Video player inladen ...

Laagste (netto)lonen meest gestegen door taxshift

Door de taxshift zijn de laagste lonen er de afgelopen jaren het meest op vooruit gegaan. Werknemers met een bruto jaarloon van 25.000 euro houden dit jaar netto jaarlijks zo’n 3.000 euro meer over dan drie jaar geleden. In die tijd is de loonkost voor de werkgevers gedaald van 33 naar 25 procent. Dat heeft adviesbureau Deloitte berekend in haar jaarlijkse salarisstudie.

“Op termijn gaan werknemers met een laag loon er netto duidelijk op vooruit dankzij de taxshift.” Dat voorspelde Deloitte in 2015, kort nadat de regering-Michel de plannen voor de taxshift had voorgesteld. En dat is ook bewaarheid, blijkt nu uit de laatste salarisstudie van Deloitte.

De taxshift heeft niet op alle vlakken gebracht wat ervan verwacht werd. Door de tegenvallende inkomsten kosten de belastingverschuivingen ons netto 5,5 miljard euro. Maar het moet gezegd: door de lastenverlagingen zijn de laagste nettolonen sinds 2015 gevoelig gestegen, tot 20 procent.

Laagste versus hoogste lonen

Een voorbeeld: iemand die jaarlijks bruto 25.000 euro verdient, getrouwd is en twee kinderen ten laste heeft, houdt daarvan nu netto bijna 3.300 euro meer over dan drie jaar geleden. Op jaarbasis welteverstaan.

Eenvoudig gerekend scheelt dat op een maand een flinke slok op een borrel: 250 euro extra in het loonzakje. Alleenstaanden die bruto hetzelfde verdienen en geen kinderen hebben, houden nu per jaar netto een kleine 1.150 euro meer over dan in 2015.

De taxshift heeft echter niet veel impact op de hogere lonen, vanaf 50.000 euro bruto per jaar. De hoogste werknemerslonen zijn er relatief het minst op vooruit gegaan. Wie bijvoorbeeld jaarlijks bruto 125.000 euro verdient, getrouwd is en twee kinderen ten laste heeft, is er op jaarbasis netto 445,44 euro op vooruit gegaan.

Dat de hogere lonen weinig profijt hebben van de taxshift komt door de Belgische belastingschijven. Vanaf een bruto jaarloon van 39.660 euro val je in de hoogste belastingschijf waarbij je 53,5 procent belastingen moet betalen op je inkomen.

Koopkracht

In voorgaande gevallen hebben we het altijd over het nettoloon gehad, in absolute cijfers. Dat houdt natuurlijk geen rekening met de eventuele stijging van de levensduurte, door bijvoorbeeld hogere energie- en brandstofprijzen.

Uit een studie van de KU Leuven bleek gisteren dat de koopkracht de afgelopen jaren is gestegen. “Niemand twijfelt er eigenlijk nog aan dat de taxshift en de banengroei in dit land de koopkracht van de gezinnen hebben doen stijgen. Tijdens deze legislatuur zelfs met gemiddeld 5,2 procent", besluiten de onderzoekers uit hun studie.

Er is een grote maar: niet iedereen is er evenveel op vooruit gegaan. De rijksten hebben veel meer aan koopkracht gewonnen dan de armsten: 5,7 tot 6,8 procent. Onderaan de ladder is dat maar 3 procent.

Lagere loonkosten

De taxshift is niet alleen een goede zaak voor werknemers; ook bedrijven varen er wel bij. De sociale zekerheidsbijdragen voor de werkgevers in drie jaar tijd gedaald van 33 naar 25 procent.

Drie jaar geleden was België nog het op één na duurste land van Europa voor werkgevers, na Frankrijk. Door de lastenverlagingen zakken we naar de zesde plek, na Frankrijk, Zweden, Italië, Slovakije en Tsjechië. We zitten nog altijd in het koppeloton, maar relatief gezien zijn we wel wat aantrekkelijker geworden voor werkgevers.

Laten we hiervoor nog even teruggrijpen naar het voorbeeld van iemand die bruto 25.000 euro verdient. Drie jaar geleden kostte die werknemer 33.171,70 euro aan een werkgever. Anno 2018 is dat 31.387,93 euro, oftewel 1783,77 euro minder.

VIDEO: Michaël Van Droogenbroeck geeft in "De markt" uitleg over de studie van Deloitte

Video player inladen ...