Video player inladen ...

Nog meer ruimte voor windmolens op zee: zone voor kust van De Panne wordt groter dan gepland

De nieuwe zone voor de offshore windmolenparken voor de kust van De Panne wordt groter dan oorspronkelijk gepland. Staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (Open VLD) zal bij de voorziene 221 vierkante kilometer nog 60 bijvoegen, dat is ruim een kwart erbij. Door de vergroting krijgen de turbines extra ruimte, waardoor hun rendement zal toenemen.

Momenteel is het een bedrijvigheid van jewelste voor onze oostkust, ter hoogte van Zeebrugge. Daar is het nieuwe windmolenpark Rentel zo goed als klaar. Daarmee draaien al vijf offshoreparken voor de Belgische kunst. Het zesde, Norther, is in aanbouw. Vanaf volgende jaar moeten er nog drie bijkomen.

Dat is allemaal in een zone die ruim tien jaar geleden door toenmalige minister voor de Noordzee Johan Vande Lanotte (SP.A) werd uitgetekend. In totaal zal in die zone 2200 MW aan windmolens worden geplaatst. Die zullen samen evenveel elektriciteit leveren als één grote kernreactor, type Doel 4.

De huidige windmolenparken zullen 2200 MW aan vermogen hebben, omgerekend leveren ze daarmee zoveel stroom als één grote kernreactor

Meer ruimte is meer rendement

Maar de huidige regering schroefde de ambities nog op en legde voor de westkust, ter hoogte van De Panne, een nieuwe zone vast. In totaal beslaat die 221 vierkante kilometer, goed voor nog eens 1.800 megawatt aan turbines. De zone zat ingesnoerd tussen internationale zeevaartroutes (eentje loopt zelfs dwars door het gebied, waardoor een deel van de ruimte voor de windmolens sowieso wegvalt) en een gebied gereserveerd voor de zeevisserij.

Dat laatste moest nog door Europa worden goedgekeurd. Maar dat had bezwaren tegen de plannen. Het gebied, zowat 60 vierkante kilometer, komt nu vrij voor de windmolenprojecten. En dat kan een groot voordeel opleveren: door de beperkte ruimte voor onze kust, staan onze windturbines eigenlijk te dicht op mekaar. Ze vangen elkaar daardoor letterlijk te veel wind af. Door de extra ademruimte zullen de turbines nu verder van elkaar kunnen worden ingepland, waardoor hun rendement zal toenemen.

(lees verder onder de kaart)

De Belgische windturbines staan te dicht bijeen, waardoor ze mekaar letterlijk te veel wind afvangen. Met de extra uitbreiding krijgen ze meer ruimte, waardoor hun rendement toeneemt

Meer rendement is minder subsidies

Dat hogere rendement heeft een direct gevolg voor de ondersteuning: hoe meer inkomsten de windturbines opleveren, hoe lager de subsidies en hoe minder kosten er zullen worden doorgerekend op onze stroomfactuur.

De Backer hoopt zelfs dat de nieuwe parken het zonder subsidies kunnen doen. De sleutel daartoe: de concessies openbaar veilen, waarbij de goedkoopste kandidaat (die dus het minste subsidies vraagt) de parken mag bouwen. Het is een systeem dat al langer in onze buurlanden wordt toegepast. En met een enorm succes. Onder meer in Denemarken en Duitsland zijn er al parken vergund die zonder één cent subsidie willen bouwen. Weliswaar vanaf 2025: vermoedelijk is dan de kostprijs van de windturbines nog meer gedaald en wordt de installatie nog efficiënter. Net zoals bij de zonnepanelen worden de subsidies dan vermoedelijk overbodig.

Mogelijk kunnen de nieuwe parken zonder één cent subsidie worden gebouwd. Bij de huidige parken haalde de regering er weliswaar al 5 miljard af, maar toch kosten ze ons nog 12 miljard. 

Eén angel: de hoogspanningslijnen

Maar de Backer wil nog sneller gaan: vanaf 2020 zouden de concessies voor de parken moeten zijn toegekend. In 2025 zouden alle parken aan de westkust er al moeten staan, net op tijd om een deel van een onze weggevallen kernreactoren op te vangen. De vraag is of er zich nu al groepen zullen toehappen om dat voor 0 cent subsidies te doen. Want er is nog één grote angel in het hele verhaal.

Er liggen niet voldoende hoogspanningslijnen om de stroom vanuit de westkust naar het binnenland te vervoeren. Mogelijk loopt de bouw van de windmolenparken daardoor vertraging op

Hoogspanningsnetbeheerder Elia wijst er namelijk op dat aan de westkust er niet genoeg hoogspanningslijnen zijn om de geproduceerde stroom van de nieuwe offshoreparken naar het binnenland te transporteren. Daarvoor moeten extra lijnen aangelegd worden. Dwars door West-Vlaanderen én Henegouwen heen. Dat betekent dat zowel de Vlaamse als de Waalse regering de nodige vergunningen zullen moeten afleveren om de lijnen te kunnen bouwen. En dat er bij de omwonenden voldoende draagkracht is om de nieuwe lijnen te kunnen leggen.

Hetzelfde probleem als aan de oostkust, dus. Ook daar moest Elia een extra hoogspanningslijn vanuit Zeebrugge naar het binnenland trekken om de massa’s nieuwe stroom van de windmolenparken te kunnen vervoeren. De aanleg van die hoogspanningslijn nam ruim 5 jaar in beslag. Onder meer daardoor moest de bouw van een aantal parken uitgesteld worden.

Het wordt dus nog hard werken om alle parken aan de westkust tijdig aangekoppeld te krijgen. Aan de oostkust zal de deadline net op het nippertje worden gehaald. Alle 9 parken moeten tegen 2020 klaar zijn, net op tijd om de 20-20-20 doelstellingen te halen.

De vraag is of dat voor de westkust tijdig zal lukken. Afspraak in 2025.