Het migratiepact: het advies van twee "historische zotten"

De auteur, een  historicus verbonden aan de KU Leuven, schreef een analyse van het debat rond het migratiepact gebaseerd op een vergelijking met een gelijkaardige discussie uit de zestiende eeuw. Men kan zich dan ook afvragen of het hele debat wel zoveel nieuw te bieden heeft.

labels
Bram De Ridder
Bram De Ridder is als historicus verbonden aan de Faculteit Letteren van de KU Leuven en is gespecialiseerd in het onderzoek naar vroegmodern grensbeheer.

Tom Lenaerts vergeleek het debat over het migratiepact dan wel met een circus, in de zestiende eeuw liet men eerder de zotten over het grensbeleid discussiëren. In het zestiende-eeuwse pamflet Der mallen reden-kavel bogen twee fictieve gekken, Iel-Sack en Moenen, zich over de voor- en nadelen van een gesloten grens. Enerzijds waren deze zelfverklaarde “zotte mutsen” oprecht blij met een streng beleid, anderzijds vreesden ze de gevolgen daarvan. Hoewel de tekst een schoolvoorbeeld is van de strijd tussen katholieken en protestanten rond 1596, zijn de gebruikte argumenten ook voor ons zeer herkenbaar. Je kan je dan ook afvragen of het hele debat wel zoveel nieuw te bieden heeft.

Leve strenge grenscontroles…

In het pamflet tonen Iel-Sack en Moenen zich bijvoorbeeld zeer tevreden dat de bestuurders van de Noordelijke Nederlanden (ruwweg het huidige Nederland) de grens met de Zuidelijke Nederlanden (ruwweg het huidige België) een stuk strenger gingen controleren. Die wet, effectief ingevoerd op 4 april 1596, had de bedoeling om potentiële aanslagplegers met een gevaarlijke religieuze ideologie te weren. Voor een goed begrip: die beschuldiging viel toen te beurt aan de Jezuïeten, niet aan extremistische moslims. Om illegale grenspassage te voorkomen verplichtte de wet ook reizigers om in het bezit te zijn van een paspoort en legde zij een hoge boete op voor overtredingen, eventueel aangevuld met een portie tortuur.

Die veiligheidskwestie was echter niet de reden waarom de twee zotten zo blij waren met de strengere grenscontroles. Dat had veel meer te maken met eigenbelang. De nieuwe ‘harde’ grens zou er namelijk voor zorgen dat er geen buitenlandse geleerden meer het land binnen konden. Als zotten hadden Iel-Sack en Moenen een goed handeltje opgezet in het verkopen van van de pot gerukt advies, en het sluiten van de grens zou de domme ezels binnen de grenzen houden terwijl de hoogopgeleide immigranten geen concurrentie meer vormden.

… zolang ze maar niet te streng zijn.

Iel-Sack en Moenen beseften echter dat hun argumenten niet zonder gevaar waren. Zoals Moenen het plastisch verwoorde: “als je te hard probeert te snuiten, krijg je al snel een bloedneus” – je kan soms ook te hard je best doen om een probleem op te lossen. De export leed al onder de controles en de nieuwe paspoorten zouden de economie nog meer schaden. Iel-Sack dacht bovendien dat de verplichting om een paspoort te kopen enkel bedoeld was om geld uit de mensen hun zakken te kloppen, en dus bedacht moest zijn door een pennenlikker, een “verschovene latijnschuimer”, of een slechte klerk.

Als twee zotten uit 1596 in belangrijke mate dezelfde argumenten hanteren als onze politici, is er dan eigenlijk wel zoveel veranderd? 

Als extra bezwaar stelden de twee zotten dat de wet sociaal onrechtvaardig was. Kinderen die naar een Jezuïetencollege in het buitenland trokken (volgens tegenstanders scholen vol moorddadige extremisten), mochten niet langer financieel ondersteund worden door hun ouders. Moenen en Iel-Sack, zelf katholieke personages, vonden deze maatregel van een “Turkse wreedheid” getuigen en vonden ze zeer ongepast voor een land dat zichzelf als het toonbeeld van rechtvaardigheid beschouwde. Het was intriest dat ouders gedwongen werden hun kinderen van de honger te laten sterven, enkel en alleen omdat het kind buiten de grenzen zijn eigen geloof wilde volgen.

Het migratiepact als nieuwigheid

Iel-Sack en Moenen zijn uiteraard fictieve personages en geen oprechte commentatoren van het zestiende-eeuwse grensbeleid. Der mallen reden-kavel past bovendien in een conflict dat volledig losstaat van de discussie vandaag en is vooral een sarcastisch commentaar op een vijandig gezinde overheid. Maar als je de tekst leest in het licht van het hedendaagse grensdebat, dan kan je jezelf een belangrijke vraag stellen: als twee zotten uit 1596 in belangrijke mate dezelfde argumenten hanteren als onze politici, is er dan eigenlijk wel zoveel veranderd? 

Ja, toch wel. Ten tijde van Iel-Sack en Moenen was grensbeleid namelijk vooral een unilaterale aangelegenheid. Overheden beslisten, zoals op 4 april 1596, zelf over de wetten waarmee ze hun grens wilden beheren. Hoogstens kwam het tot inefficiënt bilateraal overleg: de ene staat ‘sloot’ de grens, terwijl de andere ze net ‘open’ wilde, en door die tegenspraak wisten migranten, reizigers én handelaars van geen hout pijlen meer te maken. Mede om die reden is grensbeleid, en dan bij uitstek in Europa, steeds multinationaler geworden.

In de loop van de week bleek dat net die evolutie het echte probleem met het migratiepact vormt. De woordvoerder van de N-VA, Joachim Pohlmann verwoorde het als volgt: “De essentie is: hebben wij nog het recht om te beslissen over ons migratiebeleid, of aanvaarden we dat de controle over de migratiestromen wordt bepaald door onverkozen technocraten en internationale vertegenwoordigers?”. Cru gesteld betekent dat het volgende: de verkeerde beslissing mag door de juiste mensen genomen worden, maar de verkeerde mensen mogen niet de juiste beslissing nemen. Hoewel dat wat vreemd kan klinken, valt er voor dat standpunt wel wat te zeggen. Of een dictator nu een goede of een slechte beslissing neemt, het blijft een dictator.

Het finale advies van de twee zotten?

Met dat inzicht kunnen we eens overwegen wat onze twee zotten van het hedendaagse debat zouden vinden (wat een fictieve, en niet langer een historische oefening is trouwens). Zo zouden Iel-Sack en Moenen waarschijnlijk wel akkoord gaan met de stelling dat de legitimiteit van een beslissing voorrang heeft op de inhoud daarvan: in hun tijd waren de Nederlanden net verwikkeld in een uiterst bloedig conflict over wie het gezag had. Rond 1600 was er bovendien geen sprake van internationale instellingen zoals we die nu kennen en het is net de periode waarin het begrip soevereiniteit vorm kreeg. In die zin zouden de twee zotten wel akkoord kunnen gaan met Theo Franckens stelling dat het migratiepact niet strookt met een absolute invulling van de Vlaamse soevereiniteit.

De zotten van vroeger, en eventueel ook de circusclowns van vandaag, zouden kunnen opmerken dat er al twee experimenten lopen die controle over de eigen grenzen claimen

Maar, al in 1596 bleek dat Iel-Sack en Moenen ook de praktische nadelen van een bepaald beleid ook durfden benoemen. Daardoor zouden ze mogelijk opmerken dat het idee ‘controle over eigen grenzen’ vierhonderd jaar geleden wel goed klonk, maar dat de praktijk er nu helemaal anders uitziet. Wie vandaag stelt dat we onze grenzen eigenhandig moeten beheren, neemt namelijk niet alleen afstand van de VN en Europa, maar ook van, onder meer, de Wereldhandelsorganisatie, de World Customs Organization, en zelfs van de NAVO – allemaal instellingen van bureaucraten die ‘soft law’ voor onze grenzen creëren. De soevereiniteit die Iel-sack en Moenen kenden, zou dan ook vereisen dat we geen multilaterale handelsverdragen meer tekenen en onze grensverdediging niet langer overlaten aan Washington.

Tot slot zouden de zotten van vroeger, en eventueel ook de circusclowns van vandaag, opmerken dat er al twee experimenten lopen die controle over de eigen grenzen claimen. Het eerste is gestart door Donald Trump, die zich inderdaad niet langer gebonden voelt door instellingen zoals de Wereldhandelsorganisatie en de NAVO. Het tweede wordt momenteel geleid door Theresa May en de Brexiteers, die er ook van uit gaan dat je zonder je buurman over je grenzen kan beslissen. Misschien zouden Iel-Sack en Moenen ons dan ook wel aanraden om eerst te kijken hoe die experimenten aflopen, alvorens te beslissen hoeveel van onze soevereiniteit we precies willen delen.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.