John Crombez: "Op een dag wil ik voltijds in de sociale sector werken"

John Crombez wil niet tot het einde van zijn dagen in de politiek blijven en ziet voor zichzelf op termijn een carrière in de sociale sector weggelegd. Dat zegt de voorzitter van de SP.A in "De rotonde" op Radio 2. Hij staat ook stil bij zijn jeugd, zijn dochter en de dood.

Een gesloten West-Vlaming zover krijgen om zijn ziel op tafel te leggen in een gesprek op de radio: dat is deze week de moeilijke opdracht voor Christel Van Dyck in "De rotonde" op Radio 2. Die West-Vlaming, dat is John Crombez, geboren op 19 september 1973 in Oostende, opgegroeid in Eernegem en sinds 2015 voorzitter van de SP.A.

Crombez noemt zichzelf een kind van de zee en die associeert hij vooral met de vissershaven in Oostende. "Daar ben ik als kind het meeste geweest", zegt hij. "Mijn vader werkte daar op een scheepsbouwbedrijf en daar was de zee in mijn jeugd het meeste nabij, meer dan het strand."

"Thuis was het niet de gewoonte om op reis te gaan. Ik heb er nooit behoefte aan gehad, ook vandaag niet. Ik kijk er niet naar uit. Als het rustiger is, ben ik graag gewoon thuis. In de zomer in Oostende thuis zijn, is geen opgave. De zee, het strand, Theater Aan Zee, mijn boeken, mijn gitaar. Als je op reis vertrekt, moet je alles wat je hebt achterlaten. Dat vind ik een raar concept."

Ik heb enorm veel kansen gekregen en ik heb een paar keer echt geluk gehad.

John Crombez

Crombez blikt tevreden op zijn kindertijd en zijn jeugd terug. "Ik mag absoluut niet klagen. Ik heb enorm veel kansen gekregen en ik heb een paar keer echt geluk gehad met de mensen die ik ben tegengekomen. Natuurlijk moet je altijd hard je best doen. Als je dat niet doet, mag je tegenkomen wie je wil, denk ik."

"Ik had een redelijk zorgeloze jeugd. Mijn ouders gingen allebei werken. De familie woonde dicht bijeen en ik was vaak bij mijn tante, mijn neef en ik zijn even oud. Op het platteland hadden we veel vrijheid en we hadden weinig zorgen. We gingen naar school en we voetbalden. Dat was het. Scholen waren toen nog gescheiden, dus meisjes waren niet in beeld. Toen ze in het middelbaar verschenen, begonnen de kleine zorgen (lacht)."

"Mijn ouders zijn kinderen van vóór WO II. Mijn moeder was poetsvrouw. Ze is heel pienter. Vandaag zou ze ongetwijfeld studeren, maar zij moest op haar 14e gaan werken. Ze wou verpleegster worden, maar dat zat er niet in. Mijn vader is naar de vakschool gegaan, maar ook hij mocht nadien niet studeren."

"Mijn ouders hamerden er altijd hard op om, als je de kans hebt, je best te doen op school. Er waren geen excuses. Daarnaast moesten we alles delen, zeker van mijn moeder. Alles wat uit onze tuin kwam, deelde ze met mensen die het wat moeilijker hadden. Zelf moesten we aandacht voor kinderen hebben die minder hadden."

Zijn zin voor engagement begon al toen hij 15 was. "In Torhout had ik een strenge leraar Nederlands. Hij was vrijwilliger als kok op zomerkampen voor mensen met een mentale beperking. Dat hadden we totaal niet in hem gezien. Hij zei tegen 3 van ons dat het iets voor ons was en dat we eens moesten meegaan. Wisten wij veel! We hebben dat toen gedaan."

In Vlaanderen stoppen we mensen met een mentale beperking tussen 4 muren.

John Crombez

"Die ervaring was voor mij baanbrekend. Ik kende er weinig van af. Pas door die kampen kreeg ik een notie van de problematiek. Dat is typisch voor Vlaanderen: we stoppen mensen met een mentale beperking tussen 4 muren. Ze zijn geen deel van de samenleving en dat is verkeerd."

"Ik ben 11 jaar meegeweest op die kampen. Zo heb ik de vierde wereld leren kennen. In het socialisme hebben we het vaak over de maatschappij, maar we kennen de vierde wereld niet. We weten niet wat met mensen gebeurt die dagelijks moeten knokken, niet alleen financieel. "De krachtenkloof", zei iemand me ooit en dat is een juiste omschrijving."

Ook de intensiteit van die kampen blijft Crombez bij. "De meeste gasten konden niet spreken, ze waren motorisch zwak en ze konden zichzelf niet verzorgen. Maar de intensiteit van wat zij konden, was ongelooflijk. Vreugde, lachen, zwaar verdriet, woede... Ik heb veel van hen geleerd. Zij hebben me geleerd om emoties te voelen. Bij hen vallen alle remmingen weg."

Crombez studeerde economie aan de UGent, maar dat stond niet in de sterren geschreven. "Van het PMS kreeg ik negatieve adviezen, maar enkele leerkrachten zeiden me om het toch te doen. Mijn ouders wilden graag dat ik naar de universiteit zou gaan. Ze stoeften daar zelfs iets te veel mee. In mijn familie was het niet vanzelfsprekend dat iemand ging studeren. Langs vaderszijde was ik de eerste."

Uiteindelijk behaalde Crombez een doctoraat in de economie en kon hij op de bijhorende vakgroep van de UGent aan de slag. Hoewel hij een lidkaart van de SP.A had, duurde het uiteindelijk 10 jaar voor hij de overstap naar de politiek maakte. Aanvankelijk was hij achter de schermen actief. Zo was hij onder meer kabinetschef van Johan Vande Lanotte en Freya Van den Bossche.

De partij wist dat ze me niet moest vragen om met mijn kop op een affiche te gaan staan.

John Crombez

Daarna duurde het opnieuw vele jaren vooraleer hij op het voorplan trad. "Dat was een heel proces. De partij wist dat ik 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 wou werken, maar dat ze me niet moest vragen om met mijn kop op een affiche te gaan staan."

"Op een bepaald moment was ik voorzitter van de SP.A in Deinze. Dat was onverwacht, maar zo kwam ik voor het eerst op het terrein. Ik denk dat ik daar de klik heb gemaakt. Even later stond ik samen met Steve Stevaert op de voorpagina van Het Laatste Nieuws. Plots trok ik een lijst en ging het heel snel. In 2012 belandde ik als staatssecretaris in de regering-Di Rupo en in 2015 werd ik partijvoorzitter."

De lokale verkiezingen van 14 oktober waren (opnieuw) een opdoffer voor de SP.A. Dat raakt Crombez als mens, zegt hij. "Het waren mijn eerste verkiezingen als voorzitter. Je mag en moet daarop worden afgerekend. Ik neem het persoonlijk, maar het tast mijn zelfvertrouwen niet aan. Ik weet wat ik doe, waarom ik het doe en met wie ik het doe. Daar geloof ik even rotsvast in als voor de verkiezingen."

"Als je in de politiek op de eerste rij staat, kan het hard gaan. Ik kan daar tegen omdat ik zelf soms ook hard ga. Het is leefbaar omdat je 2 werelden hebt: de wereld van de mensen met wie je aan politiek doet en de wereld van de mensen die erover schrijven. Ik waak er streng over dat ik veel op het terrein kom zodat ik die werelden evenveel zie. Mocht ik voelen dat de steun op straat wegvalt, dan is dat veel erger dan een titel in de krant."

Ik ga niet te lang in de politiek blijven, ik vind dat veel mensen dat doen.

John Crombez

Op vraag van zijn partij, is Crombez aangebleven als voorzitter. "Ik heb ze niet lang laten zagen, maar als het echt niet meer gaat, moet ik ze niet laten zagen." Aftreden als voorzitter, lijkt hem dus niet af te schrikken. "Ooit ga ik het doen hé, ik heb het mezelf beloofd. Ik ga niet te lang in de politiek blijven, ik vind dat veel mensen dat doen. Op een dag wil ik voltijds in de sociale sector werken. Dat is een geruststellend perspectief."

Crombez heeft 1 dochter. "Babette is 11. Ze ziet veel en absorbeert veel, maar ze zegt er niet veel van. Natuurlijk heeft de spanning van verkiezingen een impact, maar kinderen zijn daar redelijk geweldig in. Ze troosten zonder dat het per se daarover moet gaan. De voorbije weken heeft ze me meer opgeëist dan anders, vooral voor dingen die niks met politiek te maken hebben. Dat is fijn."

"Het was altijd al duidelijk dat ik kinderen wou, maar ik heb de impact moeilijk kunnen inschatten. Je staat vrij in het leven in de zin dat je zelf kan beschikken en dat verandert op de dag van de geboorte van je kind. Je wil niet meer zelf beschikken, je wil er zijn en zorgen dat het goed gaat. Intussen is Babette een aanstormende jonge vrouw. Ze is erg zelfstandig en heeft een eigen gedacht. Ze is geweldig, hoe ze ineen zit, wat ze zegt, wat ze doet."

De dood boezemt Crombez geen angst in. "Misschien ben ik nu nog te jong en verandert dat nog. Als het me bang maakt, dan is dat omdat het mensen rond mij kan overkomen. Toen ik 17 was, heb ik 1 van mijn beste vrienden verloren bij een verkeersongeluk."

"Dat was erg confronterend want het was de eerste echte keer. Je kan je grootouders op leeftijd verliezen, maar hij was een jaar jonger dan ik. Hij was een geweldige kerel en in een minuut was hij weg. Tot je dat tegenkomt, iemand die echt verdwijnt, ben je niet bang. Nadien ben je wel bang dat het met anderen zal gebeuren."

Ook zijn broer heeft dicht bij de dood gestaan, net toen Crombez de eed als staatssecretaris aflegde. "Hij is al 13 jaar chronisch ziek, de ziekte van Lyme. Eigenlijk was hij in alles straffer dan ik: het gesproken woord, op school, werken. Van de ene dag op de andere blokkeerde hij. Hij kreeg geen voet meer voor de andere en het werd alleen maar erger. Op Sinterklaas 2011 zeiden de dokters ons dat ze zich afvroegen of het nog zin had."

De meest dynamische periode van zijn leven is door de ziekte weggeslagen

John Crombez

"Vandaag blijft het een bergrit, een lange steile klim omhoog en daarna een snelle afdaling. Ik heb veel bewondering voor hem. Ik weet niet of ik het op dezelfde manier zou dragen. Hij is 5 jaar jonger, de meest dynamische periode van zijn leven is door de ziekte weggeslagen."

Zelf heeft Crombez ook de dood in ogen gekeken toen hij als kind zijn amandelen moest laten verwijderen. "Ik kreeg zware bloedingen en ze kregen die niet gestelpt. Aan mijn moeder hebben de dokters die avond verteld dat ze dachten dat ze me kwijt waren. Ik herinner me het moment dat de dokters zeiden: "Het zal niet lukken, hij zal het niet halen". Maar zie, onkruid vergaat niet."

Het volledige gesprek met John Crombez in "De rotonde" kan u hieronder beluisteren: