Abu Muhammad al-Adnani, tot zijn dood het hoofd van de IS-inlichtingendienst Emni.

Inlichtingendienst van IS heeft pionnen tot in Europa

Kopstukken van de inlichtingendienst van IS zijn het voormalige “kalifaat” uitgevlucht en zijn nog steeds actief. Ze houden zich onder meer op in Europa. Dat blijkt uit een documentaire die vanavond wordt uitgezonden op Canvas.

Zegt de naam Abdelhamid Abaaoud u nog iets? Hij plande onder meer de aanslagen in Parijs en Brussel. Wellicht rekruteerde hij ook Mehdi Memmouche, de dader van de aanslag op het Joods Museum in 2014. En Ayoub El Khazzani, die overmeesterd werd op een HST-trein tussen Amsterdam en Parijs. En Reda Hame, een Franse IS’er die in augustus 2015 werd opgepakt.  

Diezelfde Abaaoud, een Belg, was een belangrijke schakel van het IS-netwerk Emni.

Emni, waar staat dat voor?

IS had zijn veiligheids- en inlichtingendienst “amn” genoemd, wat in het Arabisch zo veel betekent als vertrouwen, veiligheid. Verbasterd naar het Engels werd dat Emni. Die inlichtingendienst, een soort Stasi van IS, zou volgens verschillende ondervraagde IS’ers nog altijd operationeel zijn.

Wacht. IS heeft een inlichtingendienst?

Klopt en ex-leden uit de entourage van wijlen de Iraakse president Saddam Hoessein vormden daar de spil van. Ze kwamen uit diens Baath-partij en het Iraakse leger. Hun sektarisch-politieke agenda, de macht in Irak teruggeven aan de soennieten, kreeg een jihadistische dimensie toen IS zich uit die fundamenten ontwikkelde.

IS-strijder Abo Abdullah (met kap en onherkenbaar) in gesprek met journalist Mahmoud Elsobky. Mahmoud Elsobky / VRT

“Leden van Emni worden niet gekozen op basis van hun godsdienstigheid”, legt Abo Abdullah uit in de documentaire “Is IS voorbij?” van journalist Mahmoud Elsobky die vanavond op Canvas uitgezonden wordt. Abdullah is een voormalige IS-strijder. “Het kunnen evengoed mannen zonder baarden zijn die nooit bidden. Ze worden geselecteerd omwille van hun ervaring bij de veiligheidsdiensten of het leger.”

Tijdens de hoogdagen van het “kalifaat” moesten Emni-leden inlichtingen inwinnen voor militaire operaties, maar ook de eigen bevolking in IS-gebied bespioneren. Ze monitorden Syrische oorlogsvluchtelingen om hen indien mogelijk te rekruteren. En ze stonden ook in voor het vuile werk: slavenhandel, smokkel en kidnappingen. 

Voor het alledaagse veldwerk in de straten van het “kalifaat” beschikte IS over een netwerk van winkeliers en taxichauffeurs die inlichtingen verzamelden. Vooral die laatsten waren bijzonder waardevol: niet alleen zien en horen ze veel, in tegenstelling tot winkeliers verplaatsen ze zich ook nog eens vaak. 

Moeten we in Europa bang zijn voor Emni?

Toch wel. Naast inlichtingenwerk was Emni de voorbije jaren immers ook verantwoordelijk voor het plannen van aanslagen en het selecteren en trainen van de daders. Zo organiseerde Emni de aanslagen van november 2015 in Parijs en die in maart 2016 in Brussel. Dat blijkt onder meer uit een rapport van gerenommeerde IS-onderzoekers van Georgetown University.

Een eerbetoon aan de slachtoffers van de aanslagen in november 2015 in Parijs. De daders werden aangestuurd door Emni.

In de documentaire “Is IS voorbij?” vertelt Jassim Mohamed, die in een vorig leven voor de Iraakse inlichtingendiensten werkte, dat Emni vanuit Turkije kandidaat-terroristen doorsluisde naar Europa en instond voor hun financiering. Sommigen kregen tot 50.000 euro uitbetaald.

Velen van hen zijn nog steeds in onze streken aanwezig. Uit ondervragingen van aangehouden IS’ers weten we dat ze zich schuilhouden in Oostenrijk, Duitsland en Spanje – en verder ook tot in landen als Maleisië en Bangladesh. In Turkije alleen al zouden er honderden zitten.

Weten we wie die mensen zijn?

Nee. Meer zelfs: de meeste leden van Emni weten het zelf niet eens.

Er zijn de voorbije jaren wel al enkele Emni-documenten ontdekt, maar daarop worden codenamen gebruikt van letter- en cijfercombinaties. Ook de slapende cellen in Europa gebruiken die codenamen om met elkaar te communiceren. Voor logistieke contacten worden loopjongens ingezet. Dat gebeurt allemaal uit voorzorg: wie je niet kent, kan je ook niet verlinken. 

Een voorbeeld van communicatie tussen Emni-leden, mét codenamen.

De communicatie tussen de slapende cellen in Europa enerzijds en hun coördinators in Turkije en het “kalifaat” anderzijds verloopt al evenzeer in codetaal, via versleutelde boodschappen, private computernetwerken en gecamoufleerde IP-adressen.

Al die anonimiteit ten spijt is het in IS-middens een eer om voor Emni te werken. De laatste bekende leider van de inlichtingendienst was de illustere IS-propagandachef Muhammad Al-Adnani, die in 2016 gedood werd bij een Amerikaanse luchtaanval.

Dat we überhaupt weten dat Emni bestaat, danken we aan de vondst van de handgeschreven documenten van wijlen de oprichter Samir Abd Muhammad al-Khlifawi (strijdersnaam Haji Bakr), een voormalige kolonel in Saddam Hoesseins inlichtingendienst en ooit opgesloten in de beruchte Abu Ghraib-gevangenis.

Hoe waarschijnlijk is het dat Emni in Europa in actie komt?

Momenteel bestaat de belangrijkste functie van de slapende Emni-cellen in Europa eruit dat ze bestààn. Volgens Abo Abdullah, de IS-strijder uit de documentaire, verloopt de communicatie tussen de verschillende cellen momenteel moeizaam. 

Dat zou kunnen kloppen. Sinds de val van Raqqa en Mosul is de propagandaproductie van IS, ook een van de kerntaken van Emni, sterk teruggevallen. 

Desalniettemin is voorzichtigheid geboden. Het “kalifaat” mag dan wel uiteengevallen zijn, IS zelf is dat allerminst. Bovendien lijkt de focus van IS tegenwoordig verschoven van groot georkestreerde terreur naar kleinschalige aanslagen door lone wolves. In een audioboodschap die aan de zelfverklaarde IS-kalief Al-Baghdadi toegeschreven werd, riep IS in augustus nog op tot nieuwe aanslagen in het Westen. 

“Is IS voorbij?”, een documentaire van Mahmoud Elsobky, vanavond om 21:20 op Canvas.