Video player inladen ...

Herkomst van een derde van het rundvlees in onze supermarkten onbekend

Een derde van het rundvlees dat een Belgisch (kwaliteits)label heeft en in onze supermarkten ligt, is niet te traceren. Dat blijkt uit een onderzoek van Febev, de Federatie van Belgisch Vlees, dat VRT NWS in handen heeft gekregen. Het eigen kwaliteitslabel Belbeef, dat garant staat voor correct gekweekt Belgisch rundvlees, blijkt dus onbetrouwbaar.

Eerst even uitleggen hoe het zou moeten werken. Elk rund dat geslacht wordt in ons land, heeft een uniek oornummer. Dat oornummer zit verwerkt in een lotnumer dat je terugvindt op de verpakkingen in de warenhuizen. Op die manier zou altijd duidelijk moeten zijn welk stuk vlees van welk rund komt en waar het geslacht is. De slachthuizen moeten van elk rund het oor bijhouden, om die traceerbaarheid te garanderen. Maar dat gebeurt dus niet altijd. Het label Belbeef, een kwaliteitslabel van febev,  garandeert de consument nochtans dat hij een stuk vlees eet van een Belgisch rund.  

Belbeef is een garantie. De garantie dat het vlees dat je koopt heel strikt gecontroleerd is en aan strenge kwaliteitseisen voldoet.

Om te controleren of het systeem werkt, voerde Febev een traceerbaarheidsoefening uit. Via DNA-staalafnames van het vlees in de winkelrekken kunnen ze achterhalen of de overeenkomstige codes ook effectief hetzelfde vlees bevatten. De resultaten waren ontstellend. Eerst en vooral bleken niet alle oren beschikbaar van de 34 afgenomen stalen (terwijl dat eigenlijk een verplichting is): slechts bij 18 ervan bleken de oren beschikbaar. Da's iets meer dan de helft.   

Maxime Anciaux - All rights reserved

Van de 18 DNA-stalen waar wél de oren van teruggevonden werden, was er bij 12 een match. Dat betekent dat een derde van de stalen niet getraceerd kon worden. Lees: dat de verpakking ander vlees bevatte dan het veronderstelde "Belbeef"-vlees. Ook al gaat het om een beperkt aantal staalnames, de povere resultaten doen vermoeden dat het ruimere beeld niet veel positiever zou zijn.  

Zeker omdat de versterkte controles die het FAVV, het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, uitvoerde hetzelfde beeld geven. In de slachthuizen blijkt er bij 23 procent van de ongunstige controles een probleem te zijn met etikettering en traceerbaarheid. In de snijzalen, waar het geslachte vlees naartoe gaat, loopt dat zelfs op tot 38 procent. In de vrieshuizen, waar vlees naartoe gaat voor verdere verwerking tot bijvoorbeeld diepvriesmaaltijden, loopt dat op tot maar liefst 54 procent. 

Is ons rundvlees nu ook slecht?

Het feit dat één derde niet traceerbaar is, betekent natuurlijk niet dat één derde van het vlees slecht of ongezond zou zijn. Het grootste probleem is het bedrog: als mensen de garantie krijgen Belgisch rundvlees te kopen van een duidelijke herkomst, dan is het niet ok dat dat bij één derde niet zo is. Bovendien werd het systeem van de traceerbaarheid opgezet na de dioxinecrisis om meteen te kunnen ingrijpen als er ergens iets mis is met ons vlees. De traceerbaarheid zorgt ervoor dat men weet welk rund in welk slachthuis besmet zou kunnen zijn.  Zonder traceerbaarheid weet men niet waar men moet ingrijpen als de volksgezondheid in gevaar komt.