Een vrouw krijgt zuurstof in een ziekenhuis in Aleppo na de vermoedelijke gifgasaanval.

Rusland bombardeert Syrische rebellen na mogelijke gifgasaanval op Aleppo

In de Syrische stad Aleppo zijn een honderdtal mensen behandeld in verschillende ziekenhuizen na een vermoedelijke aanval met gifgas. Aleppo is in handen van de Syrische regering, en die beschuldigt rebellen uit de buurt van de aanval. De rebellen ontkennen dat en zeggen dat de regering het staakt-het-vuren wil ondermijnen. Na de aanval hebben Russische vliegtuigen voor het eerst sinds het ingaan van het bestand, bombardementen uitgevoerd op stellingen van de rebellen. Volgens Moskou zijn daarbij de rebellen uitgeschakeld die de aanval hadden uitgevoerd. 

Volgens de Syrische autoriteiten werden 105 mensen in het ziekenhuis behandeld, en zijn ze intussen, op 15 patiënten na, opnieuw naar huis kunnen gaan. Met twee patiënten die in kritieke toestand verkeerden, gaat het ondertussen beter, zo zei het hoofd van het medische personeel.

Volgens de woordvoerder van het Russische ministerie van Defensie heeft Moskou specialisten in chemische oorlogsvoering naar het gebied gestuurd, en zou het volgens de eerste resultaten gaan om een aanval met chloorgas. Rusland is de belangrijkste bondgenoot van de Syrische president Bashar al-Assad, en het heeft met zijn tussenkomsten in de burgeroorlog de krijgskansen in het voordeel van Assad gekeerd. 

De aanval van zaterdagavond is volgens het officiële Syrische persbureau SANA uitgevoerd door "terroristische groepen die gestationeerd zijn op het platteland rond Aleppo". Die zouden granaten met giftig gas afgevuurd hebben op drie wijken van de grootste stad in Syrië.

Aleppo staat sinds eind 2016 volledig onder controle van het Syrische leger, maar delen van de buitenwijken zijn in handen van groepen rebellen en jihadisten, die ook de naburige provincie Idlib controleren. Idlib is het laatste grote bastion van de rebellen in het noordoosten van Syrië.

De rebellen ontkennen dat zij de aanval hebben uitgevoerd, en zeggen dat de regering het staakt-het-vuren wil ondermijnen. Dat staakt-het-vuren kwam tot stand na bemiddeling door Rusland en Turkije, dat de islamitische rebellen steunt. Het is ingegaan op 17 september, en hoewel het een aantal keer geschonden is, is het sindsdien relatief rustig gebleven in Syrië.

Een jongetje wordt verzorgd in een ziekenhuis in Aleppo.

Eerste luchtaanvallen sinds het ingaan van het bestand

Na de mogelijke gifgasaanval hebben vliegtuigen stellingen van de rebellen ten westen en ten zuiden van Aleppo bestookt, in de buurt van provincie Idlib. Dat heeft het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten gemeld, een organisatie die aanleunt bij de oppositie. Volgens het observatorium ging het om Russische vliegtuigen.

Het waren de eerste luchtaanvallen sinds het ingaan van het staakt-het-vuren zo'n twee maanden geleden. 

Het Russische ministerie van Defensie heeft de luchtaanvallen intussen bevestigd. Volgens het ministerie waren de aanvallen gericht tegen de rebellen die het verantwoordelijk houdt voor de gifgasaanvallen. Alle geviseerde doelwitten werden vernietigd, zo zei het ministerie nog. 

De woordvoerder van het ministerie citeerde een Russische militaire bron in het gebied, die zei dat het ging om "terroristische groeperingen" uit de bufferzone met de provincie Idlib, een zone die onder controle staat van de jihadisten van Hayat Tahrir al-Sham. Die hebben met granaatwerpers "explosieven die blijkbaar chloor bevatten" afgevuurd, zo zei de woordvoerder.

Volgens Russische persagentschappen had Rusland Turkije op voorhand op de hoogte gebracht van de komende aanvallen via een telefonische hotline. 

Video player inladen ...