NICOLAS MAETERLINCK

We kunnen meer geld uitgeven dan vroeger, maar de een nog wat meer dan de andere

Het gaat goed met de koopkracht. Dat zegt de regering, maar dat zegt ook de Leuvense econoom André De Coster. En wel met gemiddeld 5,2 procent tijdens de huidige legislatuur. Het vloekt met de acties die de “gele hesjes” ook in ons land voeren. Maar, die cijfers zijn niet absoluut. Niet iedereen profiteert even sterk van de gunstige stroom, vooral zij die het al moeilijker hadden blijven achter. 

De regering klopte zich de voorbije maanden en jaren al meermaals op de borst dat de taxshift wel degelijk werkt. Kijk maar naar het netto beschikbaar inkomen van de gezinnen, klinkt het op het kabinet van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA). Ook met inbegrip van de btw- en accijnsverhogingen neemt die dit jaar toe met 1,8 procent, en volgend jaar met 1,9 procent. "De sterkste toename in het laatste decennium."

Niemand twijfelt er eigenlijk nog aan dat de taxshift en de banengroei in dit land de koopkracht van de gezinnen hebben doen stijgen. Tijdens deze legislatuur zelfs met gemiddeld 5,2 procent, schrijft een groepje Leuvense academici rond econoom André De Coster in een net gepubliceerde studie. “Beleid doet er wel degelijk toe.” In een eerder werkstuk schreef De Coster al dat de gezinnen tot meer dan honderd euro extra koopkracht per maand kunnen hebben door die taxshift. 

Gezinnen met een laag inkomen zien hun koopkracht beperkt stijgen

Maar er is ook een schaduwkant aan dat succesverhaal. Iederéén gaat er weliswaar op vooruit, maar de rijksten veel meer dan de armsten, een resultaat van de filosofie om fiscale voordelen aan werkenden te geven. In de bovenste inkomenslaag (met uitzondering van de allerhoogste) zien de gezinnen hun koopkracht stijgen met 5,7 tot 6,8 procent. Onderaan de ladder is dat maar 3 procent.

Ook opvallend: de hogere btw en accijnzen – wat van belang is in het gele­hesjes­verhaal – temperen de stijging. Bij de laagste inkomensgroepen roomt dat zelfs een procent van de gestegen koopkracht af. En ook de niet-indexering van de kinderbijslag heeft een negatief effect van 0,4. 

Verdere nuance komt als je de studie van De Coster en de tevredenheid van de regering over het eigen werk, naast andere studies legt. Laat ons even met het buitenland vergelijken bijvoorbeeld. Uit cijfers van Eurostat blijkt dat het reële inkomen van de werknemers in het buitenland een stuk sterker stijgt dan bij ons.  België bungelt helemaal onderaan het Europese peloton als het over de stijging van de lonen gaat.

(lees verder onder de grafiek)

En tot slot, wie betaalt die taxshift eigenlijk? De regering ging altijd uit van het principe dat ze budgetneutraal moet zijn, maar dat schijnt voorlopig niet te lukken. De Coster heeft daarover een alarmerend cijfer. De budgettaire netto-impact bedraagt 5,49 miljard.

“Dat is beduidend meer dan de budgettaire kosten van de maatregelen genomen onder de regeringen-Verhofstadt I en II. Het maakt ook bijna de helft van de besparingen ongedaan die werden gerealiseerd onder de regeringen-Dehaene I en II.”. Conclusie: “De overheid betaalt de factuur voor de verhoging van de gezinsinkomens.”

VIDEO: Bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal 7"

Video player inladen ...

VIDEO: Ook in de Kamer draaide het debat over de koopkracht op volle toeren. Raoul Hedebouw en premier Michel kruisten de degens. Ook minister van Werk Kris Peeters (CD&V) kreeg vragen over de loonsverhogingen.

Video player inladen ...

VIDEO: In de studio van "Terzake" ging het debat voort tussen CD&V-voorzitter Wouter Beke en Miranda Ulens (ABVV)

Video player inladen ...