De goudschat, het kasteel en het "monster van de Ardennen": nieuw proces tegen Michel Fourniret

Het klinkt als een detectiveroman, maar het is bittere ernst: een roofmoord, een goudschat die op een kerkhof begraven ligt, en een kasteel dat met die buit wordt gekocht. De Franse seriemoordenaar Michel Fourniret (74) en zijn ex-vrouw Monique Olivier (68) staan daarvoor vanaf vandaag opnieuw voor het hof van assisen. 

Even terug naar juni 2003. In Ciney, bij Dinant, stopt een man met een bestelwagen naast een 13-jarig meisje. Hij zegt dat hij tekenleraar is en vraagt de weg naar een klooster in de buurt. Marie-Ascension stapt in zijn bestelwagen. Meteen wordt ze met een touw aan handen en voeten vastgebonden. Het doodsbange meisje vraagt of de man lid is van de bende van Marc Dutroux. "Nee", antwoordt hij, "Ik ben erger dan Dutroux". Op een bepaald ogenblik kan Marie-Ascension toch het touw losmaken en uit de bestelwagen springen. Haar ontvoerder merkt het niet meteen. Iets verderop kan het meisje een automobiliste laten stoppen. Samen rijden ze in de richting waarin de man verdwenen is. Die heeft intussen gemerkt dat het meisje is kunnen ontsnappen en heeft rechtsomkeer gemaakt. Wanneer het meisje en haar redster hem kruisen, noteren ze zijn nummerplaat. 

Ik ben erger dan Dutroux

Michel Fourniret

Het is het begin van het einde voor de Fransman Michel Fourniret, de man in de bestelwagen. Dankzij het getuigenis van Marie-Ascension wordt hij opgepakt – de start van een maandenlang onderzoek. Daaruit blijkt dat het 13-jarige meisje lang niet zijn enige slachtoffer is. Fourniret én zijn vrouw Monique Olivier worden in 2008 tot levenslang veroordeeld voor de moorden op 7 meisjes, tussen 12 en 21 jaar oud. Eén van hen is de 12-jarige Elisabeth Brichet, een meisje uit Namen dat in 1989 verdwenen is, en van wie het lichaam pas in 2004 wordt opgegraven in de tuin van Fournirets kasteel in Sautou, aan de Frans-Belgische grens. 

Maar met die uitspraak van het Franse hof van assisen eindigt de zaak-Fourniret nog niet. De man, die intussen "het monster van de Ardennen" wordt genoemd, bekende sindsdien nog twee lustmoorden op jonge vrouwen. Een proces daarover volgt binnen afzienbare tijd. En dan is er dus nog die roofmoord waarvoor hij en zijn (intussen ex-)vrouw nu terechtstaan.

Lees verder onder de foto.

Elisabeth Brichet

Een oud-celgenoot met een groot geheim

De kiemen voor die moord worden gezaaid in 1984. Fourniret wordt dan veroordeeld voor een reeks zedenfeiten met minderjarigen. Hij wordt opgesloten in de gevangenis van Fleury-Mérogis, ten zuiden van Parijs. Zijn celgenoot is een inbreker, een zekere Jean-Pierre Hellegouarch. In november 1987 komt Fourniret vrij. 

Een klein half jaar later wordt Fourniret gecontacteerd door Farida Hamiche, de vriendin van zijn vroegere celgenoot. Ze heeft een voorstel voor hem. Haar vriend, die nog altijd in de gevangenis zit, is te weten gekomen waar de buit begraven ligt van de “Postiches”, een bende die zich vermomde met pruiken en maskers, en zo verschillende overvallen pleegde begin de jaren 80. Als Fourniret haar helpt om die buit te gaan opgraven, dan zou hij 500.000 franc krijgen (ongeveer 7.500 euro).

De schat opgraven op het kerkhof

In maart 1988 trekken Fourniret, Olivier en Farida Hamiche naar een kerkhof ten noorden van Parijs. Achter een grafsteen graven ze een werkkoffer op, met daarin de buit van de Postiches: 34 goudstaven en duizenden goudstukken. Goed voor 80 kilo goud, wat vandaag de dag een slordige 3 miljoen euro waard zou zijn. Ze verbergen die op het appartement van Hamiche. Maar het knaagt bij Fourniret. Dat half miljoen Franse frank lijkt plots weinig.

Hij besluit het anders aan te pakken. Twee weken na hun graafwerk neemt hij Farida Hamiche mee naar een bos om er wapens op te graven. Hij steekt de vrouw neer met een bajonet, en wurgt haar. Daarna verbergt hij het lichaam, en gaat hij het goud ophalen, samen met zijn vrouw. Tijdens zijn ondervraging jaren later verklaart Fourniret: "Die moord had niks seksueels. Het was louter een overdracht van eigendom." Tegenover zijn ex-celgenoot Hellegouarch zegt hij dat hij niks weet van Farida’s verdwijning. Wanneer de man na zijn vrijlating merkt dat het geld verdwenen is, confronteert hij Fourniret daarmee, maar die ontkent in alle toonaarden.

Een kasteeltje op de Frans-Belgische grens

De Franse seriemoordenaar heeft het goud intussen omgeruild voor geld, dat hij investeert in vastgoed. Hij koopt eind 1988 een studio, een huis én vooral het Château de Sautou, een klein kasteeltje in de buurt van Sedan, in Noord-Frankrijk. Fourniret legt voor het kasteel 1,2 miljoen Franse frank op tafel. Cash. Met een bosweg die net over de Belgische grens uitkomt, is het Château de Sautou een ideale uitvalsbasis. In 2004 zullen op het domein de lichamen worden gevonden van Elizabeth Brichet en de 22-jarige Marie-Jeanne Desramault.

Zoveel luxe kan uiteraard niet onopgemerkt voorbij gaan. Wanneer Jean-Pierre Hellegouarch hoort dat Michel Fourniret kasteelheer is geworden, hoeft hij niet lang na te denken waar die plots zijn geld vandaan heeft gehaald. Hij rijdt naar Sautou, en schiet er op Fourniret. Maar zijn kogel mist doel. Fourniret verkoopt het kasteel en vlucht naar België. Daarna begint hij aan zijn moorden op vrouwen en meisjes. Hij gebruikt bij zijn rooftochten onder andere een Citroën-bestelwagen, die hij ook met het geld van de goudschat gekocht heeft.

Lees verder onder de foto.

Is de zaak verjaard?

Tijdens het assisenproces in 2008 komt de zaak nog niet aan bod, omdat het onderzoek niet is afgerond. Intussen hebben Fourniret en Olivier wel bekentenissen afgelegd. Maar volgens hun advocaat is de zaak intussen verjaard, en heeft een proces geen zin meer, zo verklaarde hij aan Franse media. Het assisenhof in Versailles moet daar nu over oordelen. Het lichaam van Farida Hamiche is nooit gevonden. Voor Fournirets straf maakt het allemaal niet veel uit: hij is veroordeeld tot levenslang, zonder de mogelijkheid om ooit nog vrij te komen.

Herbeluister hier het gesprek met Philip Heymans in "De Ochtend"

Fourniret tijdens graafwerken op het kasteeldomein in Sautou