Valt het licht echt uit deze winter?

Eind september was er plots dat nieuws: dat ons land komende winter dreigt af te stevenen op een stroomtekort. Net als in 2014 werd er gedacht aan de zogenaamde afschakelplannen: groepen gemeenten konden tijdelijk in het donker worden gezet als de stroom opraakte. Opnieuw, want in 2014 was er al een eerste waarschuwing. Maar voorlopig lijkt  de angst voor een stroomtekort fel overroepen. Maar is dat wel zo? De komende vijf dagen zoekt energiespecialist Luc Pauwels uit hoe het echt zit met het nijpende stroomtekort. 

Vijf van onze zeven kernreactoren liggen momenteel uit. Daarmee zijn we ruim 30% van onze binnenlandse elektriciteitsproductie kwijt. Ongezien, zeggen alle experten. Maar toch blijft de straatverlichting bijna overal branden en verbruiken we lustig verder stroom. Tot vorige week waren er zelfs 6 kernreactoren onbeschikbaar en toch hadden we nooit stroom tekort. Was al die commotie dan een maat voor niets? 

De kans op een stroomtekort is kleiner geworden, maar nog niet geweken. 

Toch niet. De kans op een stroomtekort is weliswaar behoorlijk verkleind, maar nog niet geweken, ondanks het harde werk om het gat in onze stroomvoorziening dicht te rijden. Dat gat is weliswaar kleiner geworden, maar het is er nog altijd. En vooral: Koning Winter heeft nog niet echt thuis gegeven. Tot vorige week, toen we nog 6 kernreactoren kwijt waren, hadden we bijna zomerse temperaturen. Daardoor spartelen we de moeilijke maand november vermoedelijk wel door. Maar als de winter toeslaat in januari en februari, is het nog altijd niet uitgesloten dat we in de problemen komen.

(lees voort onder de foto)

Kerncentrale Doel: alleen kernreactor Doel 3 draait nog, de drie andere liggen stil Yorick Jansens

1600 tot 1700 megawatt – de capaciteit van 4 grote gascentrales - dat is het gat dat we moesten dichtrijden om de winter veilig door te komen, zo berekende hoogspanningsnetbeheerder Elia eind september. Een paar dagen eerder raakte bekend dat in november maar liefst 6 van onze 7 kernreactoren buiten strijd zouden zijn en 2 daarvan heel de winter onbeschikbaar zouden blijven. Het Federale Planbureau had op dat moment al een eerste waarschuwing gegeven: de kans dat we – met name in november - in het donker zouden komen te zitten, was onrustwekkend gestegen. “Het water staat ons aan de lippen”, benadrukte de experte van het Planbureau. En Elia gaf haar gelijk. We kunnen het activeren van het afschakelplan niet uitsluiten, zo klonk het, zelfs als we alle middelen inzetten. Het was dus best mogelijk dat we een paar uur in het donker zouden komen te zitten. Tenzij we dus 1600 tot 1700 megawatt extra uit onze hoed toverden.

Het water staat ons aan de lippen.

Danielle Devogelaer, Experte Planbureau

Amper vier dagen later maakte minister Marghem trots bekend dat ze al 750 megawatt extra gevonden had bij Engie Electrabel. Ze benadrukte dat ze zou blijven vechten voor elke megawatt. De minister leek ervan overtuigd dat ze dat gevecht zou winnen. Want als je na 4 dagen al 750 megawatt hebt gevonden, dan is het gat op amper een paar weken gedicht toch? Niet dus. Want we zijn intussen bijna twee maanden verder. Maar het gat is nog altijd niet gedicht.

1195 megawatt hebben we intussen bijeen gesprokkeld. Van de 1600 of 1700. Nog ruim 400 te gaan. Die eerste 1200 zijn er dus vooral gekomen door de inspanningen van Engie Electrabel. Dat heeft nu al 1143 megawatt extra capaciteit bijeen geschraapt. En probeert er nog eens 37 los te peuteren. Maar daarvoor moet Electrabel echt wel het onderste uit de kan halen.

Want eigenlijk heeft Electrabel maar twee mogelijkheden om de kloof te dichten. Eerst kan Electrabel het stroomverbruik op piekmomenten proberen te verminderen door zijn grote klanten te vragen tijdelijk hun fabrieken stil te leggen. Dat gaat dan over grote industriële spelers uit de chemie, petrochemie, of de staalnijverheid bijvoorbeeld. Dat leverde 540 megawatt besparing op. Een tweede optie is  extra stroomcentrales te zoeken. Alleen: in ons land zijn er amper extra centrales. En op import uit zijn buitenlandse centrales kan Electrabel zich dus niet meer verlaten. Want die import was al maximaal opgenomen in de berekeningen van Elia.

De zoektocht naar extra stroom is bij momenten surrealistisch: gesloten centrales opnieuw openen, voor de sloop bestemde oude gasturbines heropstarten, noodgeneratoren laten aanrukken, stroomboten zoeken. Het is allemaal de revue gepasseerd

De zoektocht naar de 1600 megawatt lijkt bij momenten dan ook bijna surrealistisch: de binnenlandse elektriciteitscentrales tot op de uiterste limiet inzetten, oude peperdure, inefficiënte en vervuilende gasturbines opnieuw aansteken, gesloten centrales opnieuw openen, gasturbines die op het punt stonden gesloopt te worden in extremis nog inhuren, noodgeneratoren op diesel en gas laten aanrukken, buitenlandse stroomboten weghalen uit ontwikkelingslanden om hier stroom te komen leveren… het is intussen allemaal al de revue gepasseerd.

Zelfs de wetgeving moest te elfder ure worden omgebogen om dat allemaal tijdig voor mekaar te krijgen: Want de klok tikt: de winter komt eraan. Wallonië kende zonder veel aarzeling extra milieuvergunningen toe voor de extra stroomgroepen, met een spoednooddecreet voerde de Vlaamse overheid de milieuvergunningen voor de noodinstallaties tijdelijk af en kwamen er snel opgemaakte koninklijke besluiten om de productietoelatingen te vergemakkelijken.

Alle zeilen werden bijgezet zodat Electrabel en anderen toch maar tijdig de nodige stroom zouden kunnen bijeenschrapen. Ook de tweede grootste stroomproducent van ons land, EDF Luminus droeg zo zijn steentje bij en leverde 54 megawatt extra. Maar sindsdien is de zoektocht gestokt. Terwijl we nog minstens 400 megawatt moeten dichtrijden. En dat wordt bijna een mission impossible. Echt harken dus. Maar zonder bladeren. Want het lijkt er momenteel op dat alle mogelijkheden zijn opgebruikt.

(lees voort onder de foto)

De gascentrale van EDFLuminus in Gent: gebouwd in 1993 en nu opnieuw aangelegd om de stroomtekorten op te vangen

Maar misschien spartelen we, ondanks de gestokte zoektocht, toch nog door het dreigende stroomtekort heen. Op één grote voorwaarde evenwel: de weergoden moeten ons gunstig gezind zijn. Dan kunnen we zelfs met een gat van 1700 megawatt onbekommerd de winter door. Maar dan geeft die winter dus best niet thuis.

Voor november ziet het er alleszins goed uit. Net voor het écht koud werd, kreeg Electrabel kernreactor Tihange 1  opnieuw opgestart. Onze hoogspanningsnetbeheerder Elia maakt week na week een energievooruitzicht. En dat staat ook volgende week op groen. Het mogelijke stroomtekort voor november lijkt daarmee zo goed als bezworen.

We moeten hopen dat Koning Winter er geen zin in heeft, dan raken we er zelfs met een tekort van 1.700 megawatt.

Maar het is nog geen winter. Die staat nu voor de deur en vooral in januari en februari is het oppassen: dat zijn de koudste wintermaanden. In januari schommelt de gemiddelde temperatuur bij ons rond de 3,3 °C, in februari is dat 3,7 °C. Dat is bijna de helft kouder dan in november. En als je pech hebt, kan dat nog een stuk lager zijn: de voorbije februarimaand haalden we een gemiddelde van amper 0,8 °C. Maar liefst 6 graden kouder dan in een normale novembermaand. En extra koude, dat betekent extra stroomverbruik. Ook in onze buurlanden. Zoals bij de Fransen, die ons heel november van stroom hebben kunnen voorzien. Maar de Fransen durven diezelfde garantie niet geven als de winter in januari en februari echt toeslaat. Want als het flink koud wordt, dan hebben ze gewoon stroom te weinig, en moeten ze elektriciteit importeren in plaats van die te exporteren. De blijvende bezorgdheid van hoogspanningsnetbeheerder Elia voor januari en februari is dan ook te begrijpen. 

We hebben namelijk de voorbije 20 jaar gewoon te weinig geïnvesteerd in stroomcentrales die onder alle omstandigheden de winter de baas kunnen, dus ook als er geen zon of wind is.  Want dat is een tweede weersfactor waarvan onze moderne stroomproductie almaar afhankelijker is geworden. Als wind en zon volop van de partij zijn, leveren onze windmolens en zonnepanelen in theorie maar liefst ruim 7000 megawatt extra stroom. 

(Lees voort onder de foto)

Onze windturbines en zonnepanelen zijn samen goed voor 7 grote kernreactoren stroom. Als er wind en zon is.

Dat is enorm. Het komt erop neer dat we 7 grote kernreactoren hebben bijgebouwd die groene stroom leveren. Tenminste: als ze allemaal op volle kracht draaien. Maar dat gebeurt nooit. Elke avond vallen al sowieso 4 van die 7 grote reactoren weg omdat de zon dan niet meer schijnt. En als op donkere en koude winteravonden ook de wind niet thuis geeft, liggen er nog meer “groene stroomreactoren” uit. 6 van de 7 is best mogelijk. Waarmee we wel heel erg afhankelijk zijn geworden van het grillige Belgische weer.

We hebben het equivalent van zeven grote kernreactoren aan zonne- en windenergie. Alleen: vier van die zeven geven 's avonds nooit stroom. 

Want tegenover de gigantische investeringen in die stroom uit wind en zon staan er amper investeringen in stroomcentrales die wél op donkere, koude en windstille avonden present tekenen. Centrales die 24 uur op 24, 7 dagen op 7 kunnen draaien op gas, biomassa, kernenergie of zelfs steenkool: ze zijn gesloopt, gesloten, of de uitbaters lieten ze gewoon verkommeren. En nieuwe kwamen er al helemaal niet: de afgelopen 7 jaar is er geen enkele grote gascentrale bijgebouwd. Daardoor werden we de facto almaar afhankelijker van onze kerncentrales om ons de winter door te helpen. Kerncentrales die almaar ouder worden. En dit jaar kregen er dus 6 van de 7 gelijktijdig last van ouderdomskwalen: bij 4 bleek het beton van een bunkergebouw aangetast door de jarenlange inwerking van gloeiend hete stoom, 2 liggen stil door een lek in één van de koelsystemen.

Feit: het kost ons geld

Vijf kerncentrales uit, en niets om ze te vervangen, dan steven je recht af op een stroomtekort. Want ook door slimmer om te springen met ons stroomverbruik, door bijvoorbeeld grote energieslurpende bedrijven tijdelijk stil te leggen, met zijn allen te besparen op ons stroomverbruik, of meer te importeren, raken we er op koude, windstille winteravonden nog altijd niet. Dan moeten we misschien toch nog een paar uur in het donker zitten. De volgende dagen onderzoeken we hoe dat allemaal is kunnen gebeuren. En of we echt geen oplossingen kunnen vinden. 

Er is  één zekerheid: de stroomtekorten kosten ons nu al geld, zelfs al komen ze er niet.

En wat dat betekent voor onze portemonnee. Daar hebben we wél al een zekerheid: de maatregelen tegen onze stroomtekorten zullen ons nog wat dieper in de buidel doen tasten. Geen voorspelling dus, want de stroomprijzen zijn nu al gestegen. En die stijging wordt hoe dan ook verrekend op onze stroomfactuur.