Ik ben grote fan, maar zie toch drie redenen waarom "Team Scheire" niet volstaat

Wouter Peeters, hoogleraar wereldethiek,  keek met bewondering naar de eerste afleveringen van "Team Scheire" op Canvas. Toch wil hij dat we drie stappen verder zetten om het dagelijkse leven van mensen met een fysieke of mentale beperking te verbeteren. 

labels
Wouter Peeters
Wouter Peeters is docent Wereldethiek in het Centre for the Study of Global Ethics aan de Universiteit van Birmingham.

Het nieuwe televisieprogramma "Team Scheire" is enorm verfrissend. Het is niet “gewoon maar” feelgood-tv; als core-business toont het programma authentieke betrokkenheid met de specifieke noden van individuele mensen.

Na de eerste twee afleveringen ben ik onvoorwaardelijk fan: voor zover de tv-weergave aansluit bij de realiteit (en ik zie niet direct een reden om dit te betwijfelen), is Scheires team erin geslaagd om de levenskwaliteit van enkele individuen op zeer creatieve wijze enorm te verbeteren. Daarom kan het voor mij al niet meer stuk.

Het mag duidelijk zijn dat dit niet moeiteloos tot stand is gekomen: er zullen genoeg experimenten en een hoop denkoefeningen aan te pas zijn gekomen.

Dit is meteen mijn eerste punt: in een welvaartstaat als België zou investering in R&D (onderzoek en ontwikkeling) niet enkel gericht mogen zijn op de meest ingenieuze of meest sensationele wetenschappelijke ontwikkelingen.

Hoe belangrijk die ook zijn, we moeten er ook voor zorgen dat voldoende beleidsmaatregelen en investeringen gericht zijn op het zeer concreet verbeteren van de levenskwaliteit van iedereen, want vele leden van onze samenleving kunnen door ingenieuze, creatieve, maar zeer concrete en praktische oplossingen enorm geholpen worden.

Dit alles zou niet afhankelijk mogen zijn van een televisieprogramma, maar zou veeleer een inherente prioriteit moeten uitmaken van grotere samenwerking tussen wetenschapsbeleid en inclusie- en gelijkekansenbeleid.

Een tweede niveau van analyse is het volgende: "Team Scheire" richt zich (terecht) op het helpen van individuen, maar we zouden collectief ook meer moeten nadenken over de organisatie van onze samenleving.

Er kunnen genoeg maatregelen genomen worden om onze maatschappij toegankelijk te maken voor iedereen. Dit wordt Universal Design genoemd, waarbij de noden van iedereen, inclusief personen met een fysieke of verstandelijke beperking, centraal staan in nieuwe ontwikkelingen (zoals de architectuur van openbare gebouwen, of de sociale toegankelijkheid van openbare diensten en de openbare ruimte in het algemeen).

Ik ben eventcoördinator van ons onderzoekscentrum, en deze ervaring leert me dat inclusiviteit en toegankelijkheid kwesties zijn waarin het Verenigd Koninkrijk een stapje voor is op België, maar dat er altijd enorm veel (kleine en grote) maatregelen genomen kunnen worden om dit alles ook werkelijk in praktijk om te zetten.

Het derde punt dat ik wil aanstippen, betreft techno-optimisme. "Team Scheire" denkt vooral aan praktische en technologische oplossingen om concrete problemen aan te pakken. In tegenstelling tot sommige sociale wetenschappers en filosofen ben ik op dit vlak meer pragmatisch: als een technologische oplossing tot duidelijke praktische verbeteringen leidt, ben ik voorstander, en ik geloof dat technologische vooruitgang nog een gigantisch potentieel heeft dat klaarligt om aangeboord te worden.

We moeten echter wel kritisch blijven, en er rekening mee houden dat er niet voor elke beperking of niet voor elke specifieke situatie technologische oplossingen bestaan. Het is belangrijk om dit in het achterhoofd te houden omdat onze maatschappij zich steeds verder en verder ontwikkelt (wat algemeen gesproken een goede zaak is), maar dat dit vooruitgangs­optimisme niet altijd evenveel rekening houdt met mensen die deze ontwikkelingen door omstandigheden niet kunnen bijhouden (wat uiteraard een slechte zaak is).

De vraag is dus in welke mate we verwachten dat individuele mensen zich met technologische oplossingen moeten aanpassen aan maatschappelijke ontwikkelingen, of hoe we, omgekeerd, de uitbouw van de maatschappij zodanig moeten sturen zodat iedereen er een plaats in heeft. Dit is een moeilijk debat, maar zeker één dat gevoerd moet worden.

Lees verder onder de foto.

Mijn conclusie is dus: praktische en technologische oplossingen voor concrete situaties: zeker, en dank aan "Team Scheire" hiervoor! En ik pleit voor meer middelen vanuit de overheid om dit alles te financieren, omdat we dat simpelweg verplicht zijn aan iedereen die deel uitmaakt van onze samenleving.

Daarbovenop heb ik echter ook de bedenking dat we vanuit sociaal oogpunt moeten blijven stilstaan bij de evolutie van de samenleving en de impact van maatschappelijke ontwikkelingen op concrete mensenlevens. Vermits deze problemen niet altijd door nieuwe technologieën zullen kunnen worden opgelost, moeten we ook een visie ontwikkelen over waar we met onze maatschappij op lange termijn naartoe willen, en hoe we ervoor kunnen zorgen dat iedereen eraan kan blijven participeren. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.