Video player inladen ...

Hoe de Eerste Wereldoorlog industriereus België herschiep in een industrieel kerkhof

Dit weekend wordt het einde van de Eerste Wereldoorlog herdacht, precies 100 jaar geleden. Buiten het einde van de gevechten die aan miljoenen mensen het leven hadden gekost had België op 11 november 1918 echter weinig te vieren. Het land was maar een schim meer van de machtige industriestaat die het voor het uitbreken van de Grote Oorlog was geweest. Vier jaar oorlog had van België een industrieel kerkhof gemaakt. In “Een dure vrede” beschrijft historicus Mark De Geest hoe België in ‘14-’18 klappen kreeg die het nooit meer volledig te boven is gekomen.

In tijden waarin grote landen als de VS en China handelsoorlogen uitvechten, is het moeilijk in te beelden dat het kleine België ooit ook nog een economische grootmacht is geweest. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was België de op vijf na grootste economische en industriële macht ter wereld. Anno 2018 staan we op de 26ste plaats.

“Per inwoner stond België wereldwijd zelfs op nummer 3, na de Verenigde Staten en Groot-Brittannië”, zegt historicus Mark De Geest in het VRT NWS-programma “De markt”. Waarin waren we dan zo goed? “België stond toen al ruim 100 jaar sterk in de textielindustrie, rond Gent en Verviers. Meer recent was de steenkool- en vooral de staalindustrie in België sterk opgekomen.”

Dé spoorwegspecialist

Mark De Geest herinnert eraan dat België als eerste land op het Europese vasteland een spoorlijn heeft aangelegd. "Daarna heeft België zich ontpopt tot dé wereldspecialist op het vlak van treinen, locomotieven en spoorwegen. Aan de vooravond van WO I hadden we in België bijna 4.000 locomotieven. Maar wereldwijd hadden we spoorlijnen aangelegd tot in China, Rusland en Zuid-Amerika.”

De bloeiende industrie en handel stelde voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog 40 procent van de arbeidskrachten in België te werk, terwijl dat in landen als Frankrijk en Groot-Brittanië amper 25 procent was. "We waren dus een klein landje met een reusachtige economie." 

Dat de economie floreerde betekent niet dat de bevolking het goed had. België was in 1914 namelijk een lagelonenland. Mede daardoor was de Belgische industrie in de 19e en het begin van de 20e eeuw zo competitief tegenover het buitenland. 

Voor de Eerste Wereldoorlog waren we een klein landje met een reusachtige economie.

Historicus Mark De Geest

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte aan dat sterke economische verhaal een einde. “Bij de invasie van België begonnen de Duitse troepen het land al te plunderen. Eerst bleef dat relatief beperkt, maar gaandeweg werden die plunderingen steeds ernstiger”, vertelt Mark De Geest.

Tijdens het tweede deel van de oorlog - vanaf 1917 - begonnen de Duitsers het land systematisch te plunderen. “Uit allerlei fabrieken en bedrijfshallen werden machines weggehaald en naar Duitsland getransporteerd. Het metaal dat ze niet nodig hadden, vermaalden ze tot schroot om te gebruiken in hun wapenindustrie. Alles moest in functie staan van de oorlog.”

Uit allerlei fabrieken en bedrijfshallen werden machines weggehaald en naar Duitsland getransporteerd.

Historicus Mark De Geest

Het beloofde geld

Tegen het einde van de oorlog was bijna alle machinerie uit België weggehaald. Daardoor lag de Belgische economie helemaal op apegapen en stelde ze niets meer voor. Na de oorlog werden beloftes gemaakt om België er weer bovenop te helpen, onder andere door forse herstelbetalingen van Duitsland.

Tijdens de vredesbesprekingen in januari 1919, in Parijs, heeft dit tot grote discussies geleid. Het kleine België speelde daarbij geen rol van betekenis meer. De grote jongens trokken het laken naar zich toe en de Belgische delegatie moest achteraan aanschuiven. “België kreeg nog wel de toezegging dat er herstelbetalingen zouden komen. Maar daar is uiteindelijk weinig van in huis gekomen; België heeft uiteindelijk nauwelijks een derde van het beloofde geld ontvangen.”

Het boek "Een dure vrede - Van Brave Little Belgium naar Poor Little Belgium" van Mark De Geest is nu verkrijgbaar in de boekhandel en wordt uitgegeven door Horizon.