Een zilverrug, de leider van een groep gorilla's, in het Virunga-park in Rwanda.

Gorillamannetjes die zich het meest bekommeren om de jongen, hebben ook de meeste jongen

Bij zoogdieren komt het zelden voor dat de mannetjes zich bezig houden met het grootbrengen van de kleintjes bekommeren, maar berggorilla's vormen een uitzondering op die regel. Uit een nieuwe studie blijkt nu dat de mannetjes die het meeste tijd doorbrengen met de jongen, zowel die van henzelf als die van andere mannetjes, zo'n vijf keer meer nakomelingen hebben dan de mannetjes die zich het minste bekommeren om de jongen. Mogelijk verkiezen de vrouwtjes een mannetje die aardig is voor de kleintjes, en mogelijk heeft een dergelijk mechanisme ooit ook gespeeld in onze evolutie. 

Er zijn meer dan 6.000 soorten zoogdieren, en bij de overgrote meerderheid daarvan zijn het uitsluitend de vrouwtjes die zich bezighouden met het grootbrengen van de jongen. Slechts bij 5 tot 10 procent van de soorten spelen de mannetjes daarin ook een rol. 

Dat is zo bij de mens, en ook bij muizen en leeuwen, al houden die laatste zich enkel bezig met hun eigen nakomelingen. Als een mannetjesleeuw een troep overneemt van de vorige patriarch, probeert hij al de kleintjes van de vorige te doden, zodat de vrouwtjes stoppen met zogen en sneller opnieuw vruchtbaar worden, om zijn nakomelingen te kunnen baren. (Dat komt overigens ook voor bij berggorilla's als de dominante zilverrug sterft, en vervangen wordt door een nieuwe zilverrug van buiten de groep. Ook die zal soms al de nakomelingen van zijn dode voorganger doden, in stabiele groepen van berggorilla's komt dit gedrag niet voor.) 

Bij Zuid-Amerikaanse apen zijn er een aantal soorten waar de mannetjes een even grote rol spelen bij het grootbrengen van de kleintjes als de vrouwtjes, of zelfs, wat helemaal uitzonderlijk is, het grootste deel ervan voor hun rekening nemen. 

Maar dat blijven de uitzonderingen, en biologen denken dat dit komt doordat de meeste mannetjes van zoogdieren een groter "rendement" halen als ze hun tijd besteden aan nieuwe gelegenheden om te paren, dan wanneer ze zich bezig gaan houden met hun al bestaande nakomelingen. Mannetjes die hun kroost negeren, zullen uiteindelijk meer nakomelingen hebben dan de zorgzame vaders, en de evolutie zal de mannetjes bevoordelen die deze strategie volgen. Met als gevolg dat de evolutie maar zelden het "goede vaderschap" zal belonen bij zoogdieren, en dat het er dan ook maar zelden bij voorkomt. 

Ook berggorilla's, die leven op de beboste bergflanken in Rwanda, Oeganda en Congo, behoren tot de uitzonderingen, en dat is opvallend, zegt biologisch antropologe Stacy Rosenbaum in "The Conversation". Rosenbaum heeft met een aantal collega's bestudeerd waarom dat zo is, en het resultaat is verrassend: ze ontdekten dat de gorillamannetjes die het meest tijd doorbrachten met de jongen, hun eigen nakomelingen of die van een ander mannetje, ook de meeste jongen voortbrachten. 

Dat is opmerkelijk omdat berggorilla's geen soort zijn waarvoor de evolutieleer dit soort van gedrag zou voorspellen, en al helemaal niet dat er een verband zou zijn met het succes op het vlak van voortplanting voor de mannetjes, zo zegt Rosenbaum. Het gedrag en de fysieke kenmerken van berggorilla's zijn die van een soort waar van de mannetjes verwacht wordt dat ze hun tijd en energie zouden stoppen in het vinden van nieuwe gelegenheden om te paren, en niet in het vormen van emotionele banden met kleintjes.  

Een jonge berggorilla heeft iets lekkers gevonden om te eten.

Nauwe banden

Berggorilla's leven in groepjes van gemiddeld zo'n tien individuen, en het zijn erg sociale dieren met een complexe sociale dynamiek in de groep. (Opvallend is overigens dat vroeger de berggorilla's bijna uitsluitend in groepen leefden van één mannetje en verschillende vrouwtjes met hun kinderen, en dat pas de laatste 30 jaar er meer groepen voorkomen waarin een dominant mannetje, de zilverrug, samenleeft met een aantal zwartruggen, ondergeschikte mannetjes, een aantal vrouwtjes en hun kleintjes.)

Bij veel groepen zijn de hechtste banden die biologen waarnemen, die tussen volwassen mannetjes en jonge exemplaren. Van zodra jonge gorilla's oud genoeg zijn om weg te kunnen raken van hun moeder, lopen ze de mannetjes overal achterna. En de mannetjes kunnen dat erg goed verdragen: sommige mannetjesgorilla's nemen de kleintjes vast, spelen ermee, vlooien hun pels, en laten toe dat de kleintjes mee in het nest slapen dat ze maken om de nacht in door te brengen.

De groepjes staan onder de leiding van het dominante mannetje, de zilverrug, die de groep beschermt tegen aanvallen, desnoods met zijn leven, en het is bekend dat zilverruggen als een vrouwtje de groep verlaat of sterft, de zorg voor haar achtergebleven nakomelingen op zich nemen.  

Na enkele uren van zoeken naar eten 's morgens, doen de gorilla's een middagdutje of relaxen ze wat in de zon.

30 jaar van gegevens over het vaderschap

In de studie gebruikten Rosenbaum en haar collega's een database met 30 jaar aan genetische gegevens over het vaderschap, om vast te kunnen stellen welke mannetjesgorilla de vader van welk kleintje was.

Ze vergeleken dat vervolgens met honderden uren aan waarnemingen van het gedrag van de gorilla's, en legden vast welk deel van zijn tijd elk mannetje doorbracht met het verzorgen van de kleintjes of met samen met hen een dutje doen. In totaal hadden ze gegevens over 23 mannetjes, die samen 109 nakomelingen hadden. 

Daaruit bleek dat de mannetjes die de meeste tijd doorbrachten in het gezelschap van kleintjes, in de loop van hun leven zo'n vijf keer meer nakomelingen krijgen dan de mannetjes die de minste tijd doorbrachten bij de jongen. En die conclusie bleek geldig ook na correcties voor andere factoren, zoals hoe lang een mannetje in leven bleef, en hoe hoog hij op de dominantieladder geraakt is. Het is immers logisch dat een mannetje dat langer leeft, ook meer nakomelingen kan krijgen, en de dominante mannetjes hebben veel meer kansen om te paren en nakomelingen te krijgen, maar dat bleek dus niet mee te spelen. 

Rosenbaum noemt dat een verrassende bevinding, aangezien bij zoogdieren ouderlijke zorg bij de mannetjes bijna uitsluitend gevonden wordt bij monogame soorten. Gorilla's zijn niet monogaam - ze leven eerder in een soort haremverband met de dominante zilverrug en een aantal geslachtrijpe vrouwtjes -, en de mannetjes zijn veel groter en zwaarder, en ze hebben sterke spieren en grote tanden, kenmerken die erop wijzen dat ze goed uitgerust zijn om te vechten. En de strategie die je van de mannetjes dan ook zou verwachten, is dat ze zouden vechten voor nieuwe gelegenheden om te kunnen paren, en niet dat ze zich zouden bekommeren om de jongen.   

Een vrouwtje met haar kleintje. AP2008

Vrouwelijke voorkeur voor mannetjes die aardig zijn voor de kleintjes

We weten niet zeker waarom de mannetjes die meer bekommerd zijn om de jongen, het beter doen dan hun meer onverschillige soortgenoten, maar volgens doctor Stacy Rosenbaum is de beste veronderstelling dat de vrouwtjes liever paren met de mannetjes die het aardigst zijn voor de kleintjes. Ze geeft wel toe dat er ook andere verklaringen mogelijk zijn die onderzocht moeten worden, bijvoorbeeld dat de mannetjes die een persoonlijkheid hebben waartoe de vrouwtjes zich aangetrokken voelen, ook meer geneigd zijn om tijd door te brengen met de jongen. 

Hoe het verband tussen de banden van de mannetjes met de kleintjes en hun succes op het vlak van voortplanting ook in elkaar zit, als de mannetjes die de beste vaders zijn, ook de meeste nakomelingen hebben, kunnen we verwachten dat in de loop van de tijd een steeds groter deel van de mannelijke gorilla's dit gedrag zal gaan vertonen. 

En mogelijk kan er iets soortgelijks gebeurd zijn bij de nu uitgestorven soorten die uiteindelijk geëvolueerd zijn tot de moderne mens, zo oppert Rosenbaum. Onze voorouders waren waarschijnlijk niet monogaam, net als de gorilla's, maar toch moeten bij deze soorten de mannetjes op een bepaald ogenblik ook begonnen zijn met om te gaan met de jongen, en ervoor te zorgen. 

Vergeleken met wat mensen doen, is het vaderschap bij de berggorilla's erg rudementair, geeft Rosenbaum toe, maar toch is het opmerkelijk omdat het ons inzichten kan geven in wat er gebeurd kan zijn in de afstammingslijn die geleid heeft tot Homo sapiens, de moderne mens. En hoe de ouderlijke zorg van de mannetjes het daar uiteindelijk kan gehaald hebben van de gebruikelijke evolutionaire voordelen van ander gedrag van de mannetjes, voordelen die net belet hebben dat die gedeelde ouderlijke zorg is kunnen ontstaan bij de meeste nog levende zoogdiersoorten. 

De studie van Stacy Rosenbaum en haar Duitse en Amerikaanse collega's is gepubliceerd in "Scientific Reports" van "Nature". 

Een imposante zilverrug in het Virunga-park in Rwanda. Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved. This material may not be published, broadcast, rewritten or redistribu
Kleine gorilla's zijn nog veel lichter dan de volwassen exemplaren, en ze brengen dan ook veel meer tijd door dan hun volwassen soortgenoten in bomen, waar ze graag al eens "de aap uithangen". Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.