De lange winterslaap van het Vlaams Huurgarantiefonds  

Het Huurgarantiefonds, of het Fonds ter bestrijding van de Uithuiszettingen, gaat al zijn vijfde winter in. Het fonds, operationeel begin 2014, was bedoeld om uithuiszetting wegens wanbetaling  te voorkomen. Volgens het VVSG lopen zo'n 13.000 gezinnen dat risico. Vijf volle jaren later blijkt het Vlaamse Huurgarantiefonds meer en meer een lege doos. 

Het Huurgarantiefonds is nog opgericht onder de voormalige Vlaamse minister van Wonen, Freya Van den Bossche (SP.A). Het fonds, gestijfd met geld uit de begroting, had als doel de huurder met huurachterstal een  overbruggingskrediet aan te bieden. Hierdoor kon uithuiszetting worden voorkomen én, niet onbelangrijk, ook de verhuurder was door het fonds zeker van zijn huurinkomsten. 

Opsteker voor de verhuurmarkt

Dat het Huurgarantiefonds niet werkt is een spijtige zaak. Want huurders, eigenaars en overheden waren het eens: iedereen had baat bij het Huurgarantiefonds. Het bleek ook een visionair idee; het garantiefonds zou een stimulans betekenen om het veel te schrale aanbod van kleine woningen op de huurmarkt te verhogen.

De betaalzekerheid zou de huiseigenaar aanzetten om zijn pand voor verhuring aan te bieden, wat de crisis in de huizenmarkt zou temperen. Een gunstig neveneffect, want de woningschaarste en vaak ongezonde behuizing treft vooral mensen in een precaire situatie. Een groter huizenaanbod en dus keuze, zou ook de kwaliteit van de woningen kunnen optrekken. 

Bij de aanvang in 2014 waren de perspectieven van het Huurgarantiefonds veelbelovend:  het aantal verhuurders dat zich (vrijwillig) zou inschrijven werd op minstens 18.000 geschat. Op de ledenlijst staan nu, na vijf jaar werking, een duizendtal namen. Dit jaar is er nog geen enkele huiseigenaar tot het fonds toegetreden. De lauwe belangstelling is moeilijk te begrijpen. Zeker als je weet dat het aantal private huurwoningen ruim meer dan een half miljoen bedraagt en dat vooral op de private markt de problemen zich voordoen. 

Lokale besturen nemen het voortouw

De ziekte waar het Huurgarantiefonds aan lijdt, is bekend. Al sinds 2013 was het duidelijk dat de procedure te ingewikkeld was. Zo treedt het Fonds pas in werking wanneer de partijen al in een gerechtelijk procedure zitten, bijvoorbeeld indien een huurder een, door vrederechter verplicht  afbetalingsplan na verloop van tijd niet meer opvolgt. En, erg belangrijk, indien de verhuurder dat feit, hopelijk, heeft gemeld voordat de rechtzaak is gestart.

Indien niet, kan de huiseigenaar geen enkel aanspraak maken op het Huurgarantiefonds. De regels zijn te stroef, onwerkbaar en maken het fonds oninteressant. De Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten waarschuwde al eerder dit jaar voor de dreigende uithuiszetting van 13.000 gezinnen, vaak wegens onbetaalde huur. Dat getal neemt jaar na jaar toe met enkele honderden gezinnen, bij hen is de stress om woonzekerheid tastbaar.

De stad Kortrijk, die elk jaar melding krijgt van een 150 tal uithuiszettingen, trok haar conclusies en heeft inmiddels zelf een huurgarantiefonds opgericht in samenwerking met het OCMW. Bij de  overige steden en gemeenten is het nog steeds wachten op de aangekondigde versoepeling.  

Huurgarantiefonds legde reeds lange weg af

In 2015 deelde Minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA) mee dat zij de veel te strikte voorwaarden van het fonds wil versoepelen. Nà een grondige evaluatie, begin 2017, zou dat een feit zijn.

Voorjaar 2018 beloofde de minister een timing voor de hervorming van het Vlaams Huurgarantiefonds. Recent luidde de boodschap dat de afspraken over de versoepeling nog dit najaar principieel door de regering zou worden goedgekeurd. Maar een precieze stand van zaken, voorwaarden of timing kregen we op onze vraag aan het kabinet niet te pakken. Hoedanook, misschien kan er worden nagedacht over het voorstel van Joy Verstichele van Vlaams Huurdersplatform om alle verhuurders  op de lijst van het Huurgarantiefonds te plaatsen.