Eén maand na de verkiezingen: in deze gemeenten is het nog wachten op een coalitie

Niet alleen in Gent en Antwerpen zijn de coalitiegesprekken nog volop aan de gang. Eén maand na de lokale verkiezingen wordt nog in zestien gemeenten gesleuteld aan een nieuw bestuur. Op sommige plaatsen is het al zo goed als zeker wie uiteindelijk zal meebesturen, terwijl het in andere gemeenten nog koffiedik kijken is hoe de koek precies zal worden verdeeld. 

De inwoners van zestien Vlaamse gemeenten weten nog altijd niet precies hoe hun gemeentebestuur er vanaf 1 januari zal uitzien. Het gaat onder meer om centrumsteden als Antwerpen, Gent, Aalst en Oostende. Maar ook op landelijkere plekken als Borsbeek en Heist-op-den-Berg is nog geen coalitie gevormd, en wordt duchtig verder onderhandeld.

Niet overal is de inzet van die onderhandelingen nog even hoog. Zo is het in Aalst bijvoorbeeld al duidelijk dat Christoph D’Haese (N-VA) opnieuw burgemeester zal worden (ditmaal van een Zweedse coalitie), en ook in Zaventem lijkt het burgemeesterschap van Ingrid Holemans (Open VLD) een certitude.

Hetzelfde geldt voor N-VA-voorzitter Bart De Wever in Antwerpen, die in alle rust de verschillende coalitiemogelijkheden bekijkt, maar wel op inhoudelijk vlak nog enkele harde noten zal moeten kraken.

In andere gemeenten is nog niet geheel duidelijk wie de functie van burgervader of -moeder op zich zal nemen. De meest gemediatiseerde van die strijdtonelen zijn Gent, Ninove (waar Forza Ninove meer dan 40 procent haalde), en Oostende, waar Vlaams minister Bart Tommelein (Open VLD) wel goed op weg lijkt om SP.A na 21 jaar van de troon te stoten.

Verder zijn er ook nog gemeenten als Pepingen. Daar haalde op 14 oktober één lijst een absolute meerderheid, maar wordt wel nog onderhandeld met andere partijen om een ruimere coalitie te vormen. Dit soort gemeenten wordt niet aangeduid op onze kaart. Er zijn er zo negen. Andere voorbeelden zijn Sint-Martens-Latem, Alken en Lierde.

(lees verder onder de kaart)

Verhoudingen

Met 275 officieel bevestigde coalities en 288 gekende burgemeesters, kan één maand na de verkiezingen ook al een vrij volledig beeld worden geschetst van de nieuwe verhoudingen op lokaal niveau.

CD&V blijft alvast afgetekend de grootste. De christendemocraten zijn al zeker van meer dan 180 bestuursdeelnames en 118 burgemeesters. Dat is een bescheiden verlies ten opzichte van de vorige legislatuur, zelfs als de gemeentefusies in acht worden genomen.

Open VLD blijft de tweede grootste en lijkt af te stevenen op een lichte vooruitgang. De partij is zeker van 131 bestuursdeelnames en kan ook al uitpakken met 69 burgemeesterssjerpen.

De liberalen worden wel op de voet gevolgd door N-VA, die weliswaar wat stemmen moest inleveren op verkiezingsdag, maar wel op meer plaatsen zal meebesturen. De Vlaams-nationalisten zijn al zeker van een bestuursdeelname in 120 gemeenten en leveren in 53 daarvan de burgemeester. Van die N-VA-burgemeesters komen er 30 uit de provincie Antwerpen.

SP.A komt, zoals bekend, het meest beschadigd uit de stembusslag. Het rode stemmenverlies wordt ook omgezet in een stevige daling van het aantal lokale coalitiedeelnames en burgemeesters. De socialisten besturen voorlopig met zekerheid mee in 77 gemeenten en zullen zich tevreden moeten stellen met minder dan 20 burgemeesters. Een forse klap.

De partij die het meest profiteerde van het SP.A-verlies is Groen, althans op vlak van stemmen. De indrukwekkende toename in aantal groene gemeenteraadsleden wordt echter niet volledig verzilverd. De groenen besturen voorlopig met zekerheid mee in 47 Vlaamse gemeenten en lijken zo min of meer af te stevenen op een status quo. De partij verliest zelfs één van haar twee burgemeesters, nadat Jos Stassen in Kruibeke buitenspel werd gezet. Met Filip Watteeuw aast de partij wel nog steeds op het burgemeesterschap in Gent.