Video player inladen ...

Markante plekken: de mijnkathedraal van Beringen

In de reeks "Markante plekken" gaat onze fotograaf Alexander Dumarey elke week op zoek naar een opvallende plaats met een verhaal. Soms bekend, soms vergeten. Soms druk, soms verlaten. Soms nieuw, soms eeuwen oud. Maar allemaal hebben ze een boeiende geschiedenis. Vandaag: de mijnkathedraal van Beringen.

De enorme kerken die tijdens het Interbellum in opdracht van de Limburgse steenkoolmijnen worden gebouwd, staan bekend als mijnkathedralen. Het zijn geen echte kathedralen, ze worden zo genoemd omwille van hun monumentale uitstraling en omvang. Er zijn er vijf; één in Winterslag, één in Eisden, één in Zwartberg, één in Waterschei en één in Beringen. De mijnkathedraal van Beringen, of de Sint-Theodarduskerk, is de jongste van de vijf. 

Begin 20e eeuw wordt er steenkool ontdekt in de streek rond Beringen. Hoewel de bouwwerken aan een mijn al in 1909 beginnen, wordt de eerste steenkool pas in 1922 naar boven gehaald. De bewoners van de cités rond de mijn zijn voor misvieringen eerst afhankelijk van de omliggende parochies, maar in 1926 wordt door het mijnbestuur een voorlopige kapel gebouwd. 10 jaar later is de bevolking van de wijk gegroeid tot zo'n 4.000 inwoners en is er nood aan een grotere kerk.

De directeur van de mijn, Marcel Brun, stelt in 1938 Henri Lacoste aan als architect voor de nieuwe kerk. Op dat moment is in Zwartberg net de bouw van een andere mijnkathedraal van Lacoste van start gegaan.

Lacoste is geboeid door architectuurgeschiedenis en archeologie, het verleden heeft een grote invloed op zijn werk. Hij combineert in zijn ontwerpen een eigen interpretatie van traditionele vormen met eigentijdse bouwtechnieken. Zijn werk is moeilijk in één architecturale stroming onder te brengen.

Voor Beringen-Mijn ontwerpt hij een expressionistisch geheel dat uit een kerk, een voorplein met overdekte gallerij, een parochiezaal en een ruime pastorij bestaat. Het zijn massieve bakstenen gebouwen, opgetrokken rond een betonnen skelet.

De bouw gaat in juni 1939 van start, het grootste deel van de werken wordt door arbeiders van de koolmijn uitgevoerd. Ook de opvallende ramen worden in elkaar gestoken door het mijnpersoneel. Het zijn geen traditionele glas-in-lood ramen, ze bestaan uit drie centimeter dikke, in beton gezette glasstenen. In totaal bevatten de ramen zo'n 18.500 stukken gekleurd glas.

Op 18 april 1943 is het complex volledig afgewerkt en op 30 augustus volgt de grote inwijding. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog raakt de kerk nog beschadigd door een bombardement, maar in 1946 is alle schade al opnieuw hersteld. 

De kerk is in de wintermaanden te duur om te verwarmen, daarom wordt in 1983 een andere zaal van het complex ingericht als winterkapel. In 1988 blijkt de toren dringend aan renovatie toe. 4 jaar later zijn deze werken afgerond, maar door een fout van de aannemer hebben de rode bakstenen van de spits nu een grijze schijn.

Door jarenlange blootstelling aan weer en wind zijn de glasramen begin 21e eeuw in slechte staat. Er is betonrot en veel glasstenen zijn gebarsten of versplinterd. Een restauratie dringt zich op. De glasramen van het schip worden aangepakt tussen 2016 en 2017. Ze worden volledig ontmanteld en weer in elkaar gezet. In een volgende fase van de werken worden de overige glasramen aangepakt.

Volg onze fotograaf op Instagram en Facebook