Video player inladen ...

Minder kinderen geboren in Vlaanderen, maar wel meer kinderen met downsyndroom

Uit het jaarverslag van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE) blijkt dat het aantal geboortes in Vlaanderen vorig jaar opnieuw gedaald is. Vlaamse moeders krijgen hun eerste kind ook op almaar latere leeftijd. En opmerkelijk: er zijn ook meer kinderen met het syndroom van Down geboren.  

Het jaarverslag is gebaseerd op cijfers van alle kraamklinieken (63) in het Vlaamse Gewest en van het UZ Brussel. In 2016 was het geboortecijfer licht gestegen, maar die trend is in 2017 gekeerd. Vorig jaar kwamen er in Vlaanderen 63.838 kinderen ter wereld.    

Oudere moeders

De gemiddelde leeftijd waarop een moeder in 2017 haar eerste kind kreeg, was 29 jaar. In 1987 was dat nog 25,7 jaar. 1 vrouw op 34 (2,9 procent) was 40 jaar of ouder op het moment van de bevalling. In 1991 was dit 0,8 procent.  Meer dan 1 vrouw op 6 (17,4 procent) was 35 jaar of ouder op het moment van de bevalling.  

Minder tienerzwangerschappen

Het aantal tienerzwangerschappen in Vlaanderen gaat in dalende lijn. Vorig jaar kregen 742 vrouwen jonger dan 20 een kind. 179 onder hen waren jonger dan 18.     

Meer kunstmatige bevruchting

Het aandeel van de kinderen dat verwekt werd door medisch geassisteerde bevruchting was nog nooit zo hoog (7,5 procent). 1 op 13 vrouwen werd dus zwanger op een niet-natuurlijke manier. in 2007 was dat nog 1 op 20 en in 1997 1 op 29.  

Een verontrustend fenomeen

Johan Van Wiemeersch, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, is niet verbaasd over de cijfers. In "De Ochtend" op Radio 1 wijst hij wel op een verontrustend fenomeen: "Er zijn voor het eerst minder eerste kinderen geboren en dat zou ons op termijn voor problemen kunnen plaatsen. Want vrouwen die een eerste kind krijgen, hebben later vaak nog een tweede en soms ook een derde kind. Als deze trend zich doorzet, dan dreigt het geboortecijfer nog sterker terug te lopen dan nu al het geval is."       

Er zijn voor het eerst minder eerste kinderen geboren en dat zou ons op termijn voor problemen kunnen plaatsen.

Johan Van Wiemeersch, voorzitter Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

Syndroom van Down

Opvallend is ook dat er in 2017 opnieuw meer kinderen met het syndroom van Down zijn geboren:  42 terwijl het er in 2016 nog 31 waren.  Dat is opmerkelijk, omdat het syndroom nog voor de geboorte kan worden opgespoord met de zogenoemde Nip-testMaar die worden pas sinds juli 2017 terugbetaald, voor baby's die in 2018 geboren zijn dus.  Te vroeg om conclusies te trekken over het nut van de terugbetaalde Nip-tests.

Je kan aan de hand van de geboortecijfers van 2017 onmogelijk zeggen dat de Nip-test niet deugt.

Maggie De Block, federaal minister van volksgezondheid

Federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD), die het initiatief heeft genomen om de prijs van de Nip-test te verlagen:  "De Nip-test wordt nog maar sinds juli vorig jaar terugbetaald. Kinderen die sinds die datum verwekt zijn, zijn geboren in 2018. Je kan aan de hand van de geboortecijfers van 2017 onmogelijk zeggen dat de test niet deugt, of dat het zinloos was de prijs te verlagen."  

"De Nip-test is de meest accurate test om het syndroom van Down op te sporen. Wij hebben die voor alle vrouwen beschikbaar willen maken", verdedigt de minister haar keuze. "Vroeger had je een minder betrouwbare triple-test die tot 50 miskramen per jaar leidde. Vrouwen verloren er een gezonde baby door. Dat hebben we met het invoeren van de Nip-test willen vermijden. Wij dringen die trouwens niet op. Als vrouwen de test om welke reden dan ook weigeren, is dat hun goed recht."