600.000 beeldjes in Ieper vertrekken vanaf vandaag naar alle windstreken: het verhaal achter één van de beeldjes

De 600.000 beeldjes van klei, die ruim een half jaar in Ieper hebben gelegen als aandenken aan de Eerste Wereldoorlog, worden vanaf vandaag gratis weggegeven. Het kunstproject "Coming world remember me" van Koen Vanmechelen wordt daarmee officieel ontmanteld. VRT NWS-journaliste Kristien Bonneure was een van de vele duizenden makers. Ze ging ook op zoek naar het oorlogsslachtoffer waarmee ze via een beeldje gelinkt is.

Wat er de afgelopen vier jaar is gebeurd zou je “crowd-kleien” kunnen noemen. Alles samen hebben 180.000 mensen meegewerkt. Het resultaat: 600.000 mensjes van gebakken klei, evenveel als er Belgische slachtoffers waren van de Eerste Wereldoorlog: militairen en burgers. Nu kan iedereen een beeldje ophalen in het provinciaal domein De Palingbeek in Ieper, ook wie er zelf geen heeft gemaakt. 

Afhalen met respect, niet verkopen

De voorbije dagen trokken al veel mensen gewapend met een lege zak naar de Palingbeek. "Iets gratis uitdelen, dat trekt altijd veel volk aan", zegt een vrijwilliger. Maar respect is wel geboden: ten slotte staat elk figuurtje van klei symbool voor een dode. "Niet over de beeldjes lopen en ook niet doorverkopen", waarschuwt gedeputeerde Myriam Vanlerberghe. Kunstenaar Koen Vanmechelen voegt eraan toe: "Vanaf nu is iedereen die een beeldje meeneemt een museum op  zich." Hij koestert de stille hoop dat ooit, over 50 of 100 jaar, een curator de beeldjes weer eens bijeen zal brengen. 

Beluister hier een gesprek met kunstenaar Koen Vanmechelen:

Herdenken, helpen, reflecteren, verbinden: dat was de bedoeling van “Coming world remember me” van Vanmechelen.  Dat "het project geleefd heeft, dat het mensen verbonden heeft, dat het mensen heeft doen nadenken over oorlog en vrede" vindt intendant Jan Moeyaert van blijvende waarde. Ik vond het een heel bijzondere, tastbare manier om stil te staan bij de Eerste Wereldoorlog en bij het vredespotentieel vandaag.

't Poeierke

Het duurde een poos voor ik zelf de hand aan de ploeg kon slaan. In de vaste ateliers in Ieper en Nieuwpoort was ik niet geraakt en op het Kunstenfestival van Watou was er te veel kunst en te weinig tijd om een beeldje te maken. Maar net voor Wapenstilstand 2017 kwam "Coming world remember me" naar me toe met een mobiel atelier in Vilvoorde. Op een symbolische plek: de Kruitfabriek.

Na Wapenstilstand lieten de Duitse troepen 200 onbewaakte treinwagons met munitie achter in Vilvoorde. Het spul kwam onder meer terecht in buskruitfabriek ’ t Poeierke. Op 31 mei 1919 brak daar brand uit. Er vielen 13 doden, duizend huizen liepen schade op, 100 gezinnen hadden geen dak meer. De ontploffing werd als oorlogsramp erkend, omdat het om munitie uit WO I ging.     

Bijna 100 jaar later krijg ik, uitgeweken West-Vlaming, in de Kruitfabriek in Vilvoorde een dikke cilinder zware klei van een vriendelijke medewerkster. Ik ga een beeldje maken van het type “New Generation”. Ik krijg een mooi boekje met een “certificaat van deelname” en een “dogtag”, zo’n ijzeren plaatje dat om de nek van de soldaten zat. Ik ben nu namelijk verbonden met een slachtoffer van de oorlog. Maar daarover straks meer. Een deel van mijn 5 euro is bestemd voor hulp aan kinderen in oorlogsgebied, met name in Oeganda en in Congo. 

Karine De Wasch

Reusachtig wafelijzer

Met een vrachtwagen is het mobiele atelier aangevoerd en opgesteld. Goed gerief. Stevige werktafels en zware gietijzeren mallen om de figuurtjes in vorm te krijgen. Als een soort reusachtige wafelijzers. Met enkele vriendinnen ga ik aan de slag; we nemen onze tijd en hangen met ons volle gewicht aan de hengsels van de mallen. We draaien een holte in ons beeldje, zodat het niet barst als het straks gebakken wordt. 

Wat tevoorschijn komt zijn prachtige mensjes (m/v/x). Ineengedoken figuurtjes zonder geslacht maar met een duidelijk zichtbare ruggengraat, klaar om weer recht te veren. 

De vorm van alle 600.000 beeldjes is dezelfde, maar de afwerking verschilt. Ik strooi wat wit zand over mijn beeldje en fluister het wat vredevols in; iemand anders maakt van de ruggengraat een rechtopstaande rij vinnen als van een dinosauriër. Er wordt gekerfd en versierd, gladgemaakt, gekarteld en geschubd. Tot we tevreden zijn. Als alles klaar is leggen we de beeldjes in kratten. Het lijken wel prehistorische schedels.

In Vilvoorde zijn veel schoolklassen beeldjes komen maken; ik zie dat leerlingen hun naam (“Ayoub”, “Hannah”) in de klei hebben vereeuwigd. Iemand heeft er een vredesteken in gezet. 

Ouders en kinderen

Het mobiele atelier in Vilvoorde is een van de maar liefst 150 workshops, in binnen- en buitenland, tussen 2014 en 2018 georganiseerd. Alles samen 180.000 mensen werken eraan mee. Ik maak één beeldje, sommige verenigingen een heleboel. Veel ouders kleien samen met hun kinderen. 180.000 mensen, gedurende vier jaar. Van 1.230.000 kilo gemengde klei uit Ieper en Duitsland hebben we 600.000 beeldjes gemaakt. Cijfers om van te duizelen.

Al die loodzware houten kratten uit alle hoeken van het land zijn daarna naar het bouwbedrijf Wienerberger in Kortemark gebracht, waar doorgaans bakstenen en dakpannen in de oven gaan. Nu draaien de ovens artistieke overuren.  

In februari en maart zijn 4000 vrijwilligers aan de slag in het provinciaal domein De Palingbeek in Ieper, het niemandsland van een eeuw geleden. Ik volg hen via sociale media; het is bitter koud en vochtig, maar het veld vol beeldjes groeit gestaag als een oranje plas. Met engelengeduld schikken ze de beeldjes van gebakken klei, de ruggengraten netjes in dezelfde richting. In het midden komt een verhoog met een reusachtig oer-ei van Koen Vanmechelen, waar nog eens 47.000 kleinere beeldjes uitstromen.

Om heel stil van te worden

Op 30 maart opent de landartinstallatie en in de zeven maanden die volgen komen maar liefst 250.000 mensen op bezoek. In mei ga ik erheen, op een zonnige weekdag, met een vriendin, ook meter en maker van een beeldje. We lopen langs een pad dat uitzicht biedt vanuit de hoogte. Adembenemend. De roestbruine zee valt bij het naderen uiteen in aparte beeldjes, als de facetten van een groot oog. Hele zones lijken op elkaar, als seriewerk, maar er zijn ook echte karakters bij. 

Ik zoek niet naar “mijn” ventje of vrouwtje. Hoe zou ik het ook herkennen? Ik weet en voel dat het hier ergens zit, schouder aan schouder met alle anderen. Misschien staat het ergens aan de rand van het veld? Stel dat het plotseling het hoofd heft, dan kijkt het recht het bos in.

Het is stil aan de Palingbeek in Zillebeke, deelgemeente van Ieper. We denken aan leven en dood, aan massa en individu, aan de grond waarop we staan met die 600.000 doden, weer tot leven gebracht in een “New Generation”. Altijd al een fan van landart geweest, maar dit is het indrukwekkendste collectief gemaakte project dat ik ooit zag.  

De Caterpillar

In de directe omgeving van de beeldjes luisteren we naar oorlogspoëzie. Dan is het tijd om alles weg te laten waaien. De Palingbeek, het grootste provinciedomein van West-Vlaanderen, is een uitgestrekt wandelgebied van 350 hectare. Hoe idyllisch ook, een eeuw geleden was het een bloederig slagveld. We komen handdoekgrote begraafplaatsjes tegen en de fameuze Hill 60, zo vaak van kant gewisseld en ondermijnd. Een chaotische molshoop, nog altijd “geaccidenteerd terrein”. 

We stoppen abrupt aan de rand van een enorme krater, de Caterpillar. Alsof er een meteoriet is neergekwakt. De put is het resultaat van een mega-mijnontploffing. Op 7 juni 1917 brengen de geallieerden 32 ton dynamiet in tunnels tot ontploffing, om de Duitsers te verdrijven. Op 16 mei 2018 zien we libellen boven het vijvertje op de bodem van het buitenaards diepe gat. 

Leonard Blanchard

Enkele maanden later. Ik krijg bericht dat mijn naam, als maker van een beeldje, gekoppeld is aan die van een oorlogsslachtoffer. Leonard Blanchard, een Britse “private” van 19, gesneuveld op 12 april 1918. Zijn lichaam is nooit gevonden. Zijn naam staat op het Ploegsteert Memorial. Daar wil ik heen. 

Ondanks de droge, hete zomer is het groen stevig opgeschoten tussen de 600.000 beeldjes. Voor de ene bezoeker de natuurlijke gang van zaken, de andere vindt het respectloos. Wat ware het mooi geweest als deze hele menagerie weer aan de natuur werd gegeven. Dat de gebakken klei zich zou vermengen met de Ieperse grond. Maar het mag niet zijn. De kunstinstallatie wordt op enkele weken tijd ontmanteld en het natuurgebied is straks weer van de kamsalamanders. 

Eentje uit velen

Midden november nu. Iedereen mag een beeldje komen halen, zelfs wie er geen zelf heeft gemaakt. "Iedereen wordt nu zijn eigen museum", zegt Koen Vanmechelen, die vraagt dat mensen hun beeldje respecteren. Doorverkopen mag niet.  De kunstenaar hoopt dat de figuren ooit weer samenkomen. De 600.000 beeldjes zijn in alle windstreken gemaakt en hebben hier betekenisvolle tijd samen doorgebracht. Nu zwermen ze weer uit naar alle windstreken. Dat is niet minder betekenisvol; ze nemen het verhaal met zich mee.

Ploegsteert

Ik loop een Britse familie tegen het lijf, die stomverbaasd is over dit project. Ze zijn hier voor de grote herdenkingen en om een bezoek te brengen aan het graf van een gesneuvelde oudoom.  Overal zie ik al mensen beeldjes oppakken en in zakken steken. Iemand loopt eroverheen en krijgt meteen luide commentaar.

Op naar Ploegsteert nu, waar de naam van Leonard Blanchard te vinden moet zijn. Plug Street zeiden de Britten. Aan de andere kant van de taalgrens. De onfortuinlijke wielrenner Frank Vandenbroucke ligt er begraven, vereeuwigd in het bekendste lied van “Het Zesde Metaal”. 

Vandenbroucke ligt er niet alleen; het wemelt van de Britse begraafplaatsen in Ploegsteert. Ik vind “Hyde Park Corner Cemetery” (wat een naam) met 80 graven en aan de overkant van de straat het “Berks Cemetery Extension” met 800 graven en het open paviljoen "Ploegsteert Memorial", ter nagedachtenis van meer dan 11.000 gesneuvelden zonder graf. Een kleinere versie van de Menenpoort in Ieper. Ik loop met m'n vinger langs de panelen met namen en vind ... Leonard Blanchard. Ik zet het beeldje dat ik meebracht uit Ieper bij zijn naam.

Veel informatie over Blanchard heb ik niet gevonden. Hij is vermoedelijk in 1899 geboren in Sutton-on-Hull. Was bij het elfde bataljon van het East Yorkshire Regiment. Stamnummer 29766. Rang: private. Gesneuveld, “killed in action” op 12 april 1918. Als zijn geboortejaar klopt dan was hij 19 jaar, zo jong als mijn zoon.  

Zoals zo vaak in de Westhoek gaan gesprekken aan begraafplaatsen zelden  over het weer. Een Ierse man staat te kijken hoe ik m'n beeldje een plek geef in Ploegsteert. Wanneer ik hem over het project "Coming World Remember Me" vertel is hij zo ontroerd dat hij afscheid neemt met een kus. 

Niet enkel Leonard Blanchard, àlle 600.000 namen staan ook op ijzeren "dogtags" in een glazen container aan de Palingbeek. Koen Vanmechelen heeft ze bovendien op een usb-stick, verzegeld en wel, in een van zijn kunstwerken gestopt: een plexi ei dat in een nest van bronzen klauwen ligt. Dat werk blijft staan in Ieper. Het grote oranje ei tussen de 600.000 beeldjes krijgt elders in het domein een stekje.

Ik heb nog een tweede beeldje meegenomen; het staat intussen op de kast thuis. Het beeldje dat ik zelf maakte staat misschien al bij iemand anders. Dank je, Koen Vanmechelen, Jan Moeyaert, mede-kleiers, vrijwilligers, bezoekers.

De Palingbeek is straks weer leeg. "Als ik vanzeleven weer eens in de Westhoek passeer" ga ik nog eens naar die andere sterke beelden kijken: de gebroken vader en moeder van Käthe Kollwitz op de Duitse begraafplaats in Vladslo.

Luister hier naar enkele leerkrachten en leerlingen van de school Immaculata uit Ieper, die erg betrokken waren bij het project:

Bekijk hier het item uit het Journaal van 13 uur

Video player inladen ...