Video player inladen ...

Theezakjes, plastische chirurgie en zomertijd: deze uitvindingen komen uit WO I

Vandaag herdenken we het einde van Wereldoorlog I, een oorlog die nog steeds invloed heeft op onze dagelijkse levens, vaak ook in positieve zin. Veel uitvindingen en innovaties uit die periode vergemakkelijken ons leven: thuis, in de medische wereld en op technologisch vlak. 

Theezakjes, maandverband, het polshorloge en... vegetarische worst

Theezakjes zijn niet uitgevonden om een probleem tijdens de oorlog op te lossen, maar het gebruik ervan ontstaat wel tijdens de oorlog. Een Amerikaanse handelaar verstuurt sinds 1908 zijn thee in kleine zakjes naar zijn klanten. Per ongeluk of omdat ze het handig vinden, gebruiken ze niet alleen de thee, maar ook het zakje waarin die verpakt zit. Een Duitse producent kopieert dit idee en ontwikkelt het verder om de troepen te bevoorraden met thee in zakjes die zo, als "theebommetjes", in kokend water gegooid kunnen worden. 

Wikimedia Commons

Tijdens een oorlog moet er altijd erg inventief omgegaan worden met wat voorhanden is.  De Amerikanen brengen in 1917 het materiaal "cellucotton" mee.  Het absorbeert vijf keer beter dan katoen. Verpleegsters verzorgen er gewonde soldaten mee, maar ontdekken al snel dat ze het ook voor hun intieme hygiëne kunnen gebruiken.  Twee jaar na het einde van de oorlog wordt het product gecommercialiseerd en wordt het maandverband "Kotex" gelanceerd.  Ook papieren zakdoekjes zijn een afgeleide toepassing van dit materiaal. 

De vegetarische worst bestaat al veel langer dan u misschien wel denkt.  De Duitser Konrad Adenauer, tijdens WO I burgemeester van Keulen, zoekt een oplossing voor de hongersnood in zijn stad en komt op het idee om vlees (dat schaars geworden is) als vulling te vervangen door soja. Hij noemt het de Friedenswurst (vredesworst) omdat hij er zijn volk mee wil redden van de oorlog. 

Het polshorloge wordt niet uitgevonden tijdens WO I, maar het gebruik ervan neemt wel enorm toe. Timing is essentieel in een oorlog. En soldaten en piloten hebben best beide handen vrij wanneer ze aan het werk zijn. Een polshorloge is dus veel handiger dan een zakhorloge.  

Zomertijd als besparingsmaatregel en oorlogswapen

De kwestie zomer-/wintertijd is opnieuw heel actueel, na een Europese enquête van vorige zomer. Sindsdien wordt ook politiek hardop nagedacht om de omschakeling tussen winter- en zomertijd, twee keer per jaar, definitief te schrappen. 

Het concept zomertijd bestaat al veel langer dan Wereldoorlog I, maar het is pas tijdens de oorlog dat het ook effectief wordt ingevoerd wanneer er een tekort aan steenkool is.  Op 30 april 1916 beslist Duitsland de klokken om 23 uur een uur vooruit te zetten.   

(lees verder onder de foto) 

Het doel is besparen op gas en elektriciteit. Door de klok een uur vooruit te draaien, blijft het immers een uur langer licht 's avonds. De zomertijd is ook een wapen tegen de hongerblokkade van de geallieerden. Doordat het 's avonds langer licht blijft, hebben mensen die een tuintje hebben na hun werk een uur meer de tijd om zelf aardappelen en groenten te kweken. De Duitse bevolking leeft immers op rantsoen.

Niet lang nadat de Duitse regering de zomertijd heeft ingevoerd, nemen ook veel andere landen de maatregel over. De zomertijd wordt na WO I in de meeste landen weer afgeschaft, omdat hij niet zo populair blijkt te zijn bij de bevolking. Ook nu wordt er opnieuw fel gediscussieerd over de voor- en nadelen van zomer- en wintertijd. 

Mobiele röntgenapparatuur in Les petites Curies

In de oorlog vallen miljoenen slachtoffers en er is dan ook veel nood aan medische apparatuur op het terrein. Röntgenstraling is een relatief nieuwe uitvinding. De apparatuur waarmee scans gemaakt worden, zijn zwaar en groot.

De Pools-Franse scheikundige Marie Curie slaagt erin de röntgenapparatuur al vroeg in de oorlog mobiel te maken. Ze installeert de apparatuur in auto’s en kleine vrachtwagens (die voorzien zijn van een dynamo en een röntgenapparaat, zie ook video) en trekt zo langs de frontlinies. De wagens worden les petites Curies genoemd.  Samen met haar oudste dochter Irène (foto hieronder) en met de steun van het Franse Rode Kruis onderzoekt ze de gewonde soldaten in de veldhospitalen aan de frontlinie. 

(lees verder onder de foto) 

AP

Bloedtransfusies en bloedbanken

Ook de techniek van de bloedtransfusie wordt begin 20e eeuw verder verspreid. In 1901 legt een Duitse arts het patroon van de verschillende bloedtypes bloot. De Britten brengen die wetenschap in de praktijk tijdens WOI. 

In 1911 wordt een apparaatje ontworpen waardoor bloedtransfusies van arm tot arm kunnen uitgevoerd worden. Het feit dat bloedgever en –ontvanger rechtstreeks met elkaar verbonden moeten zijn, is een beperkende factor.

De Belg Albert Hustin ontdekt dat natriumcitraat het stollen van het bloed tegengaat. Hiermee kan de kwaliteit van het bloed bewaard blijven en worden bloedbanken in principe mogelijk, mits koeling. In 1914 voerde hij zijn eerste succesvolle bloedtransfusie uit. 

(lees verder onder de foto)

De Amerikaanse legerkapitein en -dokter Oswald Robertson ziet als een van de eersten de noodzaak van een uitgebreide bloedvoorraad aan het front. Hij zet de eerste bloedbank op aan het front in 1917.

Plastische chirurgie haalt soldaten uit isolement

Tijdens WOI lopen ontzettend veel soldaten verwondingen op.  Verminkingen zoals verdwenen neuzen, verwoeste wangen en vreselijke brandwonden zijn niet uitzonderlijk. 

(lees verder onder de foto)

Wikimedia Commons

In Groot-Brittannië trekt de jonge Nieuw-Zeelandse arts Harold Gillies zich het lot van verminkte soldaten aan. Vaak zijn de gevolgen van het sociale isolement en de schaamte van de veteranen veel erger dan de effectieve fysieke schade.

Gillies krijgt de ruimte én het budget om veel te experimenteren, hij grijpt terug naar de originele technieken die eeuwen daarvoor al werden toegepast in Azië. Het grote verschil is dat voor Gillies ook het esthetische aspect erg belangrijk is. 

In 3 jaar tijd voert hij meer dan 11.000 operaties uit. Hij wordt de vader van de plastische chirurgie genoemd. Dankzij hem worden er grote en baanbrekende vorderingen gemaakt. 

Van gifgas naar chemotherapie

In het najaar van 1916 ontwikkelen twee chemici Wilhelm Lommel en Wilhelm Steinkopf een gas dat zij LOST noemen. Door de geelbruine kleur en de geur, die op die van een mosterdplant lijkt, wordt het al snel mosterdgas genoemd. Het gebruik van gas leidt tot een andere nieuwe uitvinding die kenmerkend wordt voor de Eerste Wereldoorlog: het gasmasker.

Bij de eerste massale gifgasaanval (op 22 april 1915) in de buurt van Ieper) laten Duitse troepen, persoonlijk opgeleid door de Duitser Fritz Haber (tweede van links op foto in tekst), een wolk van 150 ton chloorgas ontsnappen over een lengte van 7 kilometer. De giftige wolk overrompelt de Franse soldaten, waardoor de Duitsers terreinwinst kunnen boeken. Na die aanval is het hek van de dam: zowel de Duitsers als de geallieerden zoeken voortdurend naar gevaarlijkere gassen om de vijand aan te vallen. 

(lees verder onder de foto) 

Meer dan twintig jaar later ontdekken artsen dat het aantal witte bloedcellen van slachtoffers van mosterdgas dramatisch is gedaald, terwijl de rest van hun weefsel onaangetast lijkt.

Als mosterdgas het aantal witte bloedcellen doet afnemen, kan dit een behandeling zijn voor lymfeklierkanker, aangezien die voorkomt in de witte bloedcellen. De ontdekking leidt ertoe dat wetenschappers op zoek gaan naar nog meer stoffen die soortgelijke effecten zouden kunnen hebben op kanker.

Snelle ontwikkeling van luchtvaart: van zeppelin tot vliegdekschip en drone

Op  17 december 1903 maken de broers Wright hun eerste geslaagde vlucht met een gemotoriseerd vliegtuig, de Wright Flyer, amper 11 jaar voor de start van Wereldoorlog I. Tijdens die oorlog zal het vliegtuig uitgroeien van verkenningsmiddel tot een onmisbaar wapen. 

Vliegtuigen worden in eerste instantie gebruikt als verkenningsmiddel. Later worden er jachtvliegtuigen ontwikkeld, onder meer door de Nederlandse luchtvaartpionier en vliegtuigbouwer Anthony Fokker.

Tijdens de loopgravenoorlog wordt er ook op grote schaal gebruikgemaakt van luchtfotografie

(lees verder onder de foto)

Wikimedia Commons

De Duitsers zijn er in eerste instantie nog van overtuigd dat zeppelin-aanvallen op Britse steden voldoende zouden zijn om de oorlogswil te temperen. 

Een zeppelin is een sigaarvormig luchtschip. De zeppelin wordt boven de wolken gehouden zodat de vijand hem niet kan zien. Maar er zijn ook nadelen aan verbonden: ze zijn vrij makkelijk uit de lucht te halen en ze zijn gemaakt van brandbaar materiaal. Vanaf 1916 worden er echter aan beide zijden meer en nieuwe vliegtuigtypes ingezet. Toch blijft ook de zeppelin een belangrijk oorlogswapen. 

(lees verder onder de foto) 

Wikimedia Commons

Na verloop van tijd worden er vaker bommenwerpers ingezet en er komen ook nieuwe generaties gevechtsvliegtuigen.  

Tijdens Wereldoorlog I verschijnen ook de eerste vliegdekschepen, schepen die enkele vliegtuigen kunnen vervoeren en waarop het onderhoud ervan kan gebeuren, met grote platformen waarop de toestellen zowel kunnen opstijgen als landen.  In het begin zijn het vooral de Britten die zich hiermee bezighouden, later volgen de Amerikanen en Japanners. 

De Amerikaanse marine ontwikkelt in 1916-1917 de eerste drone.  Elmer Sperry en Peter Hewitt willen een onbemande vliegende bom maken, maar hun drone blijkt te onnauwkeurig hiervoor. 

De drone is voorzien van gyroscopen en barometers om de hoogte te bepalen en wordt voor het eerst getest op Long Island op 6 maart 1918. Het besturen van de drone blijkt lastiger dan gedacht en na jaren van ontwikkeling beslist de Amerikaanse marine in 1925 het drone-project stop te zetten.

Draadloze communicatie, radio en telefonie

Bij het begin van de oorlog is er geen contact meer mogelijk wanneer een vliegtuig eenmaal opgestegen is. Het Amerikaanse leger zoekt een oplossing en kan in 1915 zend- en ontvangstapparatuur in de vliegtuigen installeren die op korte afstand berichten kunnen sturen en ontvangen.

Deze uitvinding wordt in 1916 uitgebreid met een radiotelegraaf die tot ruim 220 kilometer afstand boodschappen kan sturen naar zowel de troepen op de grond als naar andere vliegtuigen in de lucht.

In 1917 wordt het contact met de vliegtuigen nog meer vergemakkelijkt doordat het mogelijk wordt voor piloten om te praten met de verkeersleiding op de grond.

Ook voor de marine is radio een revolutie. Voor het eerst kunnen schepen op grote afstand of bij slecht zicht communiceren.  Het wordt mogelijk strategische instructies door te geven aan schepen in volle zee. 

Ook telefoneren is snel en handig. Naarmate de loopgravenoorlog vordert, worden vaak complexe telefoonnetwerken aangelegd. In het begin zijn die lijnen nog makkelijk af te luisteren, maar ook daar komt later verandering in. 

©2014 brilk
Video player inladen ...