Video player inladen ...

Rudi Vranckx praat met Belgische IS’er in Syrische gevangenis: “Plots moesten we tegen onze vroegere vrienden vechten”

In een Syrische gevangenis stuitten Rudi Vranckx en zijn ploeg op Hamsa Nmili, een IS-strijder uit Vilvoorde. Zijn verhaal biedt een unieke inkijk in de drijfveren van Belgische Syriëstrijders en het ontstaan van de grootste terreurbeweging uit de geschiedenis.  

Hamsa Nmili, een 28-jarige Vilvoordenaar met als strijdersnaam Abou Oussama al-Belgiki, was deel van de eerste golf van Belgische jihadisten die afreisden naar Syrië. Hij was in 2011 geradicaliseerd onder invloed van Sharia4Belgium. Twee jaar later was hij al op weg naar Syrië, waar hij de opkomst en ondergang van het “kalifaat” van dichtbij meemaakte. Nu zit hij opgesloten in een Syrische gevangenis.

Ruggengraat van IS

“Ik ben naar Syrië vertrokken om tegen Assad te vechten”, zo begint Nmili zijn verhaal. “Tegen de onrechtvaardigheid. Ideologie heeft ook meegespeeld. Toen ik in juni 2013 in Syrië aankwam, waren er al veel Belgen. De Vilvoordenaars, de Brusselaars en de Antwerpenaars waren al in 2012 hierheen gereisd. We deelden villa’s met verschillende bataljons van het Vrije Syrische Leger. Ook Jabhat Al-Nusra was erbij (de Syrische tak van Al-Qaeda, nvdr).”

Het Belgische bataljon is de ruggengraat van IS geworden

Hamsa Nmili

De villa waarover Nmili spreekt, bevond zich in Kafr Hamra, een dorp in de buurt van Aleppo. Belgische en Nederlandse jihadi’s woonden er samen. Nmili vervoegde aanvankelijk Ansar Al-Sharia, een coalitie van jihadistische milities die Aleppo probeerde te veroveren op het leger van Assad, met als doel de sharia er in te voeren. Al snel liep hij echter over naar IS.

“Dat was het begin, IS was toen nog heel klein. Maljis Shura Al Mujahideen, het bekende Belgische bataljon, is eigenlijk de ruggengraat van IS geworden.”

Dat klinkt als grootspraak, maar er zit een grond van waarheid in. In een recent rapport beschrijven journalist Guy Van Vlierden en IS-kenner Pieter Van Ostaeyen hoe in de loop der jaren maar liefst 77 Belgische Syriëstrijders bij Maljis Shura Al Mujahideen (MSM) belandden. 

De Amerikaanse journalist James Foley werd volgens Syriëstrijder Jejoen Bontinck ook door Belgen bewaakt.

Het is onder meer dankzij MSM dat IS erin slaagde Al-Nusra van de troon te stoten als de jihadistische rebellenbeweging in Syrië. En IS schatte die bijdrage ook naar waarde. Abu Bakr Al-Baghdadi, de latere zelfverklaarde kalief van IS, bezocht in 2013 Kafr Hamra om er zijn plannen voor een kalifaat uit de doeken te doen – volgens sommigen zelfs in het bijzijn van enkele Belgen. 

Kidnappingen en onthoofdingen

Nmili: “Aanvankelijk vochten we tegen het regime van Assad. Maar alles veranderde in januari 2014. Er was een conflict ontstaan tussen IS en het Vrije Syrische Leger. Ideologie was in het spel gekomen. IS stelde dat iedereen hen moest volgen. IS was de waarheid. En toen moesten we tegen onze vroegere vrienden gaan vechten.”

Eigenlijk begon het vroeger. Al in 2012 vochten verschillende rebellenfracties tegen elkaar in het noorden van Syrië. Firas Al-Absi, de stichter van MSM, kwam om het leven bij een van die eerste interne clashes. 

Als de staatsveiligheid van IS ter ore kwam dat je de intentie had om IS-grondgebied te verlaten, dan volgde de doodstraf

Hamsa Nmili

Onder de leiding van Firas' jongere broer Amr Al-Absi hield MSM al snel campagnes van ontvoeringen en onthoofdingen in elke stad of dorp die ze veroverden. De slachtoffers waren steeds niet-soennieten. Bij de eskaders die daarvoor verantwoordelijk waren, zaten ook Belgen. Ook James Foley, de Amerikaanse journalist die in 2012 ontvoerd en uiteindelijk voor de camera gedood werd, belandde via-via in de handen van de jonge Al-Absi. Volgens verklaringen van ex-Syriëstrijder Jejoen Bontinck waren enkele van zijn bewakers zelfs Belgen.

Sommige Belgische IS’ers droegen dan ook een bijzonder kwalijke reputatie met zich mee.

Nmili: “Het waren vooral de Molenbekenaren waarvan bekend was dat ze gevaarlijk waren, de groep rond Abdelhamid Abaaoud (de spil van de terreurcel die aanslagen pleegde in Brussel en Parijs, nvdr). Die vochten als machines. Dat waren mensen die graag vochten, zonder stoppen. Ze hadden een verleden in de criminaliteit. En als crimineel word je zo lid van IS.”

Raqqa

Maar de hoogconjunctuur van het “kalifaat” bleef niet duren. 

Nmili: “Van 2014 tot 2016 controleerde IS een groot gebied. Ook al was je tegen hen, dan nog dacht je: oké, ik blijf hier, want hier ben ik vrij. Als ik naar Turkije ga, pakken ze me op en sturen ze me naar België. En dan moet ik in de gevangenis zitten. Dus bleven we."

Hamsa Nmili werd in september 2017 gevangengenomen in Raqqa. VRT

"Alles veranderde in 2017, toen Mosul gevallen was en daarna de aanval op Raqqa volgde. Plots spraken de mensen op straat open en bloot over weggaan uit IS-gebied. Niet tegen zomaar iedereen, want als het de staatsveiligheid van IS ter ore kwam dat je de intentie had om IS-gebied te verlaten… dan volgde de doodstraf.”

Uiteindelijk won de angst voor de bombardementen het toch. Nmili vluchtte op 29 augustus 2017 richting Abu Khashab, een dorp in de provincie Deir Ez-Zor. Naarmate de oorlog in Syrië kantelde, werd die regio in toenemende mate een laatste schuiloord voor de rebellen die uit hun bolwerken verdreven werden, zowel de jihadistische als de seculiere. Een kleine maand later, op 27 september 2017, stuurde Nmili een bericht naar een neef: hij was ongedeerd, maar wel gevangengenomen door Koerdische strijders. In Raqqa.

Geen proces

Na omzwervingen via het vluchtelingenkamp Al-Hol, waar Nmili ondervraagd werd, belandde hij in de high security prison in Qamishli. Daar sprak de ploeg van Vranckx in oktober met hem. Waar hij nu zit, is niet bekend.

“Ik ben hier nu al één jaar en twee maanden”, vertelde Nmili toen. “Het voelt als tien jaar. Je hebt geen rechten. Je krijgt geen bezoek, geen telefoon. Het Rode Kruis komt soms. Ik heb twee brieven van mijn familie gekregen, twee maar, op één jaar en twee maanden. Misschien zijn mijn ouders en mijn familie ziek.”

“Ik word hier in een cel gezet met twintig mensen die allemaal lid geweest zijn van IS. Ik ben weggegaan uit IS-gebied om geen IS’ers meer te hoeven zien, en nu zit ik weer samen met hen in één kamer. Ik probeer ze te vergeten. Ik wil niets meer van hen weten.”

Nmili zit nu in een Syrische cel zonder uitzicht op een proces. De Koerden die het noorden van Syrië besturen, zijn voorlopig niet van plan om buitenlandse IS’ers te berechten. Irak, dat andere land waar IS-strijders massaal zijn opgesloten, voert wel al zulke processen. De Belgische Syriëstrijder Tarik Jadaoun wacht bijvoorbeeld momenteel de uitspraak in beroep af tegen zijn terdoodveroordeling in mei.

De derde en laatste aflevering van "Voor de zonden van de vaders" wordt vanavond om 21.20 uitgezonden op Canvas. Je kan de reeks integraal bekijken op VRT NU. Hieronder kan je de reportage in "Het Journaal" herbekijken:

Video player inladen ...