Al 19 hectare Gents grondgebied ondergraven door de plaagmier

De stad Gent heeft sinds 40 jaar een nieuwe inwoner die zich steeds beter voelt in de stad. De plaagmier heeft er een ondergronds netwerk dat nog elk jaar vergroot. “Gent is ondergraven door een superkolonie van plaagmieren”, zegt insectenonderzoeker Wouter Dekoninck in “De wereld vandaag” op Radio 1.

Bioloog Dries Bonte (UGent) ziet het Gents netwerk van de plaagmier elk jaar vergroten. “We schatten het gebied nu op 19 hectare. Binnen afzienbare tijd zal Gent helemaal ondergraven zijn door één grote superkolonie van plaagmieren. Ze leven ondergronds maar als je ze wil zien in Gent, kijk eens naar de kleine hoopjes tussen de stoeptegels.  En zeggen dat het allemaal begon met ingevoerde potgrond in het Gentse Floraliënpaleis.”

Duizenden koninginnen in Gent

De eerste waarneming van de Lasius Neglectus dateert van  1978.  Maar vermoedelijk heeft de plaagmier al eerder de vrijheid veroverd in Gent. Waarschijnlijk komt de mier oorspronkelijk uit Turkije. De eerste officiële waarneming werd echter in Roemenië gedaan. Het is niet de enige invasieve mierensoort in België, maar wel een soort die zich snel verspreidt. De tuinbouw wordt algemeen beschouwd als de grote verspreider van exotische mierensoorten.

Entomoloog Wouter Dekoninck van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen onderzoekt de plaagmier al jaren en monitort kolonies. De stad Gent is zijn uitgelezen onderzoeksterrein. “Het gaat in Gent om een superkolonie wat wil zeggen dat er heel veel koninginnen aanwezig zijn. Vermoedelijk een paar duizend koninginnen in een stad als Gent. Daarrond bewegen zich de ontelbare werksters. Een kolonie moet je zien als een netwerk van met elkaar verbonden nesten. Ze kunnen enorme aantallen per vierkante meter tellen. Plaagmieren zijn nauw verwant aan de gewone werkmier die we allemaal kennen. Maar ze komen in veel grotere kolonies voor en kunnen daardoor veel meer in beweging zetten.”

“Gent heeft in België de grootste kolonie. Er zijn al kleinere kolonies gevonden in Bonheiden, Flémalle of in de buurt van Luik. In de rest van Europa zijn ze wel al in relatief grote steden gesignaleerd, vooral in Zuid-Europa.” 

Wegkrijgen is onmogelijk

Wouter Dekoninck ziet weinig reden voor paniek, zelfs als de kolonie zich uitbreidt. Klachten in woningen zijn eerder beperkt. Al brengt het beestje duidelijk heel wat nadelen mee. “In de zomer kunnen ze voor overlast zorgen. Door hun graafactiviteiten kunnen ze voetpaden en parken ondergraven. Ze kunnen enorm veel grond verzetten. Straatstenen komen los te zitten en dat vraagt onderhoud. Waar ze in te grote getalen voorkomen, worden ze vervelend voor mensen. Maar  een groter probleem is dat ze grote groepen bladluizen cultiveren. In feite beschermen ze de bladluizen omdat ze verzot zijn op het vocht dat ze afscheiden. Tenslotte nemen ze terrein in van de gewone inheemse mier.”

Bestrijding van de plaagmier is mogelijk. Doelgericht gebruik van insecticide kan op een beperkte oppervlakte. Maar de hele kolonie zal er weinig hinder van ondervinden. Dekoninck: “De plaagmier nog wegkrijgen uit Gent is vrijwel onmogelijk. Integendeel, de kolonie zal gewoon elk jaar blijven uitbreiden. Je moet het zien als een ondergronds grondgebied dat voortdurend vergroot. De plaagmier kan zich enkel langs de grond voortplanten. Ze kan niet uitvliegen in een bruidsvlucht en ergens anders een kolonie stichten. Het betekent wel dat de soort beter controleerbaar is. Maar uitroeien lijkt uitgesloten.” 

Volg je ons al op Instagram?