Cafépraat over Sinterklaas en Zwarte Piet

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt deze week met een satirische blik naar het debat over Zwarte Piet.

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Groot was mijn verrassing toen ik in café De Tramhalte in Westerlo niet minder dan een dozijn Zwarte Pieten in gele hesjes aantrof, van wie de roetzwarte gezichten zonder onderscheid getuigden van depressieve gevoelens. Zij deelden met zijn allen twee blikjes cola en voerden op fluistertoon een verhit gesprek. Over zeden en gewoonten en tradities, allicht, was mijn eerste gedachte. 

Ik schaarde mij aan de toog bij de andere aan hun kruk vastgelijmde stamgasten die de vreemde bezoekers met gepast wantrouwen gadesloegen. Want geef toe: plusminus twaalf Zwarte Pieten in een Kempens dorpscafé, dat begint al op een migratiegolf te lijken.

"Is er een probleem, mannen?", informeerde ik op luide toon om de maatschappelijke discussie te stimuleren. Want zo ben ik wel, altijd bereid om een heikele kwestie van twee kanten te bekijken.

"Het zit hie vol mé n...., dat is het probleem!", wilde Valeer de gepensioneerde magazijnbediende meteen duidelijk stelling nemen. Zijn ongepaste woordgebruik werd evenwel automatisch  weg gebiept door het ILES-computersysteem dat tegenwoordig in de horeca - mits een kleine opleg - wordt meegeleverd met de witte kassa. 

Marrakech

Waarna Valeer luidop vloekte (wat ook weg werd gebiept) en vervolgens kwaad en hulpeloos de schouders ophaalde. Zover was het gekomen, verraadde zijn lichaamstaal, dat men zelfs in de herberg niet meer aan vrije meningsuiting kon doen. De tijd was niet ver meer, vertelde zijn machteloze blik, dat er op café ook geen drank meer zou mogen geschonken worden. 

"Allemaal de schuld van de v... (BIEP!)!", kreet Valeer. Waarop hij met slaande deuren het etablissement verliet, tierend dat hij de volgende keer wel zou weten op wie hij zou stemmen.

Iemand gooide om de spanning te breken een euro in de jukebox. Even later galmde "Marrakech Express" van Crosby, Stills and Nash door café De Tramhalte.

Een statement

Ik liet mij evenwel niet uit mijn lood slaan door dit kleine incident en voegde mij met de pint stevig in de hand bij het Pietengezelschap.

"Gijle zijt aan uw kleurtje te zien niet bang voor de Linkse Kerk, voor de Politiek Correcten, voor de Gutmenschen?", gooide ik onbevangen in het midden. 

"Woa hèdde gij 't over?", antwoordde een der roetzwarte Pieten in onvervalst Westels*.

"Woa moeid' u mee?", sneerde een andere in het idioom van een naburig dorp, van Noorderwijk, mijn gedacht.

Hetgeen mij op een of andere manier toch verraste. Ik bedoel: dat anders gekleurde medemensen onze taal spreken, precies of ze hebben nooit anders gedaan!

"Wel, drong ik aan, gijle zijt in ieder geval geen roetpieten, en dat is toch een statement, als ik het zo onder woorden mag brengen. Ge schaart u met uw donkerzwarte huidskleur bij de zwijgende meerderheid die niet aan oeroude en waardevolle tradities wil laten tornen."

Ik had het woord “tornen” in een column van Rik Torfs gelezen en sindsdien gebruik ik het te pas en te onpas, maar dit geheel terzijde.

Een getrimde hipsterbaard

Bijna alle Zwarte Pieten hadden het gelaat nu naar mij gekeerd. Een schudde meewarig het hoofd. Een ander zuchtte eens diep. Een derde klakte zachtjes met de tong tegen de tanden. Wat een dommerik, zag ik allen denken, hetgeen mij wat ongemakkelijk stemde.

"Doa goa’get toch ni over, kieken! Hèdde gij gien oeëge in ave kop?"

Alreeds wilde ik opwerpen dat ik niet van beledigingen van andersgekleurden gediend ben, toen ik de figuur bemerkte die in hun midden zat (en die ik nog niet had opgemerkt, omdat de ogen nu eenmaal het instrument zijn van de vooringenomenheid van de geest, van de mijne althans). Ik zag een afgetrainde wat oudere heer in mouwloos T-shirt, met spieren als kabels, met een getrimde hipsterbaard, met enige discrete tattoos van heiligen op de bovenarmen en met een gouden oorbel. Hij had een daiquiri voor zijn neus staan, wat geen alledaagse consumptie is in café De Tramhalte, maar ook dit geheel terzijde.  

"Ge vindt dus dat het erover is?", vroeg de oudere heer in kwestie aan de Pieten. "Natuurlijk is het erover, Sint!", luidde unisono het antwoord. "Ver erover!", voegde een wat tragere Piet eraan toe.

Verbijstering

Toen viel mijn frank. Verbijstering maakte zich van mij meester. Dit ongewoon uitgedoste heerschap was de Goede Sint! Dit kon toch niet! Dit was niet meer of niet minder een provocatie, een regelrechte schending van onze Vlaamse cultuur! Dit was toch heiligschennis!

"Maar ik moet toch ook meegaan met mijnen tijd?", drong de goedheiligman aan. De zilveren armbanden om zijn polsen rinkelden. De eyeliner om zijn oude ogen glansde.

"Sint, als ik vrijuit mag spreken", zei de brutaalste der Pieten, "ge ziet eruit als een gepensioneerde babyboomer."

Die zat.

"Oké", zei de vermomde Sint, "ik heb maar iets willen proberen." Uit de tas van de Aldi aan zijn voeten haalde hij zijn rode sintenmantel te voorschijn.

"Dus we laten alles gelijk het is?", vroeg de bisschop van Myra (de voormalige hoofdstad van Lycië in Klein-Azië) nog eens voor alle zekerheid.

"Dit jaar toch", luidde het eenstemmige antwoord.

"Waar heb ik die kl… staf nu weer gelaten?", grommelde de Sint nog, maar ook zijn ongepaste woorden werden door het Inappropriate Language Erasing System van café De Tramhalte met een ferme BIEP onverstaanbaar gemaakt.

* Westels= de taal van Westerlo