"Socialisten" en "mini-Trumps": hoe de partijen in de VS van binnenuit veranderen

Dinsdag worden in de Verenigde Staten tussentijdse verkiezingen gehouden voor het Congres. Een belangrijke test, niet alleen voor de Amerikaanse president Donald Trump, maar ook voor de Republikeinse en Democratische partij. Els Aeyels trekt door de Verenigde Staten om de stemming voor de midterms te peilen.

labels
Els Aeyels
VRT-journaliste Els Aeyels volgt de tussentijdse verkiezingen vanuit de Verenigde Staten

Er zijn nogal wat opvallende trends in deze tussentijdse verkiezingen. Om te beginnen: de aandacht die er voor is, zowel bij de media als bij het publiek. De midterms zijn altijd een beetje een referendum over de zittende president, maar vaak is het gevoel toch dat die president een kans moet krijgen en dat twee jaar te kort is om effectief iets gedaan te krijgen.

Niet deze keer, want er is in die amper twee jaar bijna té veel gebeurd. Trump is sinds zijn aantreden geen dag uit het nieuws geweest. Er was de moslimban, het opzeggen van het klimaatakkoord, de scheiding van kinderen en ouders die illegaal het land binnenkwamen. Er waren voortdurend ruzies met de VN, de NAVO, Europese bondgenoten. Er kwamen invoertaksen, die de Chinezen de kast op joegen. Er was het Rusland-onderzoek en de benoeming van een betwiste rechter in het Hooggerechtshof.

Het stopte nooit. En het maakt dat er nu op veel plekken meer interesse lijkt voor deze verkiezingen dan voor die van twee jaar geleden. En dat wil toch wat zeggen, want in jaren waarin geen president wordt verkozen, gaat vaak niet eens 40 procent van de kiezers naar de stembus. Nu zijn er voorspellingen van 60 tot 70 procent.

Bittere machtsstrijd

Nooit eerder ook deden zo veel nieuwe mensen een gooi naar een politiek ambt. Nooit eerder waren er zo veel kandidaten uit groepen die tot voor kort vooral als toeschouwers bij de verkiezingen betrokken waren: vrouwen, zwarte Amerikanen, latino’s, holebi’s, transgenders, native Americans, allemaal doen ze een gooi naar een zitje in het Congres, de parlementen van de staten of de residentie van de gouverneur.

Decennialang was het alsof Amerika voor eeuwig en drie dagen zou worden bestuurd door grote politieke families als die van Bush of Clinton. Eigenlijk was het Obama die daar een eind aan maakte, maar nu begint het pas echt door te dringen.

En dat betekent dat de partijen ook van binnenuit aan het veranderen zijn. Decennialang was het alsof Amerika voor eeuwig en drie dagen zou worden bestuurd door grote politieke families als die van Bush of Clinton. Eigenlijk was het Obama die daar al een eind aan maakte, maar nu begint het pas echt door te dringen.

Er was bij de laatste presidentsverkiezingen al een bittere machtsstrijd in beide partijen. Bij de Democraten was Bernie Sanders de linkse luis in de pels, die weliswaar -mede door tegenwerking van het partijbestuur- nog wel het onderspit moest delven, maar die wel een volledig nieuwe generatie een politiek geweten schopte. Bij de Republikeinen haalde Trump het wel, tot afgrijzen van de brave, wat saaie, traditionele carrière-politici.

"Socialisten" en "mini-Trumps"

En wat zie je nu? Dat die beide nieuwe strekkingen steeds meer de macht grijpen. Bij de Democratische voorverkiezingen zijn heel wat kandidaten van het establishment afgestraft en zijn het de aanhangers van Sanders die dinsdag wellicht zullen scoren. In een land waar “socialist” nog altijd een scheldwoord is dat zo veel betekent als “aanhanger van het Venezolaanse regime”, is dat toch redelijk straf.

Bij de Republikeinen zijn er talloze mini-Trumps opgestaan, die hun wagentje aan dat van de president hebben gehangen en zo vaak veel meer aandacht winnen dan de brave, conservatieve huisvaders die al jaren aan hun carrière timmeren. Vanuit elke straathoek lijken zo nieuwe politici op te duiken, die het allemaal heel anders willen. En lijnrecht tegenover mekaar staan.

Florida: al waar de ene voor is, is de andere tegen

Een van de races, die symbool staat voor die strijd, is die om het gouverneurschap in Florida, een staat waar elke verkiezing een nek-aan-nekrace is. Nemen het daar tegen elkaar op: de linkse, zwarte Andrew Gillum en de populistische Ron DeSantis. Al waar de ene voor is, is de andere tegen. De ene wil aan een hoge versnelling vooruit, naar een land dat groener, socialer en inclusiever is. De ander wil terug naar een land dat militair en economisch de wereldleider was en waarin de overheid vooral iedereen zijn zin liet doen. En zo zijn ze het dan toch over één ding eens: zoals het nu gaat, kan het niet verder.

Wie deze verkiezingen dinsdag ook wint, het worden nog spannende tijden in de VS. Want de twee strekkingen die binnen de traditionele partijen op dit moment het sterkst staan, liggen zo ver uit elkaar dat er meer dan één brug gebouwd zal moeten worden om dit land weer te verenigen. En op dit moment lijkt geen van beide kampen zelfs maar geïnteresseerd om het materiaal voor die brug te leveren.

Beluister de reportages van Els Aeyels in de VS:

De Republikeinse voorsteden in Florida, waar het Trump-kamp steeds meer de macht grijpt.

De nieuwe Democratische kandidaten staan voor een linksere politiek.