Invoering Jeugddelinquentierecht in Vlaanderen pas in september 2019

De invoering van het jeugddelinquentierecht in Vlaanderen wordt uitgesteld naar september volgend jaar. Dat decreet bepaalt hoe Vlaanderen zal omgaan met jongeren die misdrijven plegen. Maar er luidt nog veel kritiek tegen het decreet. De tekst bevat volgens sommigen veel onduidelijkheden en inconsequenties. Maar er zijn ook inhoudelijke bezwaren. Vlaams Parlementslid Lorin Parys is blij met het uitstel, al was hij wel tevreden met het voorstel dat momenteel op tafel ligt. Dat zei hij in de Ochtend op Radio 1.

Vlaams parlementlid Lorin Parys (N-VA) is tevreden met het voorstel dat momenteel op tafel ligt. “Dit is een historische omslag. We gaan eindelijk van het beschermingsmodel naar het verantwoordelijkheidsmodel”, zegt Parys. “We willen de maatschappij beschermen, het slachtoffer beschermen, maar we willen er ook voor zorgen dat de jeugddelinquent snel terug op het rechte pad is.” Maar er heerst nog heel wat onenigheid rond het decreet. Sommigen vinden het onduidelijk en inconsequent. Anderen vinden dat jongeren onvoldoende rechtsvoorwaarden krijgen en dat sommige straffen te zwaar zijn.

“Er was inderdaad veel kritiek op het ontwerp dat voorlag in de commissie”, zegt het N-VA parlementslid. “Maar we zijn met de meerderheid aan de slag gegaan om te zoeken hoe we een antwoord kunnen bieden aan al die bezorgdheden die geuit zijn. En ik denk dat we daar voor bepaalde punten ook effectief in geslaagd zijn.” 

Het decreet is mild waar het kan, maar kordaat als het moet

Lorin Parys, Vlaams parlementslid voor N-VA

Ook op het zwaar bestraffend karakter van de tekst komt veel kritiek. In het oorspronkelijke voorstel van de commissie staat dat jongeren een straf van 7 jaar kunnen krijgen. Volgens Lorin Parys blijft dit ook zo in het nieuwe voorstel. “Het decreet is mild waar het kan, maar kordaat als het moet”, zegt hij. “Die 7 jaar is er gekomen omdat we zo weinig mogelijk jongeren (16-17 jarigen) willen overdragen aan het volwassen strafrecht. In het jeugddelinquentierecht krijgen zij een veel betere begeleiding.”

Als je een decreet maakt over het jeugddelinquentierecht, dan moet je rekening houden met alle mogelijke hypothesen

Lorin Parys, Vlaams parlementslid voor N-VA

 “Als je een decreet maakt over het jeugddelinquentierecht, dan moet je rekening houden met alle mogelijke hypothesen”, zegt het Vlaams parlementslid.  Hij zegt dat we onze ogen niet mogen sluiten voor bepaalde dingen die vandaag gebeuren in de maatschappij. “Bijvoorbeeld 16-17-jarigen die terreurmisdrijven plegen of samenwerken met IS en dan terugkomen naar Vlaanderen en een enorm zware letsel aanbrengen aan mensen in de maatschappij. Je moet er als wetgever rekening mee houden dat dit kan gebeuren.”

De bedoeling is dat we minder jongeren opsluiten dan voordien omdat we sneller er preventiever gaan optreden

Lorin Parys, Vlaams parlementslid voor N-VA

Leidt kordater optreden dan niet automatisch tot meer opsluitingen? “De bedoeling is dat we minder jongeren opsluiten dan voordien omdat we sneller er preventiever gaan optreden”, stelt Parys. Het decreet voorziet in meer ruimte voor alternatieve straffen zoals samenwerken met het slachtoffer of bemiddeling. “Zodanig dat ze snel inzicht krijgen in de schade die ze hebben aangericht. Maar ook dat ze snel mogelijk terug op het rechte pad worden gebracht zonder dat ze worden opgesloten.” Ook een elektronische enkelband is een mogelijkheid.

In het huidige systeem kunnen jongeren boven de 16 jaar overgedragen worden aan het volwassen strafrecht. Het Kinderrechtencommissariaat is tegen dit principe en vroeg dan ook om dit uit het decreet te halen. Maar op dit verzoek zijn ze niet ingegaan. “We zien eigenlijk dat er zeer weinig jongeren worden overgedragen aan het volwassen strafrecht.” De voorwaarden zijn wel veel strenger geworden. “Dit kan enkel nog bij recidieven en bij zeer zware misdrijven. De straf van 7 jaar opsluiting moet ook voorkomen dat dit gebeurt”.

Is het geen risico dat jongeren sneller gaan hervallen als je ze gaat opsluiten? “We gaan op een systematische manier recidive bijhouden, we maken een interventiedatabank om te weten wat er werkt voor bepaalde jongeren, en we zorgen ervoor dat zo weinig mogelijk jongeren moeten worden opgesloten”, aldus Parys. “Maar we zijn als wetgever niet blind en naïef dat dit in bepaalde gevallen nodig is voor de bescherming van de maatschappij, van de jongere zelf of van het slachtoffer.”

Maar de invoering van het decreet vergt veel voorbereiding. Daarom vind Parys de start van het gerechtelijk jaar in september een beter moment. “Vanaf dan kunnen we voorkomen dat jongeren in herhaling vallen. Kunnen we op een wetenschappelijk manier bekijken wat er effectief werkt in dat jeugddelinquentierecht. Kunnen we snel en preventief optreden. En zetten we het slachtoffer centraal.”