Video player inladen ...

Waarom u de eerste sociale verkiezingen bij het spoor wel eens hard zou kunnen voelen

Vandaag starten voor het eerst sociale verkiezingen bij de Belgische Spoorwegen. Niet iets waar u "wauw, spannend" bij kirt? Think again. Want op de achtergrond speelt een fikse machtsstrijd tussen de rechtse politieke partijen en de grote vakbonden. Maar zijn die sociale verkiezingen bij de NMBS eigenlijk wel zo verstandig? En gaan reizigers als u en ik dat dan voelen?

1. Sociale verkiezingen, wat was dat ook al weer?

Sociale verkiezingen bestaan al sinds 1950 in de privésector, bij bedrijven met meer dan 50 werknemers. Om de vier jaar kunnen alle werknemers - dus ook wie geen lid is van de vakbond - hun personeelsafgevaardigden verkiezen, die dan zetelen in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk en/of de Ondernemingsraad.

Belangrijk om weten: de werknemers kunnen enkel afgevaardigden verkiezen die deel uitmaken van een van de drie grote vakbonden: het socialistische ABVV, de liberale ACLVB en het christendemocratische ACV. Een uitzondering is er voor de kaderleden, waar ook een nationale beroepsvereniging (NCK) opkomt en waar kaderleden ook bedrijfsgebonden 'huislijsten' kunnen maken.

Bij de overheid worden die sociale verkiezingen tot nu toe niet gehouden

Bij de overheid worden die sociale verkiezingen tot nu toe niet gehouden. Een vakbond of beroepsvereniging is er vertegenwoordigd in de onderhandelingscomités als bewezen is dat 10 procent van het personeel van die overheidsdienst lid is van die vakbond. Dat wordt vastgesteld via een geheime, neutrale telling. Met minder dan 10 procent doe je niet mee. Die vakbonden wijzen dan vertegenwoordigers aan via interne procedures. 

Pittig historisch detail daar: de liberale overheidsvakbond VSOA slaagde er in het verleden zelden in te bewijzen dat hij 10 procent van het personeel vertegenwoordigde. De paarse regering-Verhofstadt paste daar begin jaren 2000 een mouw aan: de 10 procentregel bleef bestaan voor andere beroepsverenigingen binnen de overheid, maar de drie bonden die in alle sectoren en beroepen actief waren - waaronder dus ook het vaak erg kleine VSOA - mochten wel automatisch mee onderhandelen (of op z'n minst zetelen in enkele paritaire comités, zoals het geval is bij het spoor).

2. Maar nu komen er dus ook voor het eerst zulke sociale verkiezingen bij een overheidsbedrijf?

Precies. Die vinden plaats van vandaag, 3 december, tot vrijdag 7 december bij de drie bedrijven van de Belgische Spoorwegen: de NMBS (treinen), Infrabel (infrastructuur) en HR Rail (administratie).

Alles samen worden 523 vertegenwoordigers gekozen in 5 de gewestelijke paritaire commissies, de 3 bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk (NMBS, HR Rail en Infrabel), en de 77 comités en subcomités voor preventie en bescherming en het werk van de NMBS en Infrabel.

Vanaf 2024 zullen die sociale verkiezingen er om de 4 jaar plaatsvinden.

3. Waarom valt die eer te beurt aan het spoor?

"Een experiment", noemt professor arbeidsrecht Patrick Humblet van de UGent dat. Want er is een groot verschil met de sociale verkiezingen in de privésector: niet alleen de bonden uit de drie zuilen (in dit geval ACOD, ACV en VSOA) mogen meedoen, ook drie andere, kleinere beroepsverenigingen (OVS, ASTB en METISP-Protect) kunnen opkomen. 

Voor het eerst zullen we zo te weten komen wat het echte gewicht is van die kleinere bondjes bij het spoorpersoneel. Want in tegenstelling tot het huidige systeem zullen nu ook fracties meetellen die minder dan 10 procent van het personeel vertegenwoordigen.

Hoe meer spelers er opkomen, hoe meer kans dat zij de macht van de grote vakbonden kunnen doorbreken of verzwakken

Professor arbeidsrecht Patrick Humblet (UGent)

"Het is een publiek geheim dat onder meer Open VLD dat er heeft doorgeduwd", legt Humblet uit. "Maar ook andere rechtse partijen als N-VA en Vlaams Belang hebben er voordeel bij. Want hoe meer spelers er bij die sociale verkiezingen opkomen, hoe meer kans dat zij de macht van de grote vakbonden kunnen doorbreken of verzwakken - en dus ook de partijen waar ze veelal aan gelinkt worden. Nu proberen ze die strategie eens uit bij het spoor."

De volgende stap is daarom niet zozeer dat er ook sociale verkiezingen bij andere overheidsorganisaties komen, denkt Humblet. "Ik denk vooral dat deze regering, mocht die bevestigd worden bij de volgende verkiezingen, tegen 2024 ook in de privésector andere beroepsverenigingen wil laten opkomen om het 'oligopolie' van de traditionele bonden te verzwakken."

Professor Patrick Humblet.

4. Maar houdt die strategie ook geen risico's in?

Zeker en vast, zegt Humblet. "Een representatief systeem, zoals dat bij de sociale verkiezingen in de privésector bestaat, heeft net als bedoeling dat je aan tafel kunt gaan met de sterke spelers met een breed draagvlak. Die hebben een matigend effect: ze zorgen ervoor dat de grootste extremen worden afgevlakt. Ongenoegen wordt zo op een bepaalde manier meer beheersbaar. Het is daarnaast ook gewoon veel eenvoudiger om met 3 partijen aan tafel te zitten dan met 13."

Sterke spelers met een breed draagvlak hebben een matigend effect: ze zorgen ervoor dat de grootste extremen worden afgevlakt

Professor arbeidsrecht Patrick Humblet (UGent)

Door nu ook kleinere spelers toe te laten, krijg je een heel andere dynamiek. "Als de kleintjes goed scoren, gaan die zich gelegitimeerd voelen", denkt Humblet. "Een grote vakbond als pakweg ACV heeft oog voor de impact van beslissingen op de hele organisatie. Maar een kleine machinistenbond denkt logischerwijs vooral aan de belangen van machinisten. En je zet ook de deur op een kier voor organisaties met een extremer gedachtengoed. Dat kan de kans op conflicten danig verhogen."

En als de kleintjes net klappen krijgen? "Dan zit je zo mogelijk met een nog groter probleem", vermoedt Humblet. "Want dan voelen de grote bonden zich gesterkt en kunnen die zich harder gaan opstellen in het overleg met de directie en de overheid. Dat is niet bevorderlijk voor de sociale vrede."

En wie sociale conflicten zegt, zegt stakingen en andere acties. Daar komt nog eens mogelijke profileringsdrang bovenop in de aanloop naar de volgende sociale verkiezingen. Of hoe de reiziger de gevolgen van deze sociale verkiezingen wel degelijk zou kunnen voelen. 

"Ik durf dus ten zeerste betwijfelen of dit experiment wel zo verstandig is", oppert Humblet. "Wie bestaande organisaties gaat ondergraven, loopt het risico dat de hele boel ineenstort. En dan krijg je chaos, zoals je vandaag in Frankrijk ziet. Daar is het sociaal overleg almaar meer gedecentraliseerd. Het ongenoegen is daardoor veel minder beheersbaar geworden."

5. Zijn er dan geen voordelen aan sociale verkiezingen?

Toch wel. Sociale verkiezingen kunnen een overheidsbedrijf wel degelijk - om eens een duur woord te gebruiken - "dynamiseren". Vandaag zijn vakbonden bij overheidsbedrijven weinig geneigd snel hun vertegenwoordigers aan te passen aan wisselende personeelssamenstellingen. Interne machtsverhoudingen wegen zo gemakkelijk door.

Jasper Jacobs

Wanneer iedereen - ook een niet-gesyndiceerde werknemer - mag stemmen en oordelen, zullen de bonden sneller kandidaten naar voren moeten schuiven die appelleren aan diverse personeelsgroepen (jongeren, vrouwen, niet-vastbenoemden, groepen die nog niet vaak lid zijn, …). In de woorden van een werkgever: sociale verkiezingen vergroten de kans dat je spreekt met vakbonden die duidelijk het personeel weerspiegelen.

6. En wat zijn dan de voorspellingen bij de NMBS? Waar zal het op uitdraaien?

"Het is heel spannend", vindt Humblet. "Je zou de parallel kunnen trekken met de jaren 80, toen de kaderleden bij de sociale verkiezingen voor het eerst met eigen 'huislijsten' mochten opkomen. Die kleinere lijsten knabbelden toen aan de resultaten van de grote vakorganisaties." 

Maar opmerkelijk: in de voorbije dertig jaar heeft zich dat weer uitgevlakt. "Die kleine organisaties konden nu eenmaal niet zo snel de kennis en de knowhow van de grote bonden bijbenen. Dat dat bij de NMBS ook zal gebeuren, lijkt mij het meest logische scenario."

Beluister het gesprek met Patrick Humblet in "De ochtend":