Cristobal Serrano

Veel vragen over vluchtelingen en migranten die met geweld van schip zijn gehaald in Libië

Tientallen vluchtelingen en migranten zijn met geweld van een vrachtschip gehaald dat hen voor de Libische kust had gered, in internationale wateren. Het schip had hen teruggebracht naar Libië, maar daar weigerden ze te ontschepen omdat ze naar eigen zeggen vreesden voor hun leven. Libische veiligheidsdiensten bestormden uiteindelijk het schip. Daarbij vielen zes gewonden. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch stelt verschillende vragen bij dit verhaal.

Op 6 november vertrok een rubberen bootje met 95 migranten en vluchtelingen vanuit de Libische kuststad Al-Hums richting Italië. Aan boord waren ook minstens 28 minderjarigen. Maar een dag na hun vertrek begon hun bootje water te maken, en langzaam te zinken.

Ze stuurden een noodsignaal uit, dat opgevangen werd in het Italiaanse coördinatiecentrum voor reddingsoperaties (MRCC) in Rome. Dat gaf een commercieel schip, de Nivin, de opdracht om koers te zetten naar de plek waar het bootje zich bevond, zeker 100 mijl van de Libische kust. Daar moest het schip wachten op instructies van de Libische kustwacht. 

Verantwoordelijkheid van Libië?

Het bootje bevond zich dus op een behoorlijke afstand van de Libische kust, in internationale wateren, en mogelijk ook niet eens in de reddingszone waar Libië de verantwoordelijkheid over reddingsoperaties opeist. Toch verwees de Italiaanse kustwacht door naar de Libische. Of dat terecht was, zal moeten blijken, maar is een vraag waar Human Rights Watch in elk geval mee zit.

Sowieso stelt de organisatie net als vele andere mensenrechten- en hulporganisaties vragen bij de Italiaanse praktijk om zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid voor reddingsoperaties door te schuiven naar Libië, dat dan natuurlijk de geredde mensen terug kan brengen naar Libië. Pushbacks by proxy, zeggen critici: mensen terugduwen zonder ze de kans te geven asiel aan te vragen, alleen laat je het “vuile werk” (want niet toegelaten volgens Europees recht) aan anderen over, in dit geval Libië.

Italiaans schip, Panamese vlag

De Nivin, het schip dat de redding uitvoerde, was een Italiaans vrachtschip onder Panamese vlag, dat auto’s uitvoerde naar Libië voor de Noord-Afrikaanse markt. Op 7 november pikte het de drenkelingen op. In verschillende internationale media beweert minstens één van die drenkelingen dat toen al zes andere koopvaardijschepen het in nood verkerende bootje zonder hulp te verlenen voorbij waren gevaren. Volgens het internationaal zeerecht moet een schip altijd mensen die op zee in nood verkeren redden, én ze bovendien naar de dichtstbijzijnde haven brengen, die ook een veilige haven moet zijn. Ook daarbij stelt Human Rights Watch de vraag of dat hier wel gebeurd is.

Liever dood dan terug naar de Libische hel

Hoe dan ook zette het vrachtschip Nivin koers naar de haven van Misrata. Maar daar weigerden de migranten en vluchtelingen van boord te gaan. Na dagenlang onderhandelen, verlieten zowat vijftien mensen toch het schip, onder wie een Somalische vrouw en haar baby van drie maanden. De rest hield vol. Velen hadden immers uit de eerste hand ervaren hoe het er in de Libische detentiecentra aan toeging. Sommigen hadden er vrienden of familieleden verloren, op foto’s die ze aan journalisten doorspeelden, lieten ze de wonden zien die ze aan hun folteringen hadden overgehouden. Liever dood, dan terug naar de Libische hel, zei een getuige. 

Schip bestormd

Maar uiteindelijk kregen de Libische veiligheidsdiensten er dus genoeg van, en ze bestormden het schip. Het persagentschap Reuters citeert een commandant van de Libische kustwacht, die zegt dat daarbij rubberkogels en traangas ingezet werden. Zes mensen raakten gewond, zij zijn naar het ziekenhuis gebracht. De rest moest naar een detentiecentrum in Misrata.

Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.

Human Rights Watch vraagt uitleg over de gedwongen ontzetting van het schip, en over het geweld dat daarbij is gebruikt. Volgens de Libische procureur zouden de betrokkenen ook vervolgd worden voor ontvoering (van de bemanning van het vrachtschip) en piraterij.

Of dat tot een eerlijk proces zal leiden, valt te betwijfelen, zegt de organisatie. Ze heeft ook nog geen antwoord gekregen op haar vragen of de VN-diensten of humanitaire organisaties in Libië al toegang hebben gehad tot de betrokken mensen. En voorts stelt de organisatie vragen bij het detentiecentrum waar ze naartoe zijn gebracht.

Judith Sunderland van HRW bezocht het centrum afgelopen zomer nog, vertelde ze aan de telefoon. Het was er overvol, zegt ze, er was een tekort aan alles, en er waren ernstige aanwijzingen van allerlei vormen van misbruik. Een situatie die al vaak is aangeklaagd over de Libische detentiecentra.

Geen reddingsschepen meer

Of het verhaal klopt dat maar liefst zes koopvaardijschepen het rubberbootje in moeilijkheden inderdaad voorbijgevaren zijn zonder hulp te bieden, is moeilijk te achterhalen. De reddingszone die Libië heeft afgebakend, is ontzettend groot. Maar de Libische reddingsdiensten hebben absoluut niet de capaciteit om die hele zone te monitoren.

Bovendien zijn er door het Italiaanse ontradingsbeleid op dit moment ook geen reddingsschepen van hulporganisaties meer actief voor de kust van Libië. Eén gevolg is dat er in verhouding tot het aantal mensen dat de zee probeert over te steken, veel meer doden vallen dan vroeger. Een ander gevolg is, dat steeds meer commerciële schepen moeten worden ingeschakeld voor reddingsoperaties.

Maar dit verhaal toont aan, dat dat tot heel wat tijdsverlies kan leiden, én bovendien tot een onzekere juridische situatie. Voor bedrijven betekent tijdverlies natuurlijk ook economische schade. Dat commerciële schepen het daar moeilijk mee hebben, ligt voor de hand. Sommige koopvaardijschepen melden daarom misschien liever niet dat ze een bootje in nood hebben gezien, om zo van een hoop gedoe verlost te zijn. Er zijn in elk geval al eerdere getuigenissen die in die richting wijzen.