2018 komt in rijtje vier warmste jaren ooit, noordelijke cyclonen vertegenwoordigden nooit méér energie

De opwarming van de aarde zet zich door: de voorbije vier jaar zijn de vier warmste ooit gemeten, en de 20 warmste jaren ooit vielen allemaal in de voorbije 22 jaar. Ook extreme weerfenomenen namen toe: nooit bevatten cyclonen in het noordelijk halfrond meer energie. Dat schrijft de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) in een globaal weerrapport op de vooravond van de nieuwe klimaatconferentie in Katowice.

De VMO heeft haar voorlopige rapport over de "Staat van het Klimaat in 2018" vrijgegeven. Het rapport geeft ons een uitstekend beeld van het weer wereldwijd, omdat het gegevens meeneemt van over de hele wereld, en los van tijdelijke weerfenomenen in bepaalde regio's. Het geeft dus een zeer goed overkoepelend beeld, ook over de evolutie van ons klimaat. 

De voorbije vier jaar worden de vier warmste sinds het begin van de metingen, meldt de WMO nog, in een statistiek die aantoont dat de opwarming volop verdergaat. 2018 wordt het minst warme van de vier, omdat we dit jaar begonnen met een lichte vorm van La Niña voor de Zuid-Amerikaanse kust. Daardoor wordt de oceaan ten westen van het continent tijdelijk afgekoeld door een koude zeestroom. 

De 20 warmste jaren ooit gemeten op onze planeet, vallen allemaal in de voorbije 22 jaar, stipt de WMO nog aan.  (lees door onder de tweet)

Oceanen slorpten nooit méér warmte op (na 2017)

De opwarming en de recordhoeveelheden aan CO2 in onze atmosfeer  hebben ook een grote impact op onze zeeën en oceanen, want zij nemen maar liefst 90 procent op van de energie die gevangen zit in onze atmosfeer. Enerzijds nemen zij de warmte op, anderzijds de CO2 , waardoor ze verzuren. Op die manier komen de koraalriffen verder in de problemen. De voorbije 10 jaar absorbeerden de oceanen ongeveer 25 procent van de CO2 die de mens uitstootte. 

De warmte-opname door de oceanen is ook een goede indicator voor het broeikaseffect, zegt de VMO, en die lag op het tweede hoogste niveau ooit, na 2017. (lees door onder de tweet)

Andere indicatoren van de klimaatverandering zijn de gletsjers en het zee-ijs, die verder afnamen, en de extremere weerfenomenen die ook dit jaar, op alle continenten, om zich heen grepen, concludeert de WMO. Het gemiddelde niveau van onze oceanen wereldwijd steeg met 2 à 3 millimeter tussen januari en juli, vergeleken met vorig jaar. 

Het noordpoolijs bereikte qua (maximum)oppervlakte een historisch diepterecord in de eerste twee maanden van het jaar. In maart zat het ongeveer 7 procent onder het gemiddelde van 1981 tot 2010. Na de zomerperiode, in september, gaven metingen aan dat het noordpoolijs 28 procent onder het langjarig gemiddelde zat. De 12 septembermaanden met het minste noordpoolijs, vallen allemaal in de voorbije 12 jaar. Voor de zuidpool zijn de cijfers iets minder dramatisch, maar is een zelfde trend waar te nemen. 

De oppervlakte aan noordpoolijs zat na de zomer ongeveer 28 procent onder het langjarig gemiddelde

Stormen en "extreme weerfenomenen"

2018 was een actief seizoen voor tropische cyclonen in het noordelijk halfrond, meldt de WMO. Het aantal tropische stormen lag boven het gemiddelde in elk van de vier bekkens. Het stormseizoen (vanaf november) telde dit keer 70 cyclonen, tegenover 53 gemiddeld. Vooral het noordoostelijke deel van het Stille Oceaan-bekken was actief, waarbij cyclonen een geaccumuleerde energie hadden (op basis van intensiteit en duur) die nooit hoger was, zo tonen satellietmetingen aan. In het zuidelijk halfrond was het seizoen 2017-2018 voor tropische stormen vrij gemiddeld. 

Tegelijk zijn er de hittegolven, droogtes, en extreme regenval, waar deze week nog een voorbeeld van was in Australië, maar eerder bijvoorbeeld ook in Argentinië en Japan. Ook bij ons was het een heel raar weerjaar, en in veel andere delen van Europa vielen records, op allerlei vlakken. Armenië beleefde de warmste juli ooit, en in Jerevan werd een recordtemperatuur gemeten van 43,7 graden Celsius. 

Noot: de meeste weergegevens van de VMO gaan terug tot 1850. De gegevens van de periode 1850-1900 worden gebruikt als referentiepunt om veranderingen aan af te toetsen.