Als de kinderen gerepatrieerd zouden worden naar België, verplicht dat de Belgische staat niet om ook de ouders naar ons land over te brengen.

Het klopt dat het VN-Kinderrechtenverdrag stipuleert dat kinderen recht hebben op contact met hun biologische ouders. Dat is echter slechts een van de vele rechten die daarin vastgelegd werden, naast bijvoorbeeld vrijheid, onderwijs en veiligheid. Die rechten moeten tegen elkaar afgewogen worden. Als een jeugdrechter beslist dat de kinderen beschermd moeten worden, kan dat recht primeren boven het recht op ouderlijk contact – zoals dat het geval is voor alle Belgische kinderen in een problematische opvoedsituatie.

Psycholoog Loots stelt dan weer dat de kinderen scheiden van hun moeders, hen opnieuw zou kunnen traumatiseren. Child Focus sluit zich aan bij die analyse.

5. Wat gebeurt er met het kind als de moeder in een Belgische gevangenis belandt?

Tot de leeftijd van drie jaar gaat het kind mee naar de gevangenis, samen met zijn of haar moeder. Daarna is het aan de jeugdrechter en de jeugdzorgorganen om te oordelen of het kind opgevangen moet worden bij een familielid, bij een pleeggezin of in een instelling.

6. Komen de kinderen hier niet in een geradicaliseerd milieu terecht?

In ons land is het OCAD, dat instaat voor de terreurdreigingsanalyses, verantwoordelijk voor de opvolging van minderjarigen die vanuit IS-gebied terugkeren naar België. Als zo’n geval zich zou voordoen, moet het OCAD het parket inlichten. Dat schakelt, afhankelijk van de leeftijd van het kind, een jeugdrechter in (over die leeftijd bestaat onduidelijkheid; het Agentschap Jongerenwelzijn heeft het over kinderen jonger dan twaalf, terwijl de federale regering het bij tien jaar houdt). Die jeugdrechter beslist dan na onderzoek en in samenspraak met het Agentschap Jongerenwelzijn over eventuele plaatsing van het kind bij familie, bij een pleeggezin of in een instelling. Meer info over de procedure vind je op de website van het Agentschap. 

Elk kind belandt dus in een opvangtraject op maat. Een voorbeeld van hoe dat er in de praktijk zou kunnen uitzien, deed zich voor in Oostenrijk, waar twee koppels samen met hun kinderen teruggekeerd waren. Terwijl de kinderen van het ene koppel na onderzoek aan een tante werden toegewezen, kon er binnen de andere familie geen geschikte opvang gevonden worden. Die kinderen werden geplaatst.

7. Draagt ons land een verantwoordelijkheid voor die kinderen?

Volgens de rechter die daarover in juni een uitspraak deed in kortgeding, kan de Belgische staat er niet toe verplicht worden om de kinderen naar België over te brengen, omdat de staat geen rechtsmacht of controle uitoefent over de kampen in Syrië en Irak.

Desalniettemin oordeelde dezelfde rechter dat de staat de morele plicht heeft om zich het lot van de kinderen aan te trekken.

8. Wat is het standpunt van onze regering?

Kinderen van IS-strijders die jonger zijn dan 10 mogen automatisch naar ons land terugkeren.  Dat heeft de ministerraad beslist.  Volgens minister van Justitie Koen Geens (CD&V) gaat het om 87 Belgische kinderen en is het onze plicht hen op te nemen. 

Dat de kinderen dat recht hebben, wil echter nog niet zeggen dat de regering ook actief naar hen op zoek gaat. Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) leek zondag in De zevende dag wel de deur op een kier te zetten naar een meer actieve rol. 

“Voor de zonden van de vaders” wordt vanaf dinsdag 30/10 drie weken lang uitgezonden op Canvas.