McPHOTO / INSADCO / Bilderbox

Verwarmen op elektriciteit is de toekomst, zegt Europa. Maar hoe zit dat dan precies?

De Europese Commissie wil voor haar grote energieshift dat we minder fossiele brandstoffen gebruiken voor onze energiebehoeften. Dat kan onder meer door voor onze energiebehoeftes naar elektriciteit over te stappen. Maar wat betekent dit voor ons? En wat zijn de mogelijke nadelen, naast de voordelen voor ons klimaat?

De Commissie heeft vanmiddag haar ambitieuze klimaatplan voorgesteld, met als eerste pijler energie-efficiëntie en klimaatneutrale gebouwen. In het verkleinen van onze energiebehoefte ziet Europa immers grote mogelijkheden bij onze gebouwen, zowel openbare gebouwen als bedrijven, of het huis of appartement waar we wonen. 

"Vandaag zijn die verantwoordelijk voor 40 procent van ons energieverbruik", staat in het Europees rapport. "Omdat de meeste van onze gebouwen voor 2050 er nu al staan, zullen we nog meer moeten renoveren, en moeten switchen naar andere vormen van verwarming; tot tweederde van de huizen zal werken met efficiënte elektrische verwarmingssystemen." Europa wijst op hernieuwbare energie, maar ook op efficiënte toestellen in huis, slimme digitale systemen en betere materialen voor isolatie. 

Voor de switch: isoleer eerst voldoende

Eerst en vooral: isolatie is bijzonder belangrijk. Overschakelen naar een nieuw verwarmingssysteem heeft geen zin als uw woning slecht is geïsoleerd. Dat benadrukt ook Pieter Lodewijks van energie-onderzoekscentrum Energyville. "Eerst goed isoleren, dan denken aan andere verwarmingssystemen." Maar hoe zit het dan precies met onze "verwarming van de toekomst"? 

"Voor alle duidelijkheid: we spreken hier niet over de oude elektrische toestelletjes, de weerstandsverwarming. Het gaat hier bijvoorbeeld over elektriciteit voor warmtepompen, waarvan de efficiëntiefactor, afhankelijk van het type, 4 tot 5 keer hoger ligt," zegt Lodewijks.

De prijs van de elektriciteit moet bij zo'n switch echt wel omlaag

Het kan dan gaan om systemen die werken met lucht, maar ook om de warmtepomp die onder de grond (horizontaal of met een dieper verticaal systeem) de warmte gaat ophalen. Zelfs als we zouden werken met elektriciteit opgewekt door een gascentrale, zouden die systemen nog efficiënter zijn dan als we rechtstreeks verwarmen op aardgas, en dus beter voor het milieu, sowieso als het om groene stroom gaat.

Verwarmen op elektriciteit is oké,  "maar dan moet de prijs voor de elektriciteit echt wel omlaag. Want nu is aardgas goedkoper, en de kloof die er in België bestaat, is de grootste in heel Europa," zegt Bram Claeys van ODE (de Organisatie voor Duurzame Energie). Hij ziet daar een belangrijk knelpunt, en pleit ervoor om de lasten te verschuiven naar aardgas en stookolie, als we de switch willen maken. 

Optie 1: lucht

Dit systeem onttrekt warmte aan de omgevingslucht. "Het rendement daar is lager dan met grondwarmte, maar goedkoper in de aanschaf", zegt Lodewijks. Er zijn twee opties: de warme lucht wordt via convectoren in huis geblazen, of er wordt warm water mee geproduceerd dat in het buizencircuit loopt zoals veel mensen dat hebben bij centrale verwarming. "Eigenlijk werkt dit zoals een omgekeerde diepvries of een ijskast, die onttrekken immers de warmte aan de binnenkant van de kast", zegt Lodewijks.

Zelfs bij dit systeem is de energie-efficiëntie groter dan als je met aardgas verwarmt, tenminste als je ze toepast in een goed geïsoleerde woning zodat de temperatuur van het water in je radiatoren voldoende laag is.  Maar er hangt ook een prijskaartje aan: Bram Claeys heeft het over 8.000 euro voor wie van een klassiek systeem op aardgas de overstap zou maken. 

Zelfs bij luchtwarmte is de energie-efficiëntie hoger dan bij verwarmen met aardgas, tenminste in een goed geïsoleerde woning

Optie 2: grondwarmte

Een warmtepomp met grondwarmte is efficiënter, dan een luchtwarmtepomp. Per eenheid elektriciteit is de opbrengst 3,5 tot 4,5 in warmte, terwijl dat voor een luchtwarmtepomp  2,5 tot 3 bedraagt. Maar aan zo'n warmtepomp zijn er wel nadelen.

Het systeem is nog altijd relatief duur, en je moet er uiteraard de ruimte voor hebben. Bovendien is dit enkel nuttig als de woning goed geïsoleerd is, want anders moet het water in de radiatoren veel te warm gemaakt worden om het gebouw warm te krijgen. En er is nog altijd de elektriciteitsfactuur die aan zo'n warmtepomp hangt. Ook is het belangrijk de ondergrond te checken, want het kan niet zomaar overal. 

Optie 3: warmtenetten

Het ideale scenario is natuurlijk dat je huis is aangesloten op een warmtenet. In nieuwbouwwijken kan bijvoorbeeld worden gewerkt met een centraal warmtenet, dat restwarmte gebruikt uit de industrie of afvalverbranding, of geothermische warmte door diepe boringen. 

"Niet enkel de overstap naar elektrische manieren van verwarmen moet bekeken worden. Waar de warmtevraag per oppervlak voldoende hoog is, kan het efficiënter zijn om een warmtenet aan te leggen," besluit Lodewijks. Ook Claeys benadrukt het belang van dit soort systemen voor de toekomst. 

Een warmtepomp werkt het best bij vloerverwarming

Al een vierde van de nieuwe huizen of totaalrenovaties is mee

Bram Claeys wijst erop dat er al een kleine switch bezig is. Ongeveer een vierde van de nieuwbouwwoningen of de grondige gerenoveerde huizen, werkt met een warmtepomp. 20 procent doet dat in combinatie met zonnepanelen, om meteen ook zelf de elektriciteit op te wekken. 

"Toch blijft het een hele opgave", zegt Claeys. "Zonnepanelen leggen is niet zo ingrijpend, maar bij een warmtepomp komt toch wel wat kijken. Je doet het ook best met vloerverwarming, omdat het dan het efficiëntste is. Je kan dan immers werken met lagere distributietemperaturen. Met gewone radiatoren op een klassiek circuit is het minder efficiënt." 

Claeys geeft nog mee dat er volop wordt ingezet om de sector, installateurs en architecten mee te krijgen in het verhaal, om mee de switch te kunnen maken. ODE hoopt om 3.000 installateurs te bereiken zodat ze kunnen leren over hoe ze de warmtepompen kunnen installeren en verkopen.