Werken tot 67 jaar? Vergeet het!

Monica De Jonghe van de werkgeversorganisatie VBO wil een slogan weghalen uit de discussies over de pensioenen. Volgens haar klopt het niet dat we allemaal zullen moeten werken tot 67 jaar.

labels
TRIPTYQUE jj@triptyque.be
Monica De Jonghe
Monica De Jonghe is sinds 1 oktober directeur-generaal van het VBO. Deze tekst werd geschreven naar aanleiding van discussies in de "Groep van Tien", een overlegorgaan tussen vertegenwoordigers van werkgevers en vakbonden.

Het sociaal overleg in de Nationale Arbeidsraad (NAR) over de zware beroepen is vorige week faliekant mislukt. Terwijl de werkgeversorganisaties een beperkte lijst van criteria wilden opstellen die objectief, meetbaar en controleerbaar waren, gingen de vakbonden uit van een erg ruime benadering waarbij zoveel mogelijk beroepen erkend werden als zwaar en dus recht gaven op een vervroegd pensioen. Het pensioendebat is aan een herbronning toe. Objectieve cijfers en informatie kunnen daarbij helpen.

Bij de start van de Paarse regering in 2004 argumenteerden socialistische ministers Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte in een open brief dat het onmogelijk was om de beste pensioenen en gezondheidszorg van de wereld te willen hebben, en tegelijkertijd de kortste loopbanen. Anno 2018 staat deze stelling nog steeds als een paal boven water. Zo bedraagt de effectieve loopbaanduur in België vandaag 39 jaar, en dit inclusief gelijkgestelde periodes. Zonder gelijkgestelde periodes is dit nog slechts 32,9 jaar volgens Eurostat. Daartegenover staat dat de effectieve pensioenleeftijd van de Belg 60,5 jaar is, en dit met een gemiddelde levensverwachting van 82,2 jaar.

De ‘solidariteit’ van de werkende bevolking komt door demografische redenen onder druk.

Het pensioenstelsel in België is opgebouwd volgens het repartitiesysteem. Dit betekent dat de bijdragen op de lonen van de actieven van vandaag herverdeeld worden onder de gepensioneerden van vandaag. Die ‘solidariteit’ van de werkende bevolking komt door demografische redenen onder druk. Zo waren er in 2017 2,3 werkenden per gepensioneerde. In 2060 zullen er dat nog 1,7 zijn. Dit heeft gigantische gevolgen voor onze begroting in het algemeen en onze sociale zekerheid in het bijzonder: de pensioenuitgaven (46 miljard) vertegenwoordigen 1/5e van de totale primaire uitgaven (229 miljard euro) en zullen bij ongewijzigd beleid alleen maar stijgen.

Toch maken die cijfers weinig indruk, en staart iedereen zich blind op één getal: 67. Nochtans klopt het niet dat elke Belg tot 67 jaar moet werken. Zo wordt de effectieve pensioenleeftijd niet alleen gradueel opgetrokken (66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030), maar blijft de effectieve loopbaanduur om een volledig pensioen te ontvangen 45 jaar. Het klopt niet dat iemand die op zijn 18e de arbeidsmarkt betreedt 49 jaar moet werken. Is die leeftijd van 67 jaar bovendien zo buitensporig? Nee! De gemiddelde Belg treedt op zijn 22e toe tot de arbeidsmarkt. Tel daar de loopbaanvoorwaarde bij op en je komt aan 67.

Lees verder onder de foto.

De belangrijke cijfers maken weinig indruk. Iedereen staart zich blind op één getal: 67. 

Daarnaast bestaan er heel wat uitzonderingen die mensen toelaten om vroeger met pensioen te gaan. Zo zijn de voorwaarden voor vervroegde uittreding weliswaar opgetrokken, maar is het anno 2018 nog steeds mogelijk om op 63 jaar met pensioen te gaan met een loopbaan van minstens 41 jaar. Er bestaan bovendien ook nog uitzonderingen voor lange loopbanen: in 2019 kan je bijvoorbeeld uitstappen op 60 en 61 jaar na respectievelijk 44 en 43 loopbaanjaren. De regering heeft niet voorzien om die leeftijden tegen 2030 te verhogen, zodat deze mogelijkheid ook dan nog zal bestaan.

Al deze objectieve cijfers in aanmerking genomen, konden we maar moeilijk akkoord gaan met een erkenning van de helft van de Belgische bevolking als beoefenaars van een zwaar beroep. In dat geval is het immers gemakkelijker om de wettelijke pensioenleeftijd gewoon terug te brengen op 65 jaar.

Het kan ook niet de bedoeling zijn om op zoek te gaan naar alle vergelijkbare beroepen in de private sector die erkend kunnen worden als zwaar beroep door zich te inspireren op het pseudo-akkoord in de publieke sector. Dit staat ver af van de vaststelling van de Europese Commissie dat slechts 1% tot 4% van de werknemers een zwaar beroep uitoefent. Waarom zouden werknemers en ambtenaren het in België minder lang volhouden dan in andere EU-landen?

Waarom zouden werknemers en ambtenaren het in België minder lang volhouden dan in andere EU-landen?

Andere Europese landen hebben de keuze om langer te werken reeds veel eerder gemaakt, zoals bijvoorbeeld in Scandinavië. De Scandinavische landen scoren ook zeer sterk op de World Happiness Index. Zit er iets in het Noord-Europese bronwater dat hun werknemers langer en gelukkiger doet werken of hebben deze landen radicaal beslist om hun pensioenen, gezondheidszorg en loopbaanduur beter op elkaar af te stemmen? Het is niet naïef om uit te gaan van de tweede optie.

Onze basisfilosofie over een grote pensioenhervorming blijft overeind: om de pensioenen in de toekomst te kunnen blijven betalen, moeten we eerst algemene hervormingen uitwerken. Pas nadien kunnen we spreken over een beperkt aantal uitzonderingen.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.