Video player inladen ...

Herbarium met 150.000 stukken uit Congo wordt gedigitaliseerd: "Als we niet opletten zijn we heel het Afrikaanse regenwoud kwijt"

Het is een van de oudste en meest volledige plantencollecties van Afrika: het Congolese herbarium in Yangambi herbergt zo’n 150.000 bladeren en zaden, oude logboeken en dieren op sterk water. Hoewel die overgeleverde kennis de mensheid kan helpen in de strijd tegen de ontbossing en de klimaatopwarming, lopen de archieven gevaar. Samen met de plantentuin in Meise werkt het herbarium daarom aan een grote digitalisering. “Dit project begint bij jou en mij, maar eindigt pas over generaties.”

Zaterdag ging het AfricaMuseum na een jarenlange vernieuwingsoperatie weer open. Sinds koning Leopold II het museum een eeuw geleden oprichtte als uitstalraam voor zijn koloniale realisaties, was de controverse was nooit ver weg. Het vernieuwde museum wil dat verleden nu achter zich laten. Voor de gelegenheid is de Vranckx-redactie afgereisd naar een ander icoon van het Belgische koloniale verleden, het onderzoekscentrum van Yangambi, om uit te zoeken hoe die historische plek tegenwoordig ingevuld wordt.

(lees verder onder de foto)

Het herbarium spreekt tot de verbeelding: in een eenvoudig, bakstenen gebouw staan diepblauwe archiefkasten tot aan het plafond gestapeld, rij na rij achter elkaar. Hier ligt de schatkist van de Midden-Afrikaanse biodiversiteit. De kasten herbergen zo’n 150.000 gedroogde bladeren en zaden, het overgrote deel meer dan 50 jaar oud en verzameld door Belgische wetenschappers in Congo, Rwanda en Burundi.

“Slechts 60% van alle Congolese plantensoorten zijn geïnventariseerd,” vertelt directeur en plantkundige Elasi Ramazani. Daarom organiseert het herbarium dagenlange missies in het bos, waarop de bekende en onbekende plantensoorten meter per meter in kaart worden gebracht. “Wat we niet kennen, kunnen we niet beschermen”, legt Ramazani uit.
Maar ook de archiefstukken, samen goed voor tonnen gedroogd plantenmateriaal, lopen gevaar. “Het ene jaar hebben we een vochtprobleem, het andere ruzie met de buurtbewoners”, somt Ramazani op. “Maar het ergste zijn de insecten. Ze nestelen zich tussen het stof en het papier en vreten beetje bij beetje alles op.”

Om de archieven te redden, ondergaat heel het herbarium een grote kuis. Toch slaapt de plantkundige nog niet op beide oren. “Een vonkje volstaat om heel deze collectie in vuur en vlam te zetten.” Daarom steekt de plantentuin in Meise een handje toe om de collectie te digitaliseren.

(lees verder onder de foto)

Uiterst omzichtig halen medewerkers stapels stoffige dossiermapjes uit de kast. Sommige vallen net niet uit elkaar, het papier bijna helemaal vermalen door de tand des tijds. Een voor een worden de dossiers opengeslagen, de bladeren op vellen papier genaaid, de zaden in plastic zakjes gestoken. Daarna gaat het geheel onder de scanner.

“Per dag proberen we 25 dossiers aan te leggen”, rekent Ramazi. “Als ik je vertel dat we 150.000 stalen hebben, begrijp je dat dit een karwei van vele generaties wordt.” Het is een traag proces: na het urenlange knippen, naaien en plakken duurt het nog eens verschillende minuten tot de scan klaar is. Geconcentreerd onderwerpt een medewerker die scan aan een grondige kwaliteitscontrole op de enige computer van het gebouw. Op het einde van de werkweek worden alle afbeeldingen op een harde schijf verzameld en met de post opgestuurd. Bestemming: Meise.

(lees verder onder de foto)

In een tuin achter het gebouw planten de Congolese medewerkers ook zo veel mogelijk soorten aan. “Wij onderhouden het regenwoud”, vertelt Ramazi trots. “Zodra  er ergens een soort verdwijnt, kunnen we die met een exemplaar van hier opnieuw introduceren. Zo zijn we de bewakers van het verleden, het heden en de toekomst.”

Ramazani en de zijnen blijven evenwel steeds op hun hoede. “De onveiligheid in dit land maakt het moeilijk om ver vooruit te plannen. Er zijn steeds grote en kleine opstanden. De bevolking is boos.” Maar nog meer dan oorlog, vrezen de wetenschappers het dagdagelijkse menselijke gedrag. “Zeer weinig Congolezen vatten het belang van het regenwoud. Ze hebben honger en denken enkel aan hun maag. Landbouw is vaak hun enige bron van voedsel of inkomsten. En dat brengt het bos in gevaar. De Congolese bevolking verdubbelt bijna om de 25 jaar. Binnen dit en 50 jaar zullen we de grens van de 100 miljoen inwoners overschrijden. Al die mensen willen eten, geld verdienen en zich warm houden.”