Tientallen doden bij gevechten tussen taliban en sjiieten in Afghanistan

In de Afghaanse provincie Uruzgan hebben sjiitische milities van de Hazara-minderheid de strijd aangebonden met de soennitische talibanrebellen. De burgeroorlog in het land krijgt dus opnieuw een scherpe etnische rand.

Officieel zijn er de voorbije week een twintigtal doden gevallen, maar volgens sommige bronnen zijn het er minstens 45. Meer dan 300 families zouden uit de streek weggevlucht zijn.

Aanleiding is het afpersen van "belastingen" door de talibanrebellen die op die manier hun oorlog deels financieren. Dat is wel een zware last voor veel dorpelingen en de sjiitische Hazara zijn dat nu beu. Sinds een week wordt er in sommige delen van Uruzgan zwaar gevochten met de taliban.

Die taliban zijn overwegend soennieten van de Pashtun, de grootste en dominante bevolkingsgroep in Afghanistan. Er wordt nu gevreesd voor een nieuw etnisch conflict tussen Hazara en Pashtun, naast de toch al erg complexe conflicten in het land.

De Hazara verwijten de regering en het leger dat die te weinig doen tegen de taliban en nemen dus hun lot zelf in handen. Er bestaat de vrees dat die Hazara-milities nu opnieuw de kop opsteken omdat sjiitische strijders uit die groep zijn teruggekeerd uit de Syrische burgeroorlog. Daar hebben ze oorlogservaring opgedaan aan de zijde van het Syrische regime.

De regering in Kaboel is niet tevreden met de herbewapening van de sjiitische Hazara. Tijdens de vorige oorlogen maakten die deel uit van de "Noordelijke Alliantie", een verbond van minderheden dat ook Tadzjieken en Oezbeken uit het noorden omvatte. Die coalitie nam begin de jaren 90 de macht over in Kaboel, werd dan verdreven door de taliban en keerde in 2001 met Amerikaanse steun terug. Toch zijn de meeste regeringsleiders, onder hen president Ashraf Ghani, Pashtun.