Van Overtveldt: “Geen begrotingstekort als tewerkstelling in Wallonië en Brussel even groot zou zijn als in Vlaanderen”

Het begrotingstekort in België zou opgelost zijn als er relatief evenveel Walen en Brusselaars zouden werken als Vlamingen. Dat zegt minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) aan VTM Nieuws. “Het is absoluut niet verwijtend bedoeld, maar het geeft volgens mij aan waar de echte problematiek ligt”, zegt de minister.

De regering-Michel beloofde bij haar aantreden, vier jaar geleden, dat de begroting van België in 2018 in evenwicht zou zijn.  Gaandeweg werd duidelijk dat de regering deze belofte niet zou kunnen inlossen. Ondanks de sterke economische situatie zullen de begrotingscijfers dit jaar nog in rood worden geschreven. Volgens de Nationale Bank zal de NV België dit jaar 1 procent meer uitgeven dan er binnenkomt.

Dat minister van Financiën Johan Van Overtveldt er tijdens deze regeerperiode niet in geslaagd is met een begroting in evenwicht af te sluiten ziet hij zelf als een mislukking.  "Toch denk ik dat we slechts een begroting in evenwicht zullen krijgen als we er in slagen de tewerkstellingsgraad te verhogen", met name in Wallonië en Brussel.

“De tewerkstellingsgraad, het percentage van de actieve bevolking dat effectief aan de slag is, ligt in Vlaanderen op 75 procent, terwijl die in Wallonië en Brussel tussen de 60 en 65 procent ligt.” Als je daar het gemiddelde van neemt, kom je voor heel Belgie op een tewerkstellingsgraad van 68,5 procent. De exacte cijfers vindt u hier.

Als je in gans België tot een tewerkstellingsgraad van 75 procent zou komen, heb je ongeveer 6 tot 9 miljard extra inkomsten voor de begroting.

Voor Van Overtveldt is het eenvoudig: “Als je in gans België tot een tewerkstellingsgraad van 75 procent zou komen, heb je ongeveer 6 tot 9 miljard extra inkomsten voor de begroting.” In dat geval zou de begroting volgens de minister “ruimschoots in evenwicht zijn”, want “voor elk procentpunt dat er in de tewerkstellingsgraad bijkomt, realiseer je voor de begroting 1 tot 1,5 miljard euro, omdat je meer mensen hebt die afdragen en je minder uitgaven hebt qua werkloosheidsuitkeringen.”

Van Overtveldt zegt dat deze kritiek op de Walen en de Brusselaars “absoluut niet verwijtend bedoeld is”. “Het geeft volgens mij aan waar de echte problematiek ligt. We hebben vier jaar geprobeerd op de uitgaven te remmen en tegelijkertijd de belastingen te verlagen. Dat is een zeer moeilijke oefening die volgens mij alleen maar vol te houden is als de tewerkstelling positief evolueert en dus als er meer tewerkstelling komt in Wallonië en Brussel.”

Vraag vs aanbod

Hoe denkt de minister nu meer Walen en Brusselaars aan de slag te kunnen krijgen? Aan het aantal vacatures zal het volgens Van Overtveldt niet liggen: “Er is een groot aantal vacatures - weliswaar meer in Vlaanderen dan in Wallonië. De vraag naar arbeid is er effectief; maar het aanbod om aan die vraag te kunnen voldoen volgt onvoldoende. Dat heeft te maken met opleiding, kwalificaties, maar ook met prikkels om aan de slag te gaan.”  

Om dat gat dicht te rijden wijst Van Overtveldt naar de arbeidsdeal die de regering afgelopen zomer heeft gesloten. “Daarin zitten een aantal maatregelen die ons op pad zullen zetten en ons in die richting zullen beweging. De tewerkstelling is echt van kardinaal belang, niet alleen voor de jobs van de mensen en het bestrijden van armoede, maar ook voor de begrotingssituatie”, besluit de minister.

Op Finance Avenue, een evenement van de krant De Tijd, pleitte de minister er vandaag ook voor om de roerende voorheffing te verlagen, maar dat zal niet meer voor deze regering zijn. "Het was in de huidige legislatuur een onhaalbare oefening om de roerende voorheffing te verlagen, maar ik geloof dat een volgende legislatuur dit debat moet heropenen", meent de minister.