Virtual reality-reportages blazen het stof weg uit het AfricaMuseum

Op vraag van het AfricaMuseum reisde de Vranckx-redactie met een speciale 360°-camera naar Congo, op zoek naar verhalen van de gewone Congolees. Vanaf vandaag maken ze onderdeel uit van de permanente tentoonstelling van het museum in Tervuren. Bezoekers maken door de glazen van hun VR-bril kennis met het leven van gewone Congolezen, van de hoofdstad tot het hart van het regenwoud.

Vandaag gaat het Africamuseum na een grondige vernieuwingsoperatie weer open. Sinds koning Leopold II het museum een eeuw geleden oprichtte als uitstalraam voor zijn koloniale realisaties, werd het door elke bezoeker anders beleefd. Voor de ene was het een nostalgische reis naar het geromantiseerde Afrika, voor de andere een racistisch icoon. De controverse was nooit ver weg.

Dat debat zindert tot vandaag de dag door, heviger dan ooit tevoren. Voor Vranckx en zijn team van makers, bestaande uit digital storyteller Anneleen Ophoff en cameraman Thomas Maddens, was de opdracht duidelijk. Met hun VR-reportages zouden ze een bijdrage leveren dat de mensen van Congo eer aandoet. Eerder dan over hen te vertellen, besloten ze vooral naar hen te luisteren.

De verhalen die je in het Africamuseum te zien krijgt, zijn dan ook niet langer die van Belgen. Het zijn die van de Congolezen zelf, gebracht met de cutting edge technologie van de 21ste eeuw. “Het blaast het stof weg uit dit historische museum”, vindt Rudi Vranckx.

“Vandaag mag - of moet - een museum meer zijn dan grote kasten met opgezette dieren, potscherven en kostuums of muziekinstrumenten”, vult Anneleen Ophoff aan. “Het moet mensen een blik op de wereld bieden en hen tot nadenken aanzetten. Weg van de typische verhalen die Afrika romantiseren en exotiseren, willen we inzicht geven in het dagelijkse leven."

Hoe doe je dat dan, een representatief beeld schetsen van Afrika? “Kort: dat is onmogelijk. Het zijn gewoon te veel verschillende landen, culturen, tradities, persoonlijkheden en talen, met elk hun vooroordelen, sterktes en zwaktes. Dus focusten we al snel op één land: de Democratische Republiek Congo, de Belgische ex-kolonie. We reisden naar het bruisende Kinshasa en het voor velen onbekende onderzoekscentrum Yangambi, in het hart van het Centraal-Afrikaanse regenwoud.”

In Kinshasa nemen drie sterke, jonge vrouwen de kijker mee naar de plekken waar ze dagelijks rondhangen en elk op hun eigen manier vechten tegen maatschappelijke problemen.

Zo leren we de veertienjarige Charline Baonga kennen, een dakloze radiomaakster. Charline spendeert haar dagen op de Gamela-markt, waar discriminatie en geweld schering en inslag zijn. Kunstenares Geraldine Tobe vecht tegen het stereotiepe rollenpatroon en tegen de archaïsche kunstwereld. Uit frustratie stak ze op een dag al haar doeken in brand. Sindsdien maakt ze moderne kunst met rook en vuur. Modestine Munga Zalia, 19, is de toekomst van het Congolese vrouwenboksen. Tot ze in 2020 deel kan nemen aan de Spelen, traint ze vier keer per week. In de openlucht, want in de sportzalen is geen elektriciteit.

Van de straten van Kinshasa gaat naar Yangambi, ooit het meest gerenommeerde onderzoekscentrum van Afrika. Na de Congolese onafhankelijkheid in 1960 lieten de Belgische wetenschappers de laboratoria, bibliotheek en plantages halsoverkop achter. De plek werd leeggeroofd door rebellen en raakte overwoekerd door bos.

Een handvol gedreven Congolese wetenschappers probeert de gebouwen nu open te houden en opnieuw onderzoek uit te voeren. In de VR-reportages reis je mee door ruimte en tijd, leer je hoe ze in Congo tegen de klimaatopwarming strijden en hoe traditionele geneesheren wilde eetbare planten gebruiken.